Christen Forum Limburg

Maandag 26 februari 2018 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt

Israël en Palestina

Waar ligt de grens?

Brigitte Herremans

Beleidsmedewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi

Brigitte Herremans

Het Israëlisch-Palestijns conflict wordt vaak gezien als een strijd tussen twee volkeren die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Vrede lijkt onmogelijk omdat geen van beide partijen de strijdbijl wil begraven. Land en basisrechten vormen echter de voornaamste inzet van het conflict: Israël heeft een eigen staat sinds 1948 en het verhindert al zolang de oprichting van een Palestijnse staat.

Komt dit ooit goed? De zgn. tweestatenoplossing is geen onmogelijke wensdroom. Wel is een moediger engagement van beleidsmakers en een kritische benadering nodig die gebaseerd is op feiten in plaats van op emoties en die het onrecht aan beide kanten durft benoemen. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor een effectief vredesproces.

Brigitte Herremans is beleidsmedewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. In september 2016 moest zij gedwongen Israël verlaten, “slachtoffer van een heksenjacht tegen mensenrechten¬activisten”

Brigitte Herremans

Brigitte Herremans is sinds 2002 medewerker Midden-Oosten bij Broederlijk Delen en Pax Christi Vlaanderen. Ze studeerde Oosterse Talen en Culturen (Arabisch en Bijbels Hebreeuws) en Internationale Politiek. Vanuit een rechtenbenadering doet ze beleidsbeÔnvloeding en sensibilisering over het IsraŽlisch-Palestijns conflict. Het respect voor het internationaal recht loopt als een rode draad door haar werk rond IsraŽl en de Palestijnse gebieden en de bredere regio.

In de zoektocht naar een oplossing voor het IsraŽlisch-Palestijns conflict marginaliseerde de internationale gemeenschap immers al te vaak het belang van het internationaal recht. Broederlijk Delen en Pax Christi geloven dat respect voor het recht een uitkomst kan bieden en de schijnbaar tegengestelde eisen van de partijen met elkaar kan verzoenen. Brigitte Herremans benadrukt dat het conflict niet zwart-wit is en dat beide volkeren eronder lijden. Zowel de Palestijnse gewapende groeperingen als het IsraŽlische leger gebruiken systematisch geweld tegen burgers.

De voornaamste dossiers waarrond Brigitte Herremans werkt zijn het IsraŽlische beleid in de Palestijnse gebieden (de Muur, de nederzettingen, de blokkade van Gaza), de relaties tussen IsraŽl en de Europese Unie (onder meer met betrekking tot de labeling van producten uit de Palestijnse gebieden), Europa’s hulp aan de Palestijnse gebieden en aanvallen tegen mensenrechtenverdedigers door de IsraŽlische regering en Hamas. Via partnerorganisaties en contacten op het terrein heeft ze een breed netwerk. Ze informeert Belgische en Europese beleidsmakers over actuele ontwikkelingen. Geregeld brengt ze analyses over de actuele ontwikkelingen in interviews op de radio en televisie en publiceert ze artikels. Daarnaast geeft ze lezingen waarin ze onder meer toelicht hoe IsraŽls controle over de Palestijnse gebieden toeneemt.

Bron: Pax Christi

Naar boven

Historiek

Palestina als geografische eenheid, omvattende het huidige IsraŽl, de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, bestaat pas sinds het Britse mandaat. Onder het Ottomaanse Rijk was het onderverdeeld in verschillende provincies, die ook weer grondgebied van het huidige JordaniŽ of SyriŽ en Libanon omvatten.

Joden in Palestina

Na de verdrijving door de Romeinen en later de moordpartijen door de Kruisridders zijn er altijd tenminste enkele duizenden joden in Palestina blijven wonen, met name in Jeruzalem. Sedert 1517 maakte Palestina deel uit van het Turks-Ottomaanse Rijk. De Turkse sultan nam Spaanse joden op die verdreven waren door de katholieke inquisitie (1492), waarvan een deel zich in Palestina mocht vestigen.

Ook in de diaspora hielden de joden een band met het land waar hun heilige plaatsen lagen en een heimwee naar betere tijden. In de loop der eeuwen hadden dan ook herhaaldelijk kleinere, doorgaans religieus geÔnspireerde, maar ook door armoede en vervolging gedreven groepen joden al gepoogd om zich in Palestina te (her)vestigen, meestal zonder succes. Bij de eerste moderne volkstelling in 1844 telde Jeruzalem 7120 joden, 5760 moslims en 3390 christenen.

Opkomst van het Zionisme

De emancipatie van de Europese Joden vanaf de Franse revolutie bracht de Joden uit de getto’s en in de moderne wereld, en stelde hen bloot aan moderne ideeŽn van liberalisme en nationalisme, die zich vermengden met het traditionele Joodse verlangen naar terugkeer naar “Zion” (Jeruzalem).

Het opkomende nationalisme in Europa leidde tot nieuwe vormen van antisemitisme, die minder religieus en meer politiek en sociaal geÔnspireerd waren. De emancipatie en integratie van de Joden werd door antisemieten afgewezen, waardoor ook een aantal meer geassimileerde West-Europese Joden tot de conclusie kwam dat het Zionisme uiteindelijk de enige oplossing was voor de Joden. Dit politieke zionisme zag een Joods thuisland in Palestina als oplossing voor de problemen van discriminatie, vervolging en machteloosheid die men als minderheid in andere landen ervoer.

De Zionistische beweging, de Arabieren en Balfour

Op haar oprichtingscongres in Bazel in 1897 had ook de Zionistische beweging van Theodor Herzl officieel voor Palestina als het beoogde thuisland gekozen. Men zag aanvankelijk een onafhankelijke staat als onhaalbaar, en streefde naar een Joods thuis onder patronage van een van de toenmalige grootmachten, de Ottomanen, de Duitsers of later de Britten. Het probleem van de Arabische bevolking in Palestina werd toen nog genegeerd. Men verwachtte dat die zich niet tegen een Joods thuis zou verzetten. Integendeel, ze zouden er veel voordeel van ondervinden, omdat het gebied, dat onder de Ottomanen nogal verwaarloosd was, eindelijk ontwikkeld zou worden, en dat zou iedereen die er woonde ten goede komen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wist de Zionistische beweging onder leiding van Chaim Weizmann van de Britten, die Palestina op de Ottomanen veroverden, een officiŽle toezegging los te krijgen, de zogenaamde Balfour Declaratie uit 1917, waarin Groot-BrittanniŽ zijn steun voor een Joods thuis (‘ Jewish Homeland’) in Palestina uitsprak, echter zonder dat dit de rechten van de Arabische bevolking aldaar mocht schenden.

Het Britse mandaatgebied

In 1922 kregen de Britten officieel het mandaat over Palestina toegewezen door de Volkerenbond, die daarbij de Balfour Declaratie bekrachtigde. Dit mandaat omvatte niet alleen het huidige IsraŽl en de bezette gebieden, maar ook geheel JordaniŽ. De Britten splitsten het mandaat echter al snel in twee aparte mandaatgebieden, en verboden Joodse immigratie naar Trans-JordaniŽ.

Brits mandaatgebied - 1922

Na 1900 groeide het Arabische nationalisme, dat zich zowel tegen het Ottomaanse rijk keerde als na de Eerste Wereldoorlog tegen de Britse autoriteiten, en tegen een Joods thuis in Palestina. De Balfour verklaring en de Joodse immigratie riepen dan ook veel verzet op onder de Arabieren in Palestina. De Arabieren waren ook bang dat zij in de toekomst in een door Joden gedomineerde staat te moeten leven.

In de jaren ’20 zagen de meeste Zionisten de onvermijdelijkheid van conflict met de Arabieren in. In 1919 zei Ben-Gurion, leider van de Joodse gemeenschap in Palestina, en latere premier van IsraŽl:

“But not everybody sees that there is no solution to this question. No solution! There is a gulf; and nothing can bridge it…. I do not know what Arab will agree that Palestine should belong to the Jews…We. as a nation,. want this country to be ours; the Arabs, as a nation, want this country to be theirs.”

Beide bevolkingsgroepen beschouwden zichzelf als een machteloos slachtoffer van de (vermeende) macht en wreedheid van de ander.

In 1937 stelden de Britten in reactie op rellen voor het eerst voor om Palestina te delen in het Peel Rapport. Volgens dit plan kregen de Joden een staat in ca. 20% van het mandaatgebied, en zouden de Arabieren die daar woonden (vrijwillig) worden verplaatst naar de Arabische staat, en vice versa. Terwijl de Arabieren het verwierpen, namen de Zionisten het in overweging, waarbij er echter zowel verzet was tegen het weinige grondgebied dat men toebedeeld kreeg als tegen het verplaatsen van de beide bevolkingsgroepen uit grondgebied dat toebedeeld was aan de ander.

Tijdens WOII bleef Palestina gesloten voor Joodse vluchtelingen. De Britten blokkeerden de kust van Palestina en stuurden onderschepte boten met vluchtelingen terug naar Europa. Ook het Zionistische leiderschap kwam in het licht van de immigratiestop en de berichten van de Nazi-misdaden in 1942 tot de conclusie dat men niet meer op de Britten kon rekenen

De oprichting van IsraŽl

In 1947 besloot Groot-BrittanniŽ het mandaat terug te geven aan de VN, en stelde de VN een commissie in die een oplossing moest zoeken voor de toekomst van het gebied. Zij stelde deling voor in twee ongeveer even grote delen, en dit plan werd op 29 november aangenomen door de Algemene Vergadering. Jeruzalem zou onder internationaal toezicht komen.

De Joden accepteerden het plan, maar de Arabieren verwierpen het, en dreigden met oorlog en de verdrijving van Joden uit Arabische landen. Direct nadat het plan was aangenomen braken er onlusten uit in Palestina, die uitmondden in een burgeroorlog. Aanvankelijk waren de Palestijnse Arabieren in de aanval en overvielen Joodse konvooien en blokkeerden Jeruzalem, waar zo’n 100.000 Joden woonden, die gedurende meerdere maanden van de buitenwereld afgesloten werden.

Na aanvankelijk in het defensief te zijn geweest, sloegen de Hagana en Irgun in april 1948 hard terug en veroverden verschillende Arabische dorpen, waarmee ze tijdelijk de blokkade van Jeruzalem wisten open te breken. Vanwege betere organisatie en inlichtingen behaalden zij een overtuigende overwinning op de Arabieren, die uitmondde in massale vlucht van de Palestijnse Arabieren en vernietiging van vele dorpen. In totaal zijn tijdens de burgeroorlog en de daaropvolgende oorlog met de buurlanden circa 700.000 Palestijnse Arabieren weggevlucht uit het gebied dat de staat IsraŽl werd.

Op de dag dat de Britten officieel Palestina verlieten, 14 mei 1948, riep IsraŽl de onafhankelijkheid uit. De nieuwe staat werd prompt aangevallen door Egypte, JordaniŽ, Irak en SyriŽ. Het aanvankelijke succes van de aanvallers veranderde na het eerste staakt-het-vuren op 11 juni. Tijdens dit staakt-het-vuren hergroepeerden de IsraŽli’s zich en trainden soldaten. Ook wisten ze clandestien wapens te bemachtigen.

In 1949 sloten IsraŽl en haar Arabische tegenstanders onder leiding van de VN overeenkomsten waarin wapenstilstandsgrenzen (de zogenaamde Groene Lijn) werden vastgesteld. IsraŽl bezat nu 78% van het gebied ten westen van de Jordaan. De Arabische landen weigerden echter om IsraŽl en dus deze grenzen te erkennen, en daarom hebben deze grenzen nooit wettelijke internationale erkenning gekregen. Vredesonderhandelingen kwamen dan ook niet van de grond, en bovendien weigerde IsraŽl meer dan 100.000 Palestijnse vluchtelingen op te nemen.

Bron website Israel-Palestina info

Naar boven

Kaarten op tafel

IsraŽl en Palestina: de kaarten op tafel

Het IsraŽlisch-Palestijns zit sinds 2000 muurvast. Veel mensen die betrokken waren bij vredesgesprekken hebben de hoop op een twee-statenoplossing – een onafhankelijke Palestijnse staat naast de staat IsraŽl – opgegeven en lijken zich neer te leggen bij een ‘een-staatrealiteit’.

In IsraŽl & Palestina. De kaarten op tafel een boek van Brigitte Herremans en Ludo Abicht, keren de auteurs aan de hand van een historisch overzicht, terug naar de essentie van het conflict. In de grond draait het om land en basisrechten: IsraŽl heeft een eigen staat en het verhindert de oprichting van een Palestijnse staat. Palestijnse en IsraŽlische mensenrechtenactivisten en academici illustreren hoe IsraŽl ongehinderd de nederzettingenbouw opdrijft en de Palestijnse maatschappij systematisch verwoest.

De auteurs betogen dat een twee-statenoplossing echter geen onmogelijke wensdroom is. Wel is een moediger engagement van beleidsmakers en een kritische benadering tot het conflict nodig. Die kritische houding baseert zich eerder op feiten dan op emoties en durft het onrecht aan beide kanten benoemen. Het is een noodzakelijke voorwaarde voor een effectief vredesproces. Een rechtvaardige oplossing van het conflict blijft immers essentieel: voor Palestijnen en IsraŽli’s ťn voor de bevordering van de stabiliteit in het Midden-Oosten.

IsraŽl en Palestina - De kaarten op tafel
291 blz.
Uitg. Pelckmans 2016

Info uitgever

'IsraŽl-Palestina. De kaarten op tafel' is een boek dat je nodig hebt om te begrijpen waarom woorden gevoelig zijn in dit oeroude conflict, waarom kansen verkeken zijn, waarom muren gebouwd worden, waarom de mensen in Gaza meer aandacht verdienen. Een boek dat je de onbetwistbare feiten en een doordachte visie aanreikt, die nodig zijn om positie in te nemen.'

VRT-journaliste Phara de Aguirre

Naar boven

Een schreeuw om recht

De Nederlandse oud-minister-president Dries Van Agt (1977-1982) werpt zich op als verdediger van de Palestijnse zaak. In 1999 raakte hij tijdens een bezoek aan het Heilige Land geÔnteresseerd in het IsraŽlisch-Palestijnse conflict, en sinds 2005, toen hij een Europese delegatie bij een fact finding mission naar IsraŽl leidde, heeft hij zich opgeworpen als voorvechter en activist voor de Palestijnse zaak. Met opiniestukken in de krant, optredens in praatprogramma’s, lezingen door het hele land, een eigen website (www.driesvanagt.nl) en een eigen boek (Een schreeuw om recht), probeert hij mensen de ogen te openen wat betreft het mateloze IsraŽlische onrecht de Palestijnen aangedaan.

Om een bijdrage te leveren aan een rechtvaardige oplossing richtte hij in 2009 met geestverwanten uit politiek en rechtsgeleerdheid Stichting The Rights Forum op. Die zet zich in voor een rechtvaardig Midden-Oosten beleid van de Nederlandse regering en de Europese Unie.

Een schreeuw om recht

De kwestie Palestina-IsraŽl

Op de website The Rights Forum wordt de kwestie als volgt geschetst:

Weinig onderwerpen houden de wereld, de Verenigde Naties in het bijzonder, al zo lang bezig als wat van oudsher The Question of Palestine heet, de kwestie-Palestina. In het dagelijks spraakgebruik wordt het thema tegenwoordig doorgaans aangeduid met het versluierende begrip ‘het IsraŽlisch-Palestijnse conflict’. Versluierend, omdat de term ‘conflict’ het beeld oproept van een meningsverschil tussen min of meer gelijkwaardige partijen, die in gelijke mate verantwoordelijk zijn voor het ontstaan en de beslechting ervan. Niets is in dit geval minder waar, en de aanduiding kwestie- Palestina of kwestie-Palestina/IsraŽl − verdient dan ook de voorkeur.

Kenmerkend voor de kwestie is juist de volstrekt ongelijke machtsverhouding tussen de beide hoofdrolspelers, IsraŽl en de Palestijnen: IsraŽl is in alle opzichten oppermachtig, de Palestijnen zijn vrijwel machteloos. Een tweede kenmerk is de vťrgaande rechteloosheid van de Palestijnen. Die varieert al naar gelang hun woonplaats, maar ook collectief worden hen elementaire rechten onthouden, het recht op zelfbeschikking in een eigen staat Palestina voorop.

De Palestijnen zijn niet bij machte hun rechten af te dwingen. Daarvoor zijn zij aangewezen op de steun van de derde belangrijke partij in de kwestie: de internationale gemeenschap. Die beperkt zich echter tot het op papier eindeloos herbevestigen van de Palestijnse rechten. Voor het daadwerkelijk beschermen daarvan ontbreekt, ook bij Nederland, tot op de dag van vandaag de politieke wil. Daarmee is de internationale gemeenschap medeverantwoordelijk voor het voortbestaan van de kwestie.

Een rechtvaardige en duurzame vrede tussen IsraŽli’s en Palestijnen zal volgens The Rights Forum een utopie blijven als niet aan de rechten van de betrokken partijen wordt voldaan. Vanzelfsprekend ook aan die van de IsraŽli’s, die er met name op wijzen dat hun veiligheid in het geding is. IsraŽli’s en Palestijnen hebben gelijke rechten, het recht op veiligheid inbegrepen. In de praktijk is er van gelijkheid echter geen sprake, en zijn het de Palestijnen wier rechten met voeten worden getreden.

Website Dries Van Agt

Website The Rights Forum

Naar boven

Netanyahu steunt de annexatie van 19 nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever

Op een bijeenkomst van zijn Likoed partij in de grote nederzetting Ma’ale Adumim verklaarde eerste minister Netanyahu dat hij het wetsvoorstel steunt dat nederzettingen in de bezette Palestijnse gebieden feitelijk zou annexeren.

Ma’ale Adumim is een nederzetting van zowat 40.000 mensen net ten Oosten van Jeruzalem. Het wordt als strategisch beschouwd omdat het ligt in het centrum van de Westelijke Jordaanoever. Door het deel te maken van IsraŽl zou de Palestijnse ambities op een onafhankelijkheid ernstig hinderen.

“Ma’ale Adumim zal altijd een deel zijn van IsraŽl. Bovendien overweeg ik Ma’ale Adumin op te nemen in het wetsvoorstel Groter Jeruzalem.”

“Wij zullen duizenden huizenblokken bouwen. En we zullen de industriezone toevoegen die nodig is voor de expansie die de geavanceerde ontwikkeling van het gebeid. Het gebied zal een deel zijn van de staat IsraŽl.”

Sinds het aantreden van Trump verstout de regering Netanyahu zich om een stroom aankondigingen de wereld in te sturen over het bouwen van nederzettingen.

De Palestijnen beschouwen de Westelijke Jordaanoever, veroverd door IsraŽl in de oorlog van 1967, als een onderdeel van een toekomstige onafhankelijke staat, en beschouwen de IsraŽlische nederzettingen als onwettig – een standpunt dat ruim gesteund wordt door de internationale gemeenschap.

“Dit is een poging van Netanyahu om de twee-statenoplossing de grond in te boren, en een duidelijke weigering om het vredesproces nieuw leven in te blazen.”Aldus Nabil Shaath, een hooggeplaatste adviseur van de Palestijnse president Mahmoud Abbas.

Bron: The Guardian, 3 oktober 2017

Naar boven

Het land behoort de Ene toe

In januari 2014 was Monseigneur Elias Chacour – toen aartsbisschop van Galilea in de Melkitische Grieks-katholieke Kerk - te gast bij Christen Forum. Chacour bewandelde de weg van actieve vredesstichting, en schreef er een boek over: Bloedbroeders.

Hij worstelt met het argument dat de IsraŽlische staat steeds weer gebruikt, dat het Joodse volk terugkeerde naar het land dat hun in eeuwigheid is beloofd.

Maar zijn ook de Palestijnen geen kinderen van de belofte, te beschouwen als Abrahams nakomelingschap?

In de Bijbel leest hij het verrassende antwoord van Jahweh op die vraag. Dit is zijn gedachtengang:

De “herovering van het Beloofde Land” – nog afgezien van de slinkse en desnoods brutale manier waarop dat gebeurde – is voor Palestijnen die eeuwen in dat land hebben geleefd wel een heel existentiŽle crisis. Afgezien van het leed hen berokkend moeten met name Palestijnse Christenen worstelen met de vraag of God wel zonder meer zijn belofte vervuld heeft om het uitverkoren volk opnieuw samen te brengen in hun eigen vaderland.

Het land behoort mij toe

Maar hadden de profeten ook niet gezegd: “Het land behoort mij toe en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn.” (Leviticus 25:23)?

Monseigneur Chacour heeft zich verdiept in de vraag wat God eigenlijk beloofd had.
En aan wie.
En wat hij terugverwachtte.
Wat verwacht God van de afstammelingen van Abraham die beheerder zijn in Zijn land?

God wilde dat zijn volk aan de wereld zou tonen wat Zijn aard was, dat zij in alles wat zij deden het gelaat van God zouden tonen, van de manier waarop zij het landsbestuur organiseerden tot het gebruik van maten en gewichten op de markt.

Diezelfde God kwam zijn arrogante volk, dat vaak jammerlijk in zijn opdracht mislukte, ook altijd weer te hulp.
Waarom hij dat deed zegt Ezekiel:

Niet om uwentwil ben ik doende, huis IsraŽl,
maar om mijn heilige naam die gij hebt ontwijd bij de volkeren waar ge zijt aangekomen.
Weten zullen de volkeren
dat ik de Ene ben,
is de tijding van mijn Heer, de Ene.
Sprenkelen zal ik over u rein water en rein zult ge worden;
van al uw verontreinigingen
en al uw keutelgoden reinig ik u.
Geven zal ik u een nieuw hart,
en een nieuwe geest zal ik in uw binnenste geven.
Mijn geest zal ik in uw binnenste geven;
doen zal ik het zo
dat ge in mijn wetten zult wandelen
en mijn rechtsregels bewaart en ze doen zult.

(EzechiŽl, 36)

Als het volk van IsraŽl in de twintigste eeuw opnieuw redding vindt, dan geldt nog steeds dezelfde intentie:

Wonen zult ge in het land
dat ik heb gegeven aan uw vaderen;
wezen zult ge mij tot gemeente,
en ik, ik zal u zijn tot God.

Het gaat dan om veel meer dan een stuk land. De gave van het beloofde land is een opgave om de eigen identiteit opnieuw scherp te stellen. IsraŽl moet beantwoorden aan zijn hoge roeping.

Zo heeft gezegd de Ene:
waakt over recht en doet gerechtigheid,
want mijn heil is nabij om te komen,
mijn gerechtigheid om zich te onthullen!
Zalig de sterveling die dit doet,
de mensenzoon die daaraan vasthoudt!
Laat de zoon van de vreemdeling niet zeggen,
die zich aansloot bij de Ene niet zeggen:
scheiding makend scheidt de Ene mij af van zijn gemeente!
Want zo heeft gezegd de Ene:
aan hen zal ik geven in mijn huis, binnen mijn muren,
een hand en een naam,
als groter goed dan zonen en dochters;
een eeuwige naam geef ik hem, die niet zal worden weggemaaid.
En de zonen van de vreemdeling
die zich hebben aangesloten bij de Ene om in zijn eredienst te staan,
doen komen zal ik hen
naar de berg van mijn heiligdom en verheugen zal ik hen
in mijn huis van gebed;
[Dat] is de tijding van mijn Heer, de Ene,- die IsraŽls verdrevenen bijeenbrengt:
bij wie al zijn bijeengebracht
zal ik nog meer bijeenbrengen!

(Isaiha 56:1-8)

De herovering van het Beloofde Land had daarmee voor Chacour, de Palestijn, zijn juiste betekenis gekregen.
IsraŽl was niet teruggekeerd naar het land in gerechtigheid, maar als een onderdrukker
.

Zalig wie vrede sluiten

Lees een uitgebreide samenvatting van Chacours analyse

Info bij de conferentie van Elias Chacour

Naar boven

Een coalitie van hoop in Palestina en IsraŽl

Dit is een verkorte versie van een artikel dat Brigitte Herremans schreef voor Broedelijk Delen in 2016.

In het dominante discours over IsraŽl en Palestina is het geweld alomtegenwoordig. Ook op het terrein is de dreiging van geweld nooit veraf. Paradoxaal genoeg is er in Palestina toch een groot draagvlak voor vreedzaam verzet en wordt het ook gevoed door IsraŽlische mensenrechten- en vredesactivisten. Het geweldloze verzet is springlevend, ook al blijft het vaak onzichtbaar.

Verzet in het dagelijkse leven

To exist is to resist is een veelgehoorde slogan in Palestina. De meeste Palestijnen hebben geen grote theorieŽn over vreedzaam verzet maar geven er blijk van in hun dagelijkse leven. Onder de noemer van soemoed (veerkracht) proberen Palestijnse burgers een zo waardig, normaal mogelijk leven te leiden. Voor hen is op hun land blijven en voortdoen het grootste verzet. Amal Nasser, die de bio-boerderij Tent of Nations runt bij Bethlehem, beaamt dit. In mei 2014 werden bij hen zo’n 1.500 fruitbomen van twintig jaar oud met de bulldozer omvergetrokken en verbrand. Ze weigert echter om in vijandschap te vervallen en wil dubbel zoveel bomen terug planten. We refuse to be enemies staat op een steen bij de ingang geschilderd.

IsraŽl een spiegel voorhouden

Sinds 2002 gaf de bouw van de Muur het vreedzame verzet een nieuwe adem, ook dankzij de steun van IsraŽlische en internationale sympathisanten. De bezetting zou zo misschien niet gebroken worden, maar IsraŽl zou wel gezichtsverlies lijden. De vreedzame activisten houden IsraŽl, tot op vandaag, een spiegel voor. In de geest van Gandhi probeert de onderdrukte partij aan te tonen dat beide partijen baat hebben bij gerechtigheid. Zoals de Palestijnse dichteres Samah Sabawi schrijft: “De dag dat ik opsta uit het puin van je onderdrukking, beloof ik je dat ik niet alleen zal opstaan. Jij zal ook opstaan. Je zal bevrijd worden van je tirannie en mijn vrijheid zal je redding zijn.”

De dualiteit van vreedzaam verzet

[Palestijnse] betogingen starten meestal vreedzaam maar lopen toch vaak uit de hand omdat Palestijnse jongeren met stenen naar het IsraŽlische leger gooien. Deze dualiteit toont aan dat het vreedzaam verzet in Palestina geen zwart-wit verhaal is. Veel Palestijnen leven geweldloos maar willen het geweld toch niet helemaal veroordelen, omdat ze kampen met boosheid en menen dat ze het recht hebben om zich te verzetten tegen de bezetting: geweldloos als het kan, maar met geweld als het moet.

Er zijn partners aan de andere kant

De betrokkenheid van IsraŽlische activisten is essentieel om het vreedzame verzet in stand te houden en aan te wakkeren. Veel IsraŽli’s geloven niet dat er aan de andere kant een partner voor vrede is. Ze vrezen dat de Palestijnen tegen het voortbestaan van IsraŽl strijden en zijn blind voor het leed van de bezetting. Uit angst voor geweld trekken ze een schild van onverschilligheid op. IsraŽlische mensenrechtenactivisten en hun bezorgdheid over de koers die IsraŽl vaart, zorgen op zijn minst voor zichtbaarheid en discussie. Maar ook hun strijd wordt steeds moeilijker. Verschillende IsraŽlische regeringen ondernamen stappen om de bewegingsruimte van activisten te beperken.

Geen hoop op een politiek mirakel, maar wel op solidariteit

Burgeractivisten wachten niet op een politiek mirakel, maar ze hebben wel een duwtje in de rug nodig. Wat hen met ons verbindt, is de overtuiging dat solidariteit ertoe doet, dat het uitblijven van de grote vrede ons niet mag verlammen. Op het terrein zijn er Palestijnen en IsraŽli’s die een coalitie van hoop voorbereiden, en ze rekenen op ons.

Brigitte Herremans
Website Broederlijk Delen
29 Januari 2016

Lees het volledige artikel

Naar boven

 

Inhoud

Brigitte Herremans

Historiek

De kaarten op tafel

Een schreeuw om recht

Annexatie nederzettingen

Het land van de Ene

Coalitie van hoop

Vraag stellen?

In het tweede deel van de conferentie beantwoordt de spreker de vragen van het publiek.

U kunt u vraag ook via deze website stellen. Zij wordt dan op de conferentie voorgelegd.

Stel de spreker een vraag.

Stel uw vraag

U kunt ook het formulier downloaden dat bij het begin van elke conferentie aan de deelnemers wordt overhandigd.

U kunt dan het formulier rustig invullen en het tijdens de pauze van de conferentie terugbezorgen aan de uitgang van de zaal.

Download het vraagformulier

Conferentietekst

Een syllabus bij de conferentie wordt verkocht tijdens de pauze op de conferentieavond. Ook op de volgende conferenties van het werkjaar kan u de tekst nog kopen, zolang de voorraad strekt.

U kunt de tekst van de conferentie ook online bestellen!

Bestel de syllabus