Christen Forum Limburg

 

 

Maandag 20 januari 2020 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt - grote schouwburg
Toegang: 5,00 euro

Oud en moe van dagen?!

Over oud worden, doodsverlangen en de vele vooroordelen hieromtrent…

Dr. An Haekens

Hoofdarts Alexianen Zorggroep Tienen

CM

Deze conferentie wordt georganiseerd in samenwerking met CM.

An Haekens

Er is iets raars aan de hand met de beeldvorming over ouderen in onze samenleving. Vroeger overheerste het ‘deficit-model’, waarbij ouder worden enkel ‘verval’ betekende… Het beeld werd doorheen de jaren positiever: er komen steeds vaker heel fitte, actieve, ondernemende senioren in beeld, wat uiteraard toe te juichen is. Anderzijds heerst er een maatschappelijk beeld dat ouderen, wanneer ze geconfronteerd worden met verlies – in welke betekenis dan ook (lichamelijk, relationeel, mentaal…) – een ‘mensonwaardig’ leven leiden en/of ‘levensmoe’ zouden zijn.

In deze lezing wil An Haekens dieper ingaan op die beelden en gehanteerde vooronderstellingen, op de gevolgen van die beeldvorming zowel voor de ouderen als voor heel de samenleving.

An Haekens

An Haekens is hoofdarts - psychiater-psychotherapeut bij Alexianen Zorggroep Tienen

Te gast bij Berg en Dal

Op 12 januari 2020 was An Haekens te gast bij Pat Donnez in het programma Berg en Dal van Klara.

In het programma las An Haekens een gedicht van Johan Van Oers: Omstandigheden met perspectief

Mijn vader en ik: niet altijd rozengeur en maneschijn.

De tijd dat ik hem de man van mijn moeder noemde ligt nog vers in het geheugen van mijn bloed.

Maar toen ik hem voor de eerste keer in het tehuis op de plee hielp
was ik zo dicht bij zijn lichaam dat ik schrok van zoveel hulpeloosheid.

Het perspectief op mijn vader is lichtjes gekanteld.

Misschien hebben wij beiden nog even de tijd om van elkaar te genezen

Luister naar het programma

Utopia revisited

Op een symosium over levensmoeheid in Leuven op 21 oktober 2017 sprak o.m. An Haekens

In het Utopia van Thomas Moore worden zieken door priesters en vertegenwoordigers van de overheid aangemoedigd om een einde te maken aan hun leven bij ondraaglijk of uitzichtloos lijden of zich daarbij te laten bijstaan ('je bent anderen tot last en jezelf tot kwelling'). Niet echt een vorm van zelfbeschikking, het is immers de andere die beslist wanneer je mag stoppen...

Hoe zit het met onze 'ideale' samenleving waar net zelfbeschikking het hoogste goed aan het worden is? Wat zegt de toenemende problematiek van levensmoeheid over onze 'ideale wereld' en onze manier van naar ouderen kijken?"

Zieken, zoals ik al zei, worden in Utopia liefderijk verzorgd, en niets, maar dan ook werkelijk niets wordt er nagelaten om hun de gezondheid terug te geven: hetzij door medicijnen, ofwel door een dieet. Heeft iemand een ziekte die ongeneselijk is, dan zullen ze hem altijd opzoeken en gezelschap houden, kortom al het mogelijke doen om zijn lijden te verzachten.

Wanneer echter de ziekte niet alleen ongeneselijk is maar de patiŽnt nog voortdurend martelt bovendien, dan komen priesters en overheid met zo iemand praten. ‘Je bent’ – zo zeggen zij dan – ‘tegen geen enkele eis van het leven meer opgewassen. Je bent anderen tot last en jezelf tot een kwelling, je hebt op die manier jezelf overleefd. Van dit langzame bederf hoef je niet langer de prooi te zijn wanneer je dat zelf niet wilt; neem toch een besluit en kies voor de dood, – want het leven is een marteling voor je! Verlos jezelf echter vol goede hoop uit de kerker, de folterkamer van dit leven van lijden, – of sta toe dat een ander je daaruit verlost. Dat zou van jouw kant een verstandige daad zijn: je berooft immers jezelf van niets waardevols als je sterft, – je maakt alleen maar een einde aan je doodsstrijd. Maar niet alleen dat dit een daad van gezond verstand zou zijn, – het is ook iets wat je gerust mag doen, waar je zelfs goed aan doet. Aangezien het de priesters zijn die het je aanraden, de vertolkers bij uitstek van God en zijn wil, kan het een vrome en heilige daad worden genoemd.

Luistert iemand naar deze raad, dan kan hij door vasten een eind maken aan zijn leven, ofwel men geeft hem een slaapdrank, waardoor hij heengaat zonder het te beseffen. Maar tegen zijn wil iemand uit de weg ruimen doen zij nooit, en zij verslappen in dat geval ook in het minst niet in hun goede zorgen. Laat iemand zich op deze manier bewegen om te sterven, dan geldt dat als eervol. Maar wie zichzelf de dood aandoet zander goedkeuring van de priesters en de senaat, die wordt zelfs geen begrafenis of verbranding waard gekeurd, – men smijt het kadaver ergens in een moeras.

Uit Utopia van Thomas More - Het thema is dus niet nieuw!

Is het dat wat we willen?

De to-dolijst van magere hein

Naar boven

De vertwijfeling van een arts

Column van An Haekens in Tertio 917 van 6-9-2017

Onlangs kreeg ik telefoon van een huisarts. Hij zat met een vervelende zaak. Een patiŽnt die hij sinds jaren kende en al een tijdje in een rusthuis verbleef, drong aan op euthanasie. Mijn confrater voelde zich er niet goed bij en twijfelde of de man in aanmerking kwam voor euthanasie. Aangezien zijn patiŽnt bleef aandringen, besloot de arts een collega een tweede advies te vragen. Die concludeerde dat de patiŽnt effectief niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden voor euthanasie.
Case closed.

Bedenkelijk verloop

Maar de oude man gaf niet op en uiteindelijk vroeg mijn collega nog een andere arts een advies. Die laatste kwam tot dezelfde bevindingen: euthanasie op basis van fysiek lijden was niet mogelijk, wel suggereerde hij dat euthanasie op basis van uitzichtloos psychisch lijden een mogelijke “oplossing” was, gezien het leed dat zijn lichamelijke beperkingen (slecht zicht, verminderde mobiliteit) met zich meebrachten. Hiervoor was bijkomend advies van een psychiater nodig. En zodoende belde de huisarts mij op. Ik vond het verloop van de casus bedenkelijk maar voelde bij mijn collega hoe zwaar dit verhaal op hem woog en liet me overtuigen de man op te zoeken in het rusthuis.

Niet uitbehandeld

Hij verwelkomde me hartelijk en vertelde waarom hij dood wou: uit levensmoeheid. Ik moest gauw het licht op groen zetten voor zijn dood. Hij smeekte me om hulp. Ik werd erg geraakt door het appel dat van hem uitging. Maar moest ik nu beslissen of die man het recht had te sterven of niet? En was er echt sprake van uitzichtloos psychisch lijden? Het was snel duidelijk dat er nog geen traject was opgestart om het psychische (existentiŽle) lijden te exploreren en te begeleiden. Hij was absoluut niet uitbehandeld”. Er leek mij nog heel veel mogelijk om die man opnieuw wat zin te laten ontdekken, ondanks zijn beperkingen. De huisarts was opgelucht met mijn negatieve advies en voelde zich gesterkt.

Uit de omgeving kreeg ik evenwel felle, negatieve reacties: ze gaven mij het gevoel dat ik onbarmhartig, harteloos en allesbehalve empathisch was. Hoe kon ik die man in nood het recht om te sterven ontzeggen? Daarvoor dient de wet toch?

Consequent en consequenties

Die casus liet me niet los. Wanneer ik dan lees dat dokters dringend moeten nadenken over euthanasie bij levensmoeheid of voltooid leven, dat we euthanasie consequent moeten doordenken, vraag ik me af wat de consequenties wel zijn. Voor ons allen en voor artsen in het bijzonder.

Hoelang duurt het nog vooraleer het gewoon is een spuit-je te vragen als men oud is – en wie bepaalt daarbij wat oud is? Euthanasie schijnt steeds meer een verworven recht waarbij de wet een bijkomstig, vervelend detail lijkt. Het is moeilijk daar geen economische logica in te zien. En het is nog moeilijker niet cynisch te worden bij de gedachte dat tegemoetkomen aan zo’n doodswens een teken van christelijke barmhartigheid zou zijn.

De dam lijkt gebroken, de shift lijkt gemaakt. Iedereen moet voor zichzelf kunnen beslissen wanneer het genoeg is, dat is het nieuwe normaal.

Hoopverlener

Voor mij goed, maar wat zijn de gevolgen voor artsen en in het bijzonder voor psychiaters? Zonder daarvoor te kiezen, krijgen we de rol toegemeten van diegene die moet beslissen of een leven nog zin heeft. Ik heb als arts steeds gekozen voor de meest kwetsbaren – psychiatrische patiŽnten, ouderen met dementie, verstoten alcoholisten – en wil me voor hen blijven inzetten als hoopverlener. Een samenleving die het evident vindt dat sterven op verzoek een recht wordt en dat artsen maar empathisch en barmhartig zijn als ze hierin zomaar meegaan, moet dringend eens nadenken welke toekomst ze aan het creŽren is.

Dat de euthanasiewet niet deugt, wordt overigens nog maar eens bewezen. Men kan blijven dokter-shoppen tot iemand meegaat in het eigen verhaal. Hoog tijd voor een herziening van de wet waarbij het minimum een  a priori evaluatie moet zijn: een grondige evaluatie van elke euthanasieaanvraag vůůr de dood – en niet nadien, zoals de wet nu voorschrijft. Dat zou niet alleen meer houvast bieden aan de arts, maar ook meer zorgvuldigheid garanderen voor de patiŽnt en ervoor zorgen dat de samenleving waakzaam blijft voor het hellend vlak waarop we zijn terechtgekomen.

Naar boven

Het voltooide leven

Rond het veelbesproken thema van het voltooide leven schreef filosoof Paul van Tongeren een essay: Willen sterven – over de autonomie en het voltooide leven.

In Tertio nr. 958 van 12 juni 2018 wijdt Willem Lemmens er een bespreking aan.

“Voltooid leven” en de paradox van het menselijke verlangen

Willen sterven - over de autonomie en het voltooide leven

Willen sterven - over de autonomie en het voltooide leven
Uitgeverij Kokboekencentrum 2018 80 pp.
EAN 9789043529457

Wat wil iemand eigenlijk die zegt dood te willen? Voor filosofen, zo verdedigt Paul van Tongeren, is dat alvast geen zinloze vraag. In zijn essay Willen sterven. Over de autonomie en het voltooide leven analyseert hij die vraag tegen de achtergrond van de discussie over “voltooid leven” die in Nederland opflakkerde en die ook in Vlaanderen aandacht kreeg.

Het essay vermijdt de gangbare clichťs en stemt tot nadenken over hoe wij vandaag met dood en sterven omgaan. Wat is eigenlijk het verschil tussen willen sterven omdat men het eigen leven voltooid acht, dan wel omdat men als ongeneeslijke zieke een ondraaglijk lijden wil doen ophouden? In het tweede geval laat de euthanasiewet in BelgiŽ en Nederland toe dat het leven van een patiŽnt door een arts intentioneel wordt beŽindigd, en dit binnen strikte voorwaarden. Maar steeds meer weerklinkt in beide landen het pleidooi dat men ook het recht moet hebben te kiezen voor de dood als men “der dagen zat” is, het leven niet meer ziet zitten. In Nederland vindt de partij D66 onomwonden dat de overheid de taak heeft het recht op zo’n zelfgekozen dood legaal mogelijk te maken. Ook bij ons zijn sommigen duidelijk die mening toegedaan. Paul van Tongeren neemt die vragen ernstig, maar is ook bezorgd.

De discussie over “voltooid leven”, zo stipt Van Tongeren aan, kan niet los worden beschouwd van euthanasie om medische redenen, maar staat toch apart. Willen sterven om aan door ziekte veroorzaakt fysiek en psychisch lijden te ontkomen is iets anders dan willen sterven omdat men het wil ondanks de afwezigheid van een terminale ziekte. Wat gaat eigenlijk om bij mensen die dat laatste oprecht verlangen, vraagt Van Tongeren zich af. Kan men dat echt willen? Op het eerste gezicht lijkt die laatste vraag absurd. Het is toch niet zo moeilijk een doodswens van een oudere persoon te begrijpen, hoe schokkend dat verlangen soms ook overkomt, zeker als iemand dierbaar ons ermee confronteert? En toch. Dat ons spontane begrip voor dat verlangen toch ook gepaard gaat met een gevoel van weerstand en onbehagen is geen toeval.

Onherroepelijk

Via Augustinus, Ludwig Wittgenstein en Hannah Arendt legt Van Tongeren uit hoe paradoxaal het eigenlijk is in naam van de radicale zelfbeschikking iets te willen – met name de dood – wat ook onherroepelijk elke autonomie en elk vermogen tot “willen” radicaal opheft. Zoals ook Jean Amery het stelt in zijn studie over zelfdoding: men eist in de bewust gekozen dood een ultieme act van vrijheid op waarin tegelijk “de vrijheid zal verdwijnen”. De zelfgekozen dood pretendeert dus een uiting te zijn van radicale autonomie, maar is tegelijk een erkenning van de absolute grens van diezelfde autonomie. Van Tongeren ziet daarom in de idee van het voltooide leven het symptoom van iets anders, met name een wens erkend te worden als oudere, gehoord te worden in zijn of haar eenzaamheid. Het “willen sterven” is eigenlijk de uiting van een verlangen gedragen te worden in dat willen – niet alleen te zijn. De vraag is nu of wij als samenleving de betekenis van dat verlangen wel recht doen door het goedschiks kwaadschiks te faciliteren, te herleiden tot een soort preferentie waarvoor legaal en praktisch ruimte moet worden geschapen.

Een daad van opstand

Hier heeft Van Tongeren pertinente bedenkingen, als filosoof, maar ook als bewogen burger. Hij erkent dat de vraag om te sterven, zelfs al is men niet dodelijk ziek, wel degelijk invoelbaar is. Dat wordt mooi geÔllustreerd met het getuigenis van de Zuid-Afrikaanse schrijver Karel Schoeman, die op zijn 78ste uit het leven stapte, nadat hij enkele jaren na elkaar zijn wil om te sterven steeds sterker zag worden. Maar hier schuilt precies die paradox: de wil om te sterven is als een heteronome kracht die de geest van de oudere prangend gaat “bezetten”, tot alleen die wens overblijft. Ook Els van Wijngaarden onderkent die dynamiek in haar studie Voltooid leven. Over leven en willen sterven, waarin zij 25 mensen tussen 76 en 99 aan het woord laat voor wie het leven geen zin meer heeft. Moeten wij als samenleving de cultivering van die doodswens, de “wil om te sterven”, echt herleiden tot een uiting van ultieme zelfbeschikking die koste wat kost moet worden erkend? Is dat ons laatste woord ten aanzien van het verlangen van die groep oudere mensen?

Bezinnen

Van Tongeren geeft geen definitieve antwoorden of oplossingen op het vraagstuk van het voltooide leven. Wťl vraagt hij de lezer zich toch eerst grondig te bezinnen over de vraag die leeft in de vraag naar het willen sterven. Misschien is die vraag tegelijk een daad van opstand tegen de dood, tegen het “moeten” sterven, tegen het feit dat we op een welbepaald punt in ons leven echt onze autonomie uit handen zullen moeten geven. Maar is die opstand ook niet een miskenning van de diepste structuur van het menselijke verlangen zelf? Betekent verlangen niet dat men net bewogen wordt door iets wat niet meer tot onze autonomie valt te herleiden?

Illusie

Misschien is in die zin de idee dat een leven ooit “voltooid” is inderdaad een illusie. Willen sterven is eigenlijk willen leven, ondanks alles. Misschien moet onze samenleving dat blijvend willen “zien” en zoeken naar manieren om ook de oudere, eenzame mens te blijven verleiden tot het leven. Want als we de idee van het voltooide leven echt het laatste woord geven, dan houdt niets ons nog tegen aan elk van ons – ongeacht leeftijd of fysieke conditie – het recht te geven geholpen te worden bij het sterven, als we denken echt dood te willen. Dan wordt de doodswens even legitiem als de levensdrift: dan is het even waardevol te willen leven als niet te willen leven. Hoe filosofisch die conclusie ook is, de praktische consequenties ervan zijn verstrekkend. Van Tongeren heeft een essay geschreven dat ons daar beklijvend aan herinnert

Naar boven

Angst voor het onverwachte einde

Euthanasie bij dementie?

In een artikel in Tertio nr. 1032 van 20 november 2019 heeft An Haekens het over de recente voorstellen om euthanasie mogelijk te maken bij dementie.

Voltooid leven

In een interview pleitte radio-icoon Lutgart Simoens voer euthanasie bij een "voltooid leven", De idee werd onmiddellijk gerecupereerd door Gwendolyn Rutten van Open VLD maar is intussen afgevoerd. Wellicht is het nog te vroeg om de samenleving dit logische eindpunt te laten zien van de glijbaan waarop de euthanasiewetgeving ons heeft geplaatst: de volledige autonomie, waarbij zelfs geen medische indicaties meer nodig zijn om op eigen verzoek de dood toegediend te krijgen en waarbij de arts de blinde uitvoerder wordt van de wil van de patiŽnt, hoe oud of jong die ook is (want waar ligt de grens voor een "voltooid leven"?)

De angst voor dementie

Zgn. redelijk voorstel

Zelfs voorstanders van euthanasie sloten zich niet aan bij het liberale voorstel. Maar intussen was het pad geŽffend om een paar dagen later (opnieuw) een ander, "redelijker" voorstel te lanceren: euthanasie bij dementie. Voorstanders hadden kunnen aangeven dat ook voor hen de deur naar euthanasie niet volledig dient te worden opengezet. Nu kon er gesproken worden over iets waar "iedereen het over eens is", namelijk euthanasie voor personen met dementie op basis van een voorafgaande wilsverklaring. De reeds ingezette cultuurverande¨ring rond het sterven raakt stilaan voltooid.

Belangrijke grens

Als we euthanasie bij dementie op basis van een wilsverklaring toelaten, steken we een belangrijke grens over: we houden dan geen rekening meer met wat de persoon zelf te kennen geeft op het moment dat anderen beslissen dat het tijd is voer diens euthanasie. Misschien verzet die persoon zich op dat ogenblik tegen de euthanasie, ook al beseft hij of zij niet ten volle wat er gebeurt, of omgekeerd, is hij of zij zich wel degelijk bewust van wat te gebeuren staat maar wil het leven ver¨der zetten, zelfs met dementie. Wie beslist dan wanneer het tijd is om te sterven? Denk aan de recente rechtszaak in Nederland: een casus waar de arts een dame met dementie eerst verdovende medicatie gaf om nadien de euthanasie "rustig" te kunnen uitvoeren. De wil van die persoon is op het ogenblik van de euthanasie van geen enkel belang meer.

Angst bezweren

Dat druist totaal in tegen de persoonsgerichte benadering die we in de ouderenzorg zo koesteren ťn tegen de geest van de euthanasiewet zelf, waar overleg en communicatie tussen arts en patiŽnt cruciaal zijn. Als arts zie ik dagelijks wat voor erge ziekte dementie is, zowel voor de betrokkene als voor de omgeving, Maar het eenzijdig negatieve beeld dat maatschappelijk wordt opgedrongen, jaagt mensen schrik aan en de idee van een wilsver-klaring lijkt die angst te kunnen bezweren. De praktijk leert evenwel dat de beleving van een dementieproces enorm kan variŽren en dat men dit bij de opstelling van een wilsverklaring bijzonder moeilijk kan inschatten, zeker in een maatschappelijke context waar mensen met dementie per definitie niet meer menswaardig lijken te kunnen leven.

Nieuw taboe

Met euthanasie bij dementie wil men opnieuw een taboe laten sneuvelen. Hoe ver zijn we dan nog af van levensbeŽindiging in andere situaties waarin niet langer rekening moet worden gehouden met de actuele wil van de betrokkene, zoals bij zwaar mentaal gehandicapte personen? Maar met elk taboe dat sneuvelt, ontstaan nieuwe taboes. Het verlies van de autonomie en het afhankelijk worden van de zorg en de liefde van anderen lijkt zo het nieuwe taboe te worden.

Naar boven

Ik ben maar een beetje mens meer,
maar mij krijgen ze nog niet klein.

Journaliste Veerle Beel van De Standaard bezocht De Wingerd, een woonzorgcentrum in Leuven, een van de plaatsen in Vlaanderen waar alleen ouderen met dementie wonen, 147 in het totaal.

Het praktijkverhaal bevestigt dat we moeten oppassen om beslissingen te nemen in de plaats van de wilsonbekwamen.

Wie beslist dat het tijd is om te gaan als je dat zelf niet meer kunt doen? Is er nog wel nood aan een vervroegd levenseinde als er over de zorg niet te klagen valt? En hoe denken dementerenden er zelf over? "Ik ben maar een beetje mens meer, maar mij krijgen ze nog niet klein."

Lieve is ťťn van de bewoners.

"Ik bťn hier ook helegans thuis", zegt Lieve, een nog fitte bewoonster die haar familienaam niet in de krant wil. "Mijn huis is weg nu. Mijn ouders zijn overleden, we waren met tien. Oh, wacht, ik ben zelf ook al oud. Mijn zussen en broers zijn allemaal aan het beven. Was ik gestorven op 80 jaar, dan had ik dit nu niet gehad. Ik heb dementie, maar ik kan nog spreken, hoor. Ik kan nog genieten. Ik kan nog lťven. Ik heb een pensioen en als ik doodga, krijg ik dat niet meer. Het is toch waar, hŤ?’

"Ik weet wat het is", zegt Lieve. "Ik ga geen euthanasie doen. Dat is jezelf van kant maken. Als ik ziek zou worden, ja, dan! Maar nu is het nog de moeite. Ik zeg weleens tegen de kinderen: ik, met mijn demente kop! Maar ik maak er geen drama van."

Voor ik het goed besef, neemt Lieve ons mee in een verhaal dat totaal geen steek houdt. Om me dan ineens aan te kijken en te vragen: "Vind jij dat ik verschrikkelijk dement ben? Nee, toch?" Het brengt me even van slag: dit is een vrouw die wel degelijk aan dementie lijdt en juridisch wilsonbekwaam is, maar daarnet toch duidelijk te kennen heeft gegeven dat ze nog kwaliteit van leven ervaart

Ach Oma, zolang wij nog precies weten wie jij bent!

Naar boven

Dat is pas de hel

Eigen baas

Je kan het heel cynisch bekijken en er een economische logica achter zien: we worden allemaal te oud en de vergrijzing heeft een grote kost. Mensen euthanaseren in plaats van ze naar een WZC te sturen, dat zou eens een grote besparing zijn! Maar het gaat om meer dan dat: het gaat over een bepaalde cultuur in een samenleving, de grenzeloze verheerlijking van de "zelfbeschikking".

Levenslang sterfelijk

De Nederlandse filosoof Awee Prins stelt in een recent interview in Medisch Contact: 'We beschikken in ons leven nooit over onszelf. We nemen beslissingen in dat leven, we doen dingen, maar het is allemaal tastend en dwalend. We hebben geen grip op het leven, en al helemaal niet op het sterven. Je bent je hele leven lang sterfelijk". Paul van Tongeren schrijft in zijn boeiend essay Willen sterven: "Als we lezen dat mensen de gedachte dat ze niet langer de auteur zijn van hun eigen levensverhaal onverdraaglijk vinden kan ons dat helpen ons te realiseren dat we ook eerder niet zonder meer die auteur waren. Maar ook tussen het begin en het einde zijn er heel wat meer acteurs en regisseurs die het verloop bepalen van het toneelspel van ons leven. Wie zich dat realiseert, hoeft minder te vrezen voor het moment dat hij de hoofdrol of de regie moet overgeven aan anderen".

Meer dan je geheugen

In onze samenleving leeft bovendien de idee dat je "nuttig" moet zijn. Oud worden is okť, zo- lang je meekan. Eenmaal zorgafhankelijk word je waardeloos en verdwijn je "uit beeld". Terwijl die fase gewoon bij het leven hoort. Hier past ook de idee dat we maar mensen zijn zolang we over onze verstandelijke vermogens beschikken. Dementie wordt dan het ergste wat er is; mensen met dementie worden beschouwd als waardeloos, als "niet-mensen", terwijl mensen met dementie geen lege hulzen zijn: mensen zijn veel meer dan hun haperend geheugen. We zijn allemaal broos, kwetsbaar en afhankelijk van anderen, heel ons leven. Oud worden is een fase die bij het leven hoort. Ons leven bestaat uit periodes waarin alles voor de wind gaat en periodes van tegenslag en falen. Laat ons dat aanvaarden en elkaar echt bijstaan, in goede en kwade dagen. In zo'n samenleving kan ik oud worden zonder angst, niet in die van Distelmans, waar afhankelijke en dus "onnuttige" mensen er beter niet meer zouden zijn: dat is pas de hel.

An Haekens: Het hellhole van professor Distelmans in Tertio 989 van 23 januari 2019

Naar boven

Een onbewoond hoofd

Een onbewoond hoofd

De titel schreeuwt tot nadenken, totdat ik niet meer weet,
de foto laat mij zien, een hoofd, zo onbewoond en leeg.

Zijn wij nog iemand als onze hersenen vervagen
als ons gedrag zijn eigen zin doet
en de emoties zijn vervaagd?

Zijn wij nog mens als wij niet weten, hoe de wereld verder leeft,
ben ik nog ik, als 'k ben vergeten, hoe mijn liefste eigenlijk heet?

Houd ik op om mens te zijn als de ziekte hersens vreet,
als mijn gedachten zijn vergeten wie ik ben en wat ik weet?

Ben ik pas ik, en jij pas jij, als je je leven regelen kan,
maar jij en ik zijn toch ook wij, of denk je dat het zo niet kan?

Ik ben nog ik, al ben ik wel gevallen
in de handen van de mensen om mij heen.

Laat me ik zijn, al ben ik anders,
laat me schitteren in het mij-zijn.
'k Ben geen ziekte, 'k ben geen leeghoofd,
mijn hoofd is echt niet onbewoond.

Mijn hoofd wordt langzaam onverklaarbaar,
maar tot de laatste snik bewoond.

Antonet van Tilburg

Naar boven