Christen Forum Limburg

 

 

Maandag 2 maart 2020 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt - grote zaal
Toegang: 5,00 euro

Mijn Walden

Experiment: gelukkig leven met bijna niks

Tomas De Gregorio

Baas van een bloeiende zaak: Walden, of leven in het bos

Tomas De Gregorio

"Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven, om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me te leren had, zodat ik niet op mijn sterfbed zou moeten ontdekken dat ik niet had geleefd." (Henry David Thoreau)

Op 12 juni 2016 verlaat Hasselaar Tomas De Gregorio (°16-07-1984) zijn appartement in het hartje van Brussel en trekt zich in navolging van de Amerikaanse schrijver Henry David Thoreau (°12-07-1817) een jaar terug in de Kermtse bossen. Met een hoofd vol idealen en een budget van 2500 euro gaat hij er op zoek naar zijn Walden. Wat eerst televisie moest worden, werd al snel veel meer: de herontdekking van grote schrijvers en het eenvoudig leven van een mens.

Net als zijn grote voorbeeld beschrijft hij zijn ervaringen in een gedetailleerd dagboek dat iedereen kan downloaden en lezen op www.mijnwalden.be. Een bloemlezing van zijn schrijven – waarin hij tot merkwaardig spirituele conclusies komt, die wij als christenen maar al te goed herkennen – vind je op elders op deze website.

Nu het experiment achter de rug is en er weer twee jaar zijn verstreken, blijft het verlangen springlevend: terugkeren naar Walden. Wordt het experiment een levenslange levensstijl? En hoeveel inspiratie kunnen wij, jongeren en minder jongeren, hieruit putten voor onze eigen weg?

Het grote voorbeeld:
WALDEN van Henry David Thoreau (1854)

Naar aanleiding van een nieuw Nederlandse vertaling van Walden schreef Frank Albers een bespreking voor Knack.
Een verkorte versie:

Henry David Thoreau schreef met 'Walden' een klassieker uit de negentiende-eeuwse Amerikaanse letterkunde.

Henry David Thoreau werd in 1817 geboren in Concord, Massachusetts (VS). Hij studeerde onder ander Latijn, Grieks, wiskunde en filosofie aan Harvard. In 1845 trok Thoreau zich terug in een bos bij het Waldenmeer, waar hij twee jaar lang in bijna volstrekte eenzaamheid bleef wonen. Over die ervaring schreef hij zijn klassiek geworden boek Walden (1854). Met zijn essay De plicht tot burgerlijke ongehoorzaamheid (1849) oefende Thoreau grote invloed uit op onder anderen Mahatma Gandhi en Dr. Marin Luther King.

Wat bezielde de achtentwintigjarige Amerikaan Henry David Thoreau eigenlijk toen hij zich in 1845 terugtrok in een bos aan de rand van zijn geboortedorp Concord, een lieflijk en destijds ook intellectueel erg actief plekje in de noordoostelijke staat Massachusetts?

Wat ging hij doen in het hutje dat hij daar aan de rand van het Waldenmeer eigenhandig had gebouwd, en waarvan je vandaag op ongeveer dezelfde plek nog steeds een replica kunt bezoeken?

Een replica van de hut van Walden

In wat een van de beroemdste passages van Walden, or Life in the Woods (1854) is geworden, lichtte Thoreau zelf zijn beweegredenen als volgt toe:

"Ik ging de bossen in omdat ik bewust wilde leven, om me alleen met het wezenlijke bezig te houden en te onderzoeken of ik niet kon leren wat het leven me moest leren, zodat ik niet op mijn sterfbed zou moeten ontdekken dat ik niet geleefd had. (...) Ik wilde het leven diep doorleven en alle merg eruit zuigen, om zo dapper en Spartaans te leven dat ik alles wat niet het leven was kon verdrijven(...)."

Thoreau zag zijn retraite dus als een experiment, als een oefening in authentiek leven. Dit experiment vergde dat hij zich losmaakte van het suffe, routineuze, miezerige bestaan dat de meeste mensen leiden, wroetend als mieren en met elkaar wedijverend om - om wat? Om geld en aanzien, om status, prestige, macht.

"We verbeuzelen ons leven met kleinigheden,” vond Thoreau, "we vechten als pygmeeën met kraanvogels."Thoreaus vertrek was ook een vorm van protest tegen de verdwazing en de vervreemding die hij allerwegen zag toeslaan, een degeneratieproces dat volgens de schrijver geheel op conto van industrialisering en commercialisering moest worden geschreven.

Zijn solitair experiment - dat overigens niet zo heel solitair was, Thoreau kreeg vaak bezoek en ging zelf dikwijls naar Concord - was ook een twee jaar durende performance, een dubbelzinnig gebaar, niet helemaal onvergelijkbaar met wat de Puriteinen in de zeventiende eeuw ertoe dreef om uit Europa weg te varen en in de Nieuwe Wereld een City upon a Hill op te richten.

Naar Puriteinse smaak was het oude Europa immers zo zondig en verdorven, zo helemaal decadent en ontspoord dat het niet langer op enige Verlossing aanspraak kon maken. Daarom wilden die grauwe protestantste fundamentalisten in de nieuwe wereld een schone, strenge, vrome modelstaat stichten die de Europese zondaars tot lering en voorbeeld moest strekken. Dat was het doel, de bestaansreden, de Manifest Destiny van Amerika zoals de Puriteinen die zagen.

Je zou kunnen zeggen dat Thoreau een geseculariseerde en geïndividualiseerde versie van dit ideaal nastreefde: het verlangen om in eenvoud en in harmonie met de natuur een autonoom individueel bestaan op te bouwen. Dat verlangen was tegelijkertijd een duidelijke afwijzing van de manier waarop de meeste mensen rondom hem leefden, en dus ook een kritiek op de maatschappij die mensen zulke levens opdrong.

Die maatschappijkritische inslag van Walden is het duidelijkst in de eerste drie hoofdstukken. Daar formuleert Thoreau zijn virulente kritiek op de steeds stompzinniger arbeid die zijn tijdgenoten in het snel industrialiserende Amerika van het midden van de negentiende eeuw verrichten.

De "zwoegende mens" schrijft hij, heeft "geen gelegenheid om van dag tot dag zijn ware zelf te zijn; hij kan zich de menselijkste verhoudingen tot de mensen niet veroorloven; de marktwaarde van zijn arbeid zou erdoor dalen. Hij heeft geen tijd om iets anders te zijn dan een machine."

Voorwaar een opmerkelijke parafrase van de kritiek op de vervreemdende effecten van de arbeid onder kapitalistische productievoorwaarden die ene Karl Marx enige duizenden kilometers oostwaarts vrijwel gelijktijdig formuleerde."De mensen zijn de werktuigen van hun werktuigen geworden", schrijft Thoreau. Marx had het niet beter kunnen zeggen.

Thoreau gispt zijn hard ploeterende medemensen om hun hang naar luxe en allerlei andere artificiële levensbehoeften. In een stijl die vaak doet denken aan de geschriften van Jean-Jacques Rousseau trekt Thoreau de zegeningen van het "zogenaamde rijke, verfijnde leven" in twijfel. Hij verdedigt wat latere tijden grenzen aan de groei hebben genoemd.

Beschaving is al te vaak opsmuk, nutteloos comfort zonder enige inhoudelijke verrijking: "Terwijl de beschaving onze huizen heeft verbeterd, heeft ze niet in gelijke mate de mensen verbeterd die erin wonen."

In het slothoofdstuk vindt Thoreau zijn visionaire elan terug. Na de bijtende maatschappijkritiek in de eerste hoofdstukken en de lange meditatie over en in de natuur, richt hij zich opnieuw tot zijn geestelijk verarmde tijdgenoten en roept hen op om het grootse in zichzelf te cultiveren: "Wees een Columbus naar hele nieuwe continenten en werelden binnenin jezelf, en open nieuwe kanalen, niet voor de handel, maar voor het denken. Ieder mens is de heer van een rijk waarbij vergeleken het aardse keizerrijk van de tsaar maar een dwergstaatje is (...)."

Walden van Henry Thoreau

Naar boven

Mijn Walden - of dagboek van een mens

Tomas De Gregorio zou dus gaan leven zoals Henry David Thoreau. Het resultaat is een dagboek "Mijn Walden",
Zo begint het:

Toen ik de volgende bladzijden schreef, althans de meeste ervan, woonde ik in mijn eentje, op een halve kilometer afstand van mijn naaste buren, in een oude caravan die ik zelf had verbouwd, zonder elektriciteit of stromend water, op een weide met paarden en wat fruitbomen in Kermt, Hasselt, en voorzag in mijn levensonderhoud door het werk van mijn handen. Daar heb ik bijna een jaar gewoond. Nu ben ik weer te gast in de beschaafde wereld. Ik zou mijn aangelegenheden niet zo aan u opdringen als mijn plaatsgenoten niet nadrukkelijk hadden geïnformeerd naar de bijzonderheden aangaande mijn levenswijze.

Als ik zou proberen te vertellen hoe ik de afgelopen tijd mijn leven wilde benutten, zou dat waarschijnlijk diegenen onder mijn lezers verrassen die enigszins bekend zijn met mijn vroegere leven. Het zou zeker diegenen verrassen die er niets over weten.

Dag 56

Na de woelige afgelopen dagen heel wat over mezelf geleerd. Tijd voor een portie introspectie. De mensen die me niet kennen zal het misschien verbazen, maar ik ben een innerlijke perfectionist. Op zoek naar het ideale. Op zoek naar de beste versie van mezelf. Geconfronteerd worden met mijn zwaktes en minpunten is daarom zowat m’n ergste nachtmerrie. Een steentje op het pad naar zelfverwezenlijkingen wordt al snel een onpasseerbare rotsformatie. Dynamiet! We hebben dynamiet nodig! Opblazen die handel! Het maakt niet uit hoeveel slachtoffers er vallen, die blok moet weg! En zo blaas ik alles op. Zo zie ik de dingen niet meer helder. Tunnelvisie check, oogkleppen staan pal. Blind vertrouwend op wat mijn koppige en starre blik voor waarheid houdt. Helemaal alleen, de wereld verwijtend dat ze me slecht maakt, het slecht met me voor heeft en ik zo nooit beter zal worden. Blind. Vol ongeduldige frustratie. Ik wil te veel. Ik wil te snel. Lopen voor ik kan stappen. Kop vooruit en beuken tot ofwel de muur, ofwel ik begeef, alles vergetend waar ik naar wil streven: goedheid, liefde, respect, egoloosheid, leven voor anderen eerder dan voor mezelf, vertrouwend in het goede waar het lot een godvrezend mens als vanzelf naartoe zal leiden. Uiterlijk en materieel heb ik niks nodig. Geen nieuwe kleren, geen iPhones, koptelefoons, televisietoestellen, dure wijnen, kaviaar en kreeft. Het kan me allemaal gestolen worden. En als dat niet gebeurt, geef ik het met de glimlach weg. Zo ver ben ik dan toch al. Maar innerlijk wil ik niets minder dan een perfect mens worden. Menselijk, gevend, niet-oordelend, eerder mijn eigen gelijk opgeven ten voordele van het mogelijk ongelijk van anderen, onophoudelijk streven naar een betere wereld en geloven dat die mogelijk moet zijn voor iedereen. Blij zijn met het goede, het kwade hervormen. Jezus en Boeddha achterna. Mezelf verloochenen als de omstandigheden daarom vragen. Me opofferen voor het groter goed.

Maar ik ben klein. Een beginner. De tocht is lang en vol gevaar, niet in het minst komend van mezelf – mijn eigen grootste vijand – nog te zeer in de ban van de wereld hierbuiten. Een wereld waarin je je zwakte niet mag tonen of je wordt verscheurd. Een wereld waarin het geven van kritiek op anderen de beste manier is om jezelf beter te doen lijken, waarin geld en uiterlijk vertoon aanbeden worden ten voordele van rijkheid van geest en innerlijke pracht. To kill or to be killed, het trieste mantra.

Maar ik zal m’n inspanningen verdubbelen. Ik zal de mens blij maken door zotheid en zo al lachend de waarheid verkondigen. Langzaam maar zeker rust vinden. De rust die m’n huidige staat zal opheffen en de nieuwe onafhankelijkheid over mijn land der hemelen uit zal roepen. Geduldig zijn. Goed en open voor iedereen. De tocht begint vandaag opnieuw en ik zal erover waken niet meer in dezelfde vallen te trappen en de nog onbekende gevaren vanop veilige afstand trachten te zien opdoemen. Weg met mijn ego. Weg met mijn zelfbeklag. Vanaf nu plaats ik mezelf op de laagste sport van de ladder. Hier wil ik blijven. Al het goede komt van onderen.

Het Dagboek is gratis te downloaden van het internet.

Mijn Walden - of dagboek van een mens

Het dagboek van Tomas De Gregorio

Naar boven

Je bent zo vrij als je wil zijn

Onder die titel besteedde De Standaard op 11 maart 2017 een artikel aan het experiment van Tomas De Gregorio, 160 jaar na de publicatie van Thoreau's Walden

Een zoektocht naar een authentiek leven is het voor De Gregorio, en dat was het ook voor Thoreau. Alle ballast moest daarbij overboord. Kranten en nieuws zwoer hij af, meubilair vond hij overroepen, geld en luxe onbenullig. "Eenvoud, eenvoud, eenvoud!", schrijft hij. En: "Moeten we altijd meer van deze dingen verlangen en niet af en toe met minder tevreden zijn? Less is more, toen al.

Thoreau was een individualist [...] maar nooit verloor hij de maatschappij uit het oog. Hij keek naar de wereld als één geheel. Hij maakte deel uit van de natuur, net zoals hij deel uitmaakte van de maatschappij. Hij was geen kluizenaar en keerde de maatschappij nooit de rug toe. Meer zelfs: als iemand denkt thoreauiaans te zijn door in de bossen te gaan leven, dan heeft hij totaal niet begrepen waar het boek over gaat. Walden gaat niet over een man die in de bossen leeft. Het gaat eenvoudigweg over een man die leeft.’

Tomas De Gregorio is het daar volledig mee eens: Het gaat niet om het bos, maar om bewust leven. Als jij een job, een huis en een mooie auto wilt, doe gerust. Maar ik zou het fijn vinden als we ons iets bewuster zouden afvragen of het dat is wat we willen. Voor ik hieraan begon, had ik ook niet het gevoel dat ik iets miste."

Hij is niet van plan permanent te wonen op de Limburgse wei, wel wil hij volgens dezelfde principes blijven leven: een goed mens proberen te zijn door te kiezen voor minder. "Mensen vragen mij wat ik bijdraag aan de maatschappij. Ik denk dat mijn zoektocht belangrijker is dan geld, maar ik ben niet tegen geld. Ik plaats mij niet buiten het systeem, maar ik heb wel geleerd dat je je niet afhankelijk moet opstellen. Dat er binnen het systeem veel kansen zijn om anders te leven. Je bent zo vrij als je wil zijn."

Tomas De Gregorio en zijn kippen

Naar boven

Een jaar gelukkig leven met bijna niks

Op 14 april 2017 was Tomas De Gregorio te gast bij Van Gils en Gasten op Een

Bekijk de afleering

Bij Van Gils en Gasten

Naar boven