Christen Forum Limburg

Maandag 27 november 2017 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt

Het klooster in je leven

Monastieke spiritualiteit als provocatie

Prof. Thomas Quartier

Benedictijn van Doetinchem

Thomas Quartier

Kloosterromantiek trekt tegenwoordig velen aan. Maar is dat de eigenlijke zeggingskracht van het monastieke leven? Als we de lange geschiedenis van het monnikendom bekijken, dan blijkt al snel dat deze levensvorm maar al te vaak aanstoot gaf. Ook vandaag kan een leven dat zich aan de mechanismes van de flexibele samenleving onttrekt, confronterend werken.

Monastieke spiritualiteit kan naast fascinatie ook provocatie betekenen. In deze lezing zal broeder Thomas, zelf monnik en professor voor monastieke studies, de spiegel van het monnikendom voor ieders leven proberen te ontdekken. Kunnen kloosters in de huidige kerk en samenleving opnieuw een heilzame provocatie zijn? Wat betekent de radicaliteit van het monastieke leven voor iedereen die op zoek wil gaan naar zijn eigen innerlijk, naar diepe inspiratie?

Een spannende verkenningstocht die het leven op z'n kop kan zetten

Thomas Quartier

Bron:KULeuven

Naar boven

Prof. Dr. Thomas Quartier OSB (1972) is monnik van de Sint Willibrordabdij in Doetinchem (NL). His bekleedt de leerstoel Monastieke Studies aan de KU Leuven en doceert Rituele Studies aan de Radboud Universiteit in Nijmegen (NL).

Verder is hij verbonden aan het Titus Brandsma Instituut voor Spiritualiteit in Nijmegen (NL) en gasthoogleraar aan de Benedictijnse Universiteit Sant Anselmo in Rome.

Hij publiceerde o.a.: Liturgische spiritualiteit. Benedictijnse impulsen voor klooster, kerk en wereld (Averbode 2017);

Anders leven. Onderweg naar hedendaagse monastieke spiritualiteit (Averbode 2017) en Kimecellen. Van klooster naar wereld (Heeswijk 2016)

Thomas Quartier was eerst oblaat.
Wat is dat?

Voor hij monnik werd, was Thomas Quartier als oblaat verbonden met de St. Willibrordsabdij in Doetinchem

Op de website van de Sint-Willibrordusabdij van Doetinchem staat daarover te lezen:

Wie regelmatig als gast in het klooster komt, kan op enig moment de behoefte voelen aan een vastere band met de abdij en de monniken, waardoor je iets van wat je proeft in het klooster een blijvende plaats in je leven kunt geven.

Wat is een oblaat?

De Sint-Willibrordusabdij biedt iedereen de mogelijkheid om oblaat te worden van het klooster. Iedereen wil zeggen: mannen én vrouwen, van elke christelijke achtergrond.

Oblaten beloven het leven van Christus na te volgen met de Regel van Benedictus als richtsnoer. Ze zijn veel meer dan “vrienden of vriendinnen van het klooster”. Monniken en oblaten delen hetzelfde doel: ze zoeken God.

De kern van de oblatuur is dat je jezelf aan God aanbiedt in verbondenheid met een bepaald klooster.

Als oblaat leg je voor de kloostergemeenschap een plechtige belofte af “om onder leiding van het Evangelie en in de geest van de Heilige Benedictus” je weg te gaan.

Je bent vrij om de geestelijke ordening die je zoekt aan te passen aan je persoonlijke omstandigheden. Een oblaat is geen monnik-in-de-wereld. Je maakt een persoonlijke keuze hoe je jezelf overgeeft aan God en hoe je vormt geeft aan de Regel van Benedictus in je leven.

De wens om oblaat te worden begint bij het ervaren van een innerlijke verwantschap met de kloostergemeenschap. Je hebt contact met één of meerdere monniken en je verlangt om intensiever te delen in hun spiritualiteit.

Benedictus noemt zijn Regel een oefenschool in de dienst van God. Je zoekt zowel thuis als tijdens een aantal bezoeken aan het klooster hoe je je oblatuur een plaats geeft in je leven. Na een proeftijd begint pas de echte vorming tot oblaat, net zoals een chauffeur pas leert rijden na zijn rijexamen. Je weg naar God, naar de mens zoals God die bedoeld heeft, is lang.

Je hebt daar tenminste je hele leven voor nodig. De monniken hebben het voordeel van een stille, gestructureerde omgeving. Jij zult het Goddelijke in jezelf moeten zoeken in een drukke wereld met veel impulsen.

Je oblatuur is een geestelijke instelling, die je in de loop van je leven steeds meer tot uiting probeert te brengen in je handelen. Hieronder volgen wat handreikingen. Als je je leven wilt richten op God, op een geestelijke leven, dan zul je daar tijd voor moeten vrijmaken. Elke liefde bloedt dood bij gebrek aan aandacht. Zoals een moslim 5 keer per dag bidt, kan een oblaat zijn aandacht voor God oefenen door elke dag (een deel van) ons getijdengebed te bidden.

Een andere pijler van het Benedictijnse leven is de geestelijke lezing. Benedictus noemt dit “ lectio divina”, goddelijke lezing. Als je je openstelt, je helemaal leeg maakt en de bijbel of een ander geestelijk boek openslaat, kan er al lezend een ontmoeting met God plaatsvinden. Het is een niet-doelgerichte, meditatieve manier van lezen.

De meeste mensen hebben een druk leven. Elke minuut is vol gepland, al is het maar met uitrusten. Het is moeilijk om in zo’n leven God te ontmoeten. Daarvoor is stilte noodzakelijk. Uitwendige stilte, in de zin van weg van lawaai en verplichtingen. Maar vooral inwendige stilte, het stopzetten van het denken en het zinken in de stilte van het hart. Dat vergt oefening in meditatie. “ Ora et labora”, bid en werk, zou je als samenvatting kunnen zien van de Benedictijnse levenswijze. Niemand wil slaaf zijn van zijn of haar werk. Zeker als oblaat probeer je werk niet te zien als bevrediging van je egoïstische wensen. Met je werk draag je bij aan Gods schepping. Werk dient voor je levensonderhoud, om anderen te dienen en om de opbrengst te delen met mensen die het nodig hebben. Zo kan een oblaat de geest van de armoede onderhouden. Werk is soms een oefening in nederigheid, als je liever onrecht ondergaat dan het zelf pleegt. De laatste pijler van het Benedictijnse leven is gastvrijheid. In de wereld kun je alles kopen, behalve liefde, menselijke warmte. Juist daar is veel behoefte aan.

Het gaat niet om een overvloedig maal en een ruime kamer, maar dat je luistert, de deur van huis en hart opent en iemand binnen uitnodigt. Hoever je wilt gaan met je gastvrijheid, is natuurlijk je eigen keuze. Ook je eventuele partner of gezin moet daar een woordje in meespreken.

Tot slot is het van belang om de band met de kloostergemeenschap te onderhouden. Je kiest niet alleen voor de Regel, maar ook voor je broeders in het klooster. Wij zien onszelf als struikelaars op weg naar God. We kunnen elkaar oprapen en de weg wijzen. Het klooster biedt de kracht van stilte en gebed.

Oblaat word je in de hoop dat je ooit daadwerkelijk voelt dat je één bent met God. Dit noemen we verlichting, het Rijk Gods. Je wilt loskomen van de aardse verlangens en een rijk geestelijk leven met Hem ervaren. Het is een lange, waardevolle weg.

Bron: abdij van Doetinchem

Naar boven

Kloosterleven is keihard werken`

Een gesprek met een zoeker die niet wil vinden, hoogstens gevonden worden.

Naar aanleiding van de verschijning van zijn boek Anders leven – Onderweg naar hedendaagse monastieke spiritualiteit (Berne Media, 3de druk 2017) verscheen op de website NieuwWij een interview met Thomas Quartier: Kloosterleven is keihard werken.

Enkele uittreksels:

Anders leven

U noemt het een roeping om dit boek te schrijven, waarom?

Het boek heet ‘Anders leven’ en dat is voor mij synoniem voor roeping. Roeping geldt voor iedereen; je staat altijd voor de taak je leven tegen het licht te houden.

Je kunt wel zeggen: roeping kan overal? Dat is ook zo, dat is een van de punten van het boek. Maar je hebt wel een biotoop nodig waaraan je je kunt oriënteren. Iedereen die deze weg op wil, verhoudt zich tot zo’n biotoop, en voor mij is dat het klooster. Die roeping vul ik in op mijn manier.

U schrijft dat kloosters juist nu nodig zijn in de wereld, waarom is dat?

Ten eerste kun je een klooster als een contrapunt beschouwen, een tegenpool, een soort anti-maatschappij, niet op effectiviteit gericht maar op beschouwing. Niet profaan en rationeel, maar sacraal. Veel mensen die als gast in een klooster komen, ervaren dat ook zo. En dat is nu bijna nog nodiger dan vroeger, omdat het tempo buiten de kloostermuren alsmaar toeneemt.

Maar dat klinkt defensief: ‘die boze samenleving en het goede klooster’. Zo is het niet. De huidige samenleving is heel sterk in beweging, op tocht. En in de geschiedenis van het kloosterleven zie je dat dit soort periodes altijd de meest creatieve zijn geweest voor de profetische stem van het klooster. Dus deze tijd inspireert het klooster ook. Het klooster corrigeert de huidige tijd, maar vindt er ook zijn humus in. Misschien wel meer dan in de tijd van het Rijke Roomse leven.

Is het niet veel moeilijker om mensen te vinden die willen intreden?

Ik kom veel mensen tegen, jong en van middelbare leeftijd, bij wie van roeping sprake is. Maar hoe moet je dat verstaan? Willen ze klassiek het noviciaat doorlopen, of proberen ze er iets van te leven in hun eigen gezin, op hun werk? Er zijn nieuwe vormen van kloosterleven denkbaar.

Dat neemt niet weg dat je een kerngroep nodig hebt, die het kan dragen. Ik ben er heilig van overtuigd dat er altijd mensen zullen zijn die deze biotopen open houden. Als het er weinig zijn, moeten we het daarmee doen. Het vergt wel meer creativiteit. Voor mij is het niet makkelijk om de balans te vinden, tussen leraar en professor zijn buiten het klooster, en leven in het klooster. Voor een deel is mijn boek geschreven vanuit dat levensexperiment.

Maar u schrijft dan ook dat het er niet om gaat dat je het naar je zin hebt…

Spiritualiteit moet je goed doen, maar ook uitdagen. Tegenwoordig moet het vooral goed doen, als wellness, en durft men bijna niet meer uit te dagen. Een klooster daagt uit – als dat niet gebeurt, als je niet jezelf tegenkomt, als je niet de ander tegenkomt met alle irritaties van dien, dan doe je iets verkeerd. Het kloosterleven drukt je met je neus op de grens en dat maakt het spiritueel. Want dan komt het goddelijke erbij kijken, de vraag naar transcendentie. Daarom is het klooster een heilige plek, met name omdat je met je neus op de grens gedrukt wordt.

Het gaat om de kunst van het loslaten, schrijft u. Dat klinkt mij heel erg zen-achtig in de oren.

Daar hebben we veel gemeen. Het is geen toeval dat onze Willibrordsabdij al decennialang een zen-traditie heeft. Sinds de jaren zestig, zeventig van de vorige eeuw hebben monniken de zen ontdekt en ze treden ermee in dialoog. In de diepste mystieke kern zitten die tradities dicht tegen elkaar aan. Er is een verschil: in het monastieke leven draait het niet om de leegte. Het is echt religieus: de leegte is automatisch gevuld, en daar staat het woord God voor.

Ik heb er bewust voor gekozen in het boek niet als een kat om de hete brij om het woord God heen te cirkelen, wat nogal eens gebeurt. Ik denk: kom uit voor wat je bent, dit is de kern. Uiteindelijk draait het hier om de openheid waarmee je je leven tegen het licht houdt. Welnu, dan moet er ook een licht zijn en dat licht, daar staat voor mij, op een rijke symbolische wijze, God voor. God is voor mij datgene wat de menselijke persoon in alle dimensies telkens weer overstijgt. Ik zelf leef een monastiek leven, dus voor mij is de christelijke God mijn diepste inspiratie en de kern van die roeping.

Kloostertijd, schrijft u, betekent dat een kloosterling altijd alle tijd heeft.

Dat is de paradox van de tijd: altijd alle tijd hebben, een zee van tijd, en die wel effectief benutten. Een zee van tijd klinkt niet effectief… en dat toch doen. Er zijn twee dingen bij van belang. Het eerste is in het nu te leven, in het moment. Leven in het moment: niemand is er een held in, maar het is wel een ideaal.

Het tweede is het licht van de eeuwigheid. Het hele kloosterleven zou totaal zinloos zijn, en het hele verhaal zou niet opgaan, als we niet die eeuwigheidshorizon hadden. Dan zou het een trucje zijn of een circus. De eeuwigheid plaatst het in een zinvol perspectief.

Wat is eeuwigheid?

De Ars Moriendi, de kunst om te leren sterven – daarvoor is het klooster de beste plaats. De dood hoort erbij. De dood is het natuurlijke punt dat ons dwingt de vraag naar de horizon te stellen. Benedictus zegt dat ook: ‘Houd je de dood dagelijks voor ogen.’ Voor mij hoort daar een leven na de dood bij. Er zijn duizend manieren waarop mensen daaraan uitdrukking geven. De hemel doet het niet slecht, merk ik; ook mensen die niet in de christelijke traditie staan, hebben iets aan dat symbolische beeld.

En nederigheid noemt u: jezelf niet vergelijken met anderen.

Dat citaat komt van Dag Hammerskjold. Nederigheid is een moeilijke monastieke houding – het wordt vaak geïnterpreteerd als: je moet je klein maken, je mag je eigen wil niet volgen. Maar verdorie, daar gaat het volgens mij helemaal niet om. Maar jezelf niet vergelijken met anderen, probeer dat eens! We zijn vaak geneigd de ander te domineren, of onszelf op de achtergrond te plaatsen. Maar de kunst is het midden te vinden. Ook valse bescheidenheid is hoogmoed.

Lees het volledige interview

Naar boven

The answer, my friend...

Na al mijn verkenningen van het monastieke leven
begin ik steeds meer de belangrijkste les
van het monastieke leven aan te voelen:
dat je van het klooster in je leven,
inclusief je nederigheid,
niet je volgende project moet maken.

Dan richt je je blik namelijk niet meer naar boven,
en je vergeet waar het je eigenlijk om te doen was.

Om dat niet te vergeten heb je een Regel nodig,
en een oude abt.

Welke abt of abdis
wijst u erop dat u zich daar vooral niet te zeer aan vast moet klampen?

Houd je kinderen niet klein
door hen kunstmatig te dwingen zich kleiner te maken
dan ze zijn.

Monastieke spiritualiteit moet mensen juist laten groeien.

Uiteindelijk weet alleen God het wie u kunt volgen,
of om het met de woorden
van de grote zanger Bob Dylan te zeggen:
"The answer is blowing in the wind."

Reden genoeg om het te blijven zoeken,
een (monastiek) leven lang.

The answer, my friend, is blowing in the wind...

Naar boven

Inhoud

Thomas Quartier

Een oblaat, wat is dat?

Kloosterleven = hard werken!

The answer, my friend

Vraag stellen?

In het tweede deel van de conferentie beantwoordt de spreker de vragen van het publiek.

U kunt u vraag ook via deze website stellen. Zij wordt dan op de conferentie voorgelegd.

Stel de spreker een vraag.

Stel uw vraag

U kunt ook het formulier downloaden dat bij het begin van elke conferentie aan de deelnemers wordt overhandigd.

U kunt dan het formulier rustig invullen en het tijdens de pauze van de conferentie terugbezorgen aan de uitgang van de zaal.

Download het vraagformulier

Conferentietekst

Een syllabus bij de conferentie wordt verkocht tijdens de pauze op de conferentieavond. Ook op de volgende conferenties van het werkjaar kan u de tekst nog kopen, zolang de voorraad strekt.

U kunt de tekst van de conferentie ook online bestellen!

Bestel de syllabus