Christen Forum Limburg

maandag 21 maart 2016 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt (Grote zaal)

Ruimte voor christelijke identiteit

De positie van geloof in de huidige werkelijkheid

Lieven Boeve

Directeur-generaal van het Katholiek Onderwijs in Vlaanderen

Lieven Boeve

"De samenleving heeft de voorbije jaren bitter weinig inspanningen gedaan om jongeren te leren omgaan met diversiteit. Men heeft er alles aan gedaan om de publieke ruimte neutraal te maken. Maar wij leven niet van neutraliteit. Mensen leven van zingeving, van verhalen. En die zijn nooit neutraal.”

Aan het woord is Lieven Boeve, in een interview over de plaats van levensbeschouwingen in de maatschappij. Voor Christen Forum beantwoordt hij de vraag welke ruimte er nog rest in het publieke domein voor een christelijke identiteit. Welke is de positie van geloof, identiteit, opvoeding en vorming in de huidige culturele, sociale, economische en politieke werkelijkheid, met aandacht voor de (super)diversiteit en de crisis? Hoe worden de bestaande levensbeschouwelijke patronen ter discussie gesteld en uitgedaagd? Hoe kunnen godsdiensten, en meer bepaald het christendom, op een bijzondere manier bijdragen tot het welzijn en de toekomst van de mens, de jongere in het bijzonder? Daarbij is ook de band kerk-maatschappij, katholiek onderwijs-kerk niet zonder belang. Met deze conferentie geeft Lieven Boeve ons een inkijk op de kansen die in het versnelde proces van detraditionalisering, individualisering en pluralisering besloten liggen.

Christelijke identiteit

Op www.netwerkvoorpastoraalmetjongeren.be verscheen een artikel Christelijke identiteit in beweging van Peter Malfliet (verantwoordelijke jeugd- en gezinspastoraal bisdom Gent). Hij verwerkt daarin ook ideeŽn van Lieven Boeve.

Enkele uittreksels:

De traditionele godsdienst in zijn geÔnstitutionaliseerde vorm is op de terugweg. Tegelijkertijd ontwaart men een terugkeer van religie in de meest brede zin van het woord: “de wereld zindert en knispert van religiositeit”. De moderne cultuur heeft de vanzelfsprekendheid van religieuze tradities ondermijnd. Tegelijkertijd schiet diezelfde cultuur duidelijk tekort wanneer het gaat om de diepere zinvragen van mensen. Het woord ‘zingeving’ is dan ook bijzonder populair. Het verraadt meteen ook de kern van de postmoderne houding. Het individu, teruggeworpen op zichzelf, ontwerpt en bricoleert zijn of haar religie en gebruikt daarvoor brokstukken van uitstervende tradities. Religie wordt lifestyle. Onvermijdelijk leidt deze postmoderne houding tot traditie≠vervaging.

Een terugkeer naar vroeger is niet wenselijk en niet mogelijk. Zoveel is duidelijk. De Katholieke Actie ligt achter ons. Sommige organisaties kiezen ervoor om ‘pluralistisch’ te worden. Maar wat betekent dan ‘pluralisme’? In de praktijk is het nogal eens synoniem van ‘neutraal’: de discussie over levensbeschouwing wordt gewoon stilgelegd.

Is er een andere weg mogelijk? Wij menen van wel. Deze weg neemt zowel de christelijke oorsprong van bewegingen als de plurale context ernstig. Christelijke bewegingen kunnen aldus oefenplaats worden van een welbegrepen pluraliteit waarbinnen een authentiek christendom wordt gecommuniceerd.

Een welbegrepen pluraliteit doet recht aan de verscheidenheid van overtuigingen. Ten aanzien van de plurale context waarin we vandaag leven kunnen drie houdingen uitgetekend worden. De eerste houding is deze van de 'on≠verschil≠ligheid'. Het Nederlandse woord drukt het goed uit. Alle levensovertuigingen komen op hetzelfde neer: er is geen verschil. Uiteindelijk maakt het niet uit wat je gelooft. Tegenpool van dit doorgedreven relativisme is het fundamentalisme. Alleen de eigen overtuiging is de ware. Het fundamentalisme heeft geen begrip voor de mogelijkheid van het standpunt van de andersdenkende, meer nog: het duldt het andere standpunt niet. De overtuiging wordt gewelddadig. Beide houdingen zijn elkaars tegengestelde, maar ze hebben iets gemeenschappelijks: zowel de houding van onverschilligheid als het fundamentalisme sluiten echte communicatie of dialoog met het andere dan zichzelf uit. Daarom opteren we voor een derde grondhouding. We omschrijven ze als communicatie vanuit identiteit. Deze grondhouding combineert openheid met eigenheid. Ze onderkent dat de rijkdom van een plurale cultuur precies de verscheidenheid aan standpunten is. Eerbied en respect voor de anderen vraagt juist niet dat ik mijn identiteit opgeef of relativeer.

Kan ik als postmoderne mens Łberhaupt nog christen zijn? En wat betekent dat dan? Het antwoord op deze vragen is niet voorgegeven. De plurale en postmoderne context zorgt er in ieder geval voor dat christen zijn vandaag opnieuw het karakter van een vrije keuze en een persoonlijke beslissing krijgt.

Een christen moet zich dan ook telkens opnieuw dit geloof op een persoonlijke wijze toe-eigenen. Als christen vind ik het pluralisme trouwens niet alleen rondom mij, ik vind het ook terug in mezelf. In mij zit zowel de atheÔst, de twijfelaar, de religieus bewogen mens, de onverschillige en de Godgelovige. Ik ervaar mezelf als een wezen van uiteenlopende mogelijkheden. Vandaag kan dan ook niet helder en duidelijk afgelijnd worden wat het concreet betekent christen te zijn in deze cultuur. Gelovigen moeten eraan wennen te leven met onzekerheden in hun geloof. De identiteit van de christen is niet helemaal te vatten. Ze is voorwerp van een (levenslang) zoekontwerp. Christen ben je niet zozeer, je wordt het. Godsgeloof is steeds zoekend geloof. Maar evenzeer is waar wat de Nederlandse schrijver en bekeerling Willem Jan Otten in een interview ooit zei: “Het is niet omdat je gedoopt wordt, dat je stopt met zoeken. Maar ik weet nu tenminste wŗŗr ik moet zoeken.”

Een hedendaags geloofsverstaan zal reflexief zijn. Over geloof moet nagedacht en gesproken worden. Mensen willen ‘op verhaal komen’ en vertellen wat hen ten diepste bezighoudt. Geconfronteerd met de verrassende nieuwheid van het evangelie, herontdekken we ook de grondstructuur van het christendom. Wie in de Bijbelse traditie gaat staan en meestapt met het Godsvolk, ontdekt iets fundamenteel: aan het begin staat niet de mens, maar God. Hij neemt het initiatief. Hij heeft het eerste woord, “God die mij heeft gezien eer ik werd geboren” (Oosterhuis). Dat is de ontdekking van IsraŽl: dat er Iemand is die hen, een troepje haveloze vluchtelingen in de woestijn, heeft gezien en voor hen uitgaat. Zo is het ook in de nieuwtestamentische roepingsverhalen: het is Jezus die ziet en roept. ,,ZacheŁs, kom uit de boom’’ (Lc 19,5). “Voordat Filippus je riep, heb ik je al gezien toen je onder de vijgenboom zat” (Jo 1,48). Aan het begin staat niet de vraag van de mens, maar het appŤl van God en aan het eind staat niet de oplossing van de vraag, maar wel de navolging waarin je met de inzet van je persoon gehoor geeft aan je roeping. En dus is het christelijk geloof niet in de eerste plaats een leer of een doctrine, laat staan een “zingevingssysteem” dat pretendeert het antwoord te hebben op alle vragen. Het stelt eerder de vraag, roept op, doorprikt vanzelfsprekendheden en breekt mij aldus telkens weer open.

Lees het volledige artikel

 

Inhoud conferentie Lieven Boeve

Presentatie

U kunt de presentatie downloaden die Lieven Boeve gebruikte bij zijn conferentie

Download presentatie