Christen Forum Limburg

maandag 25 januari 2016 om 20.00 uur
Cultuurcentrum Hasselt (Grote zaal)

Euthanasie: waarom niet?

Marc Desmet

Jezuïet en palliatieve-zorgarts

Marc Desmet

Je kunt niet meer over het levenseinde spreken zonder dat het woord ‘euthanasie’ valt. ‘Mijn papieren zijn klaar…’ Niet alleen neemt het aantal euthanasies jaarlijks toe (nu ongeveer 1/20 van alle overlijdens), ook het type verschuift: van terminaal naar niet-terminaal, van fysisch ondraaglijk lijden naar psychisch ondraaglijk lijden, van euthanasie naar hulp bij zelfdoding. Ook veel gelovigen vinden euthanasie evident: waarom niet? Toch is euthanasie niet vanzelfsprekend. Niet voor de zieke die afhankelijk is van een goed luisterende arts en omgeving. Niet voor naasten die verder leven met soms erg verschillende belevingen. Niet voor artsen die ‘het’ mogen doen, terwijl ze bij anderen zelfdoding moeten voorkomen. Er is nog een betrokkene: onze cultuur. Waarom zoveel Euthanasia talk? Is het omdat we te lang leven, te lang lijden, te lang sterven? Is het omdat we minder spirituele draagkracht hebben? En hoe komt het dat de Benelux in 2015 mondiaal de enige plaats met een euthanasiewetgeving was?

Er blijft een groot speelveld voor ethiek binnen het ongeoorloofde, want doden blijft ‘ongeoorloofd’. Toch? Zoveel vragen. Zo weinig reflectie die de waan van de dag overstijgt. Marc Desmet, jezuïet en palliatieve-zorgarts, wil nuances aanbrengen vanuit meer dan twintig jaar dagelijkse ervaring. En vanuit zijn geloof.

Marc Desmet

Op zijn blog schrijft Marc Desmet over zichzelf:

Ik ben jezuÔet sinds 1984.

Dat gebeurt in de beste families! In mijn familie pleegt mijn vader te zeggen dat 'de domsten langst moeten studeren'.

Zo studeerde ik eerst geneeskunde, werkte twee jaar als arts alvorens acht jaar jezuÔetenopleiding te volgen. Na mijn priesterwijding eind 1992 ging ik werken als arts palliatieve zorg in het Virga Jesseziekenhuis te Hasselt. Daar ben ik nog steeds verantwoordelijk arts voor de palliatieve eenheid en het palliatief supportteam van het 'herdoopte' Jessa ziekenhuis.

Vanuit mijn artsenwerk denk ik na over vooral spirituele en ethische aspecten van het leven in onze maatschappij. Dit heeft geleid tot artikels, boeken en het geven van wekelijkse spreekbeurten en vormingen in Vlaanderen, maar ook soms daarbuiten (Nederland, Parijs, WalloniŽ).

Ik ben opgegroeid in Roeselare/West-Vlaanderen, werk in Hasselt/Limburg en woon in Leuven/Brabant. Ik woon in een heel gewoon huis in de Tiensestraat, met zes andere jezuÔeten uit Noord- en Zuid-Amerika, AziŽ en Europa . Als dit voor u allemaal Chinees is, dan kunt u terecht bijNicolas die de 'gele taal' spreekt en doceert.

Euthanasie: de wet

Voor de toepassing van deze wet wordt onder euthanasie verstaan het opzettelijk levensbeŽindigend handelen door een andere dan de betrokkene, op diens verzoek.

Art. 2 van de wet betreffende de euthanasie van 28 mei 2012

Naar boven

Euthanasie: dagelijkse kost

“NEEN aan de wet die de nazistische ideologie van de dood propageert!”

Een stem uit de christelijke hoek.

“Meer en meer is een grote groep binnen onze samenleving van oordeel dat dient tegemoet gekomen te worden aan het duidelijk, bewust, en soms vaak herhaald verzoek van een patiŽnt om euthanasie.”

Een stem uit vrijzinnige hoek

Van in den beginne stonden groepen in onze samenleving lijnrecht tegenover elkaar. De ideologische kloof leek onoverbrugbaar en elk gesprek dus onmogelijk.

Vůůr het debat op inhoudelijke gronden wordt gevoerd, moet worden vastgesteld dat zich in de feiten een “voortschrijdend proces van aanvaarding” heeft voorgedaan.

Tertio van 25 maart 2015 wijdde een daar een artikel aan: Euthanisie, dagelijkse kost

Een volk moet ergens het best in zijn. Wij in Vlaanderen, wij zijn de besten van de wereld in euthanasie.

Is dat nu het becijferde bewijs van een groter mededogen in Vlaanderen met de lijdende mens dan bij alle andere volkeren van de wereld? Of toont het juist aan dat we onvoldoende zorgvuldig omspringen met het levenseinde? Euthanasie als dagelijkse kost in onze ziekenhuizen…

De wetgeving over euthanasie kwam er uit mededogen met de zieken en om de patiŽnt en de arts rechtszekerheid te bieden.

Sinds de wet op de euthanasie van 2002 heeft de praktijk rond het levenseinde een hele weg afgelegd. Vandaag kan men volgens het onderzoek van de UGent en de VUB spreken van een voortschrijdend proces van aanvaarding in Vlaanderen, Nederland voorbij, in alle categorieŽn van de bevolking. Er zijn geen of bijna geen ziekenhuizen meer waar euthanasie niet voorkomt.

Ook in het Universitaire Ziekenhuis van Leuven worden patiŽnten geŽuthanaseerd, als de pijn te gruwelijk is, maar het aantal gevallen is redelijk beperkt. Omdat de palliatieve zorg sterk is uitgebreid en veel verder gaat dan pijnbestrijding en het zorgen voor een zo comfortabel mogelijk levenseinde. Daarbij wordt niet alleen de lichamelijke pijn behandeld, maar bijvoorbeeld evengoed de "sociale pijn" bij patiŽnten die in onmin leven met hun familie, verwijderd zijn van hun kinderen enzovoort. De begeleiders proberen de patiŽnt en zijn familie opnieuw bijeen te brengen. De palliatieve zorg betekent zo de kwaliteit van het (verkorte) leven te verlengen.

Moeten we nu trots zijn op die eerste plaats in de hitlijst van de euthanasie? Neen, we zouden trots moeten kunnen zijn op de eerste plaats in de hitlijst van de menselijkheid. Afgezien van de gevallen van ondraaglijke pijn, waarbij levensbeŽindiging een daad is van groot mededogen, vloeien de meeste vragen om euthanasie voort uit een tekort aan informatie en een gemis aan algehele zorg, waarbij de mens centraal staat.

Lees het volledige artikel

Naar boven

Euthanasie: dus toch maar?

Het voortschrijdend proces van aanvaarding van euthanasie waarvan hierboven sprake suggereert dat euthanasie nagenoeg algemeen aanvaard is, ook in kringen waarin je dat niet meteen zou verwachten.

De Standaard pikte op 24 november 2015 een berichtje van Het Nieuwsblad op:

"Elke week krijg ik een doodsbericht van iemand die ik goed heb gekend. Ik hou die -doodsprentjes bij. Dat is de vallei der doden."

Oud-premier Mark Eyskens (82) heeft zich neergelegd bij zijn sterfelijkheid,
"maar het einde mag niet met lijden gepaard gaan.
Ik heb de euthanasiewet met overtuiging goedgekeurd."

Naar boven

Euthanasiedossier onder het vergrootglas

Het verzoek euthanasie van gedetineerde Frank Van Den Bleeken werd in de media breed becommentarieerd. Eigenlijk ging het niet om een verzoek, maar om een eis, een recht afgedwongen bij de rechten in kortgeding en bij het Hof van Beroep in Brussel. De advocaat van Van Den Bleeken verklaarde: "Mijn cliŽnt is al jarenlang het slachtoffer van ondraaglijk psychisch lijden." Hij is een recidiverende zedendelinquent die beseft dat hij zonder aangepaste therapie een gevaar is voor de samenleving. Die therapie kreeg hij niet. Vandaar.

Een straatje zonder einde? Dan toch maar euthanasie?

Voor Mark De Smet houdt deze casus een vergrootglas voor het hele euthanasiedossier.

Hij schreef er over op zijn blogspot marc desmettelijke gedachten.

Marc Desmettelijke gedachten

Economische rationaliteit

Justitie gaf aanvankelijk de toelating om deze man te transfereren naar de ziekenboeg in Brugge voor een euthanasie. Die vrijlating laat ook de gedachte "ontsnappen” dat economie en euthanasie nauw gelinkt zijn: je krijgt geen aangepaste zorg, wel euthanasie.

Ondraaglijk psychisch lijden

We ontmoeten nu een toenemend aantal nieuwe euthanasievragers, met nog vrij lange levensverwachting, die ondraaglijk psychisch lijden en waarvan de medische uitzichtloosheid minder duidelijk is. Dat iemand psychisch ondraaglijk lijdt omdat hij jaar in jaar uit 23 op 24 uur in een cel zit, is ‘enkel’ een exponent van die trend. Voor de arts wordt medische uitzichtloosheid onduidelijker.

Van euthanasie naar geassisteerde suÔcide

Er komt een andere weinig uitgesproken vraag naar boven: moet de maatschappij het mogelijk maken dat mensen op een propere manier uit het leven kunnen stappen wanneer zij dat willen, ook zonder ondraaglijk lijden en zonder medische uitzichtloosheid? SuÔcide voorkomen en helpen uitvoeren zijn twee opdrachten die een nieuwe paradox vormen.

Uitdagingen

De euthanasievraag van een geÔnterneerde legt voor mij minstens drie uitdagingen bloot: 1. Een financiŽle: euthanasie kan geen alternatief zijn voor zorg; mogelijkheid van goede zorg is een voorwaarde om eventueel van euthanasie te kunnen spreken. 2. Een therapeutische en educatieve: ondraaglijk psychisch lijden vraagt om geestelijke zorgmiddelen. Hoe goed beheersen vooral fysisch geschoolde zorgverleners die? Welke plaats krijgt lijden in de opvoeding? 3. Een maatschappelijke: beschouwen we de toename van euthanasie en daarin de tendens naar geassisteerde suÔcide vooral als een overwinning van de zelfbeschikking of ook als een maatschappelijk probleem en een zorg-wekkende evolutie?

Lees de volledige blog

Naar boven

Euthanasie: waarom niet?

Over Euthanasie schreef Marc Desmet een boek met een bewust dubbelzinnige titel: Euthanasie: waarom niet?

De ondertitel is heel veelzeggend voor de benadering van het ganse boek: een pleidooi voor nuance en niet-weten.

Info over het boek

In de proloog schrijft Marc Desmet dat er iets essentieels ontbreekt in de euthanasiekwestie: nuance.,

Er ontbreekt iets essentieels in de euthanasiekwestie: nuance

Euthanasie: waarom niet?

Je kunt niet meer over het levenseinde spreken zonder dat het woord 'euthanasie' valt. Euthanasia talk alom. Veel zieken vragen ernaar of spelen met de gedachte, voor nu of voor later. 'Mijn papieren zijn klaar. . .' Zorgverleners worden meer en meer geconfronteerd met euthanasievragen en -uitvoeringen. Niet alleen is er een jaarlijkse toename van het aantal uitvoeringen van euthanasie, ook het type verschuift: van terminaal naar niet-terminaal, van fysisch ondraaglijk lijden naar psychisch ondraaglijk lijden van psychiatrische zieken, maar ook van levensmoeŽ bejaarden. Naar aanleiding van de toename van euthanasie tussen 2007 en 2013 van 1,9 naar 4,6 procent van alle overlijdens, werd gesproken van 'een voortschrijdend proces van maatschappelijke aanvaarding van euthanasie in Vlaanderen' (De Morgen, 17 maart 2015). Het lijkt met andere woorden een soort evidentie: waarom niet? Wie wil er immers lijden? En bovendien: is over euthanasie al niet alles gezegd?

Toch is euthanasie niet vanzelfsprekend. Niet voor de zieke die afhankelijk is van een goed luisterende arts en omgeving, zeker als die zieke minder autonoom is: minderjarig, een psychiatrisch patiŽnt, beginnend dement. Niet voor naasten die verder leven met hun soms erg verschillende beleving na de euthanasie. Niet voor artsen die het mogen doen. De vraag is dus niet alleen: doe je euthanasie of niet? Maar ook: indien je het doet, hoe doe je het dan goed, en indien je het niet doet, hoe doe je dan goed? Dat vraagt niet alleen wettelijke zorgvuldigheid, maar ook palliatieve zorg. Er blijft een groot speelveld voor ethiek binnen het ongeoorloofde, want doden blijft 'ongeoorloofd'. Toch?

Er is nog een betrokkene: onze maatschappij en cultuur. Waarom praten we zo vaak en zo veel over euthanasie? Is het omdat we te lang leven, te lang lijden, te lang sterven? Is het omdat we spiritueel geen weg meer weten met lijden? Is het omdat we niet bereid zijn samen tot het uiterste te gaan in de zorg voor dementerenden en geÔnterneerden?

En er is nog een andere uitdaging. Het gaat niet altijd meer om 'ondraaglijk lijden'. Veeleer kondigt zich het recht aan om uit het leven te stappen op het moment dat ik het leven moe ben, dat ik mijn leven 'voltooid' vind. We schuiven van euthanasie naar hulp bij zelfdoding. Artsen moeten dus bij de enen zelfdoding voorkomen en bij de anderen zelfdoding helpen uitvoeren.

Hoe komt het ten slotte dat de Benelux tot in 2015 mondiaal de enige plaats met euthanasiewetten was? We merken het op reis: we zijn wereldberoemd, niet alleen meer omwille van onze frieten en pralines of Manneken Pis, maar ook door 'onze' euthanasie. Zijn wij aan de morele spits of maant de conservatieve reflex van over onze grenzen tot prudentie?

Zo veel vragen. Zo weinig genuanceerde antwoorden in de media. Zo weinig reflectie die de waan van de dag overstijgt.

Ik wil meer recht doen aan de complexiteit van de lijdensbeŽindiging. Vanuit verhalen van mensen, vanuit reflectie. Met als enig doel het levenseinde zo menselijk mogelijk te maken, maar ook de diepere uitdagingen te zien. Voorbij de ideologie, voorbij de simpele tegenstelling tussen pro en contra. Op zoek naar praktische wijsheid die ook durft te zeggen: je sais que je ne sais pas. Dit is geen boek voor wie zich wil informeren over euthanasie - dat bestaat voldoende - maar voor wie wil denken over euthanasie - dat ontbreekt.' Denken dat voor een stuk na-denken is: reflectie na meer dan twintig jaar palliatieve zorg. Terugblikken en teruglopen: reculer pour mieux sauter. Misschien soms: reculer pour mieux sauver.

Er ontbreekt dus iets essentieels in het maatschappelijke gesprek over euthanasie: nuance. En er wordt te weinig gezegd: 'Ik weet het niet, ik weet niet wat hier goed is.' Dat niet-weten staat niet gelijk met niets weten of niet weten te beslissen. Integendeel, ik weet er meer van dan de gemiddelde arts en ik ben helemaal niet besluiteloos. Maar dat betekent niet dat ik 'het' weet. Dat voert me naar een persoonlijke noot, die ook de persoonlijke nood zal evoceren waaruit dit boek is ontstaan.

Naar boven

Wij zijn elkaar tot last

We zijn elkaar tot last

In De Standaard van 12 september van 2015 verscheen een interview met Marc Desmet onder de titel We zijn elkaar tot last.

Euthanasie is een zaak met vele betrokkenen, en ze is vooor niemand vrijblijvend.
En het is een zeer complex gebeuren, te complex voor one-liners.

Waarom spreken we zoveel over euthanasie? Is het toeval dat Vlaanderen hierin een koploper is, terwijl we ook zoveel zelfdodingen hebben? Is zelfbeschikking belangrijker dan compassie? En waarom willen we elkaar niet meer tot last zijn? Marc Desmet, palliatief arts in het Jessa Ziekenhuis in Hasselt en jezuÔet, stelt dwarse vragen waar hij zelf ook niet meteen het antwoord op heeft.

‘We leven langer, maar we lijden en sterven ook langer. Het is niet meer ongewoon dat mensen nu vijftien of twintig jaar lang behandeld worden. Daardoor is de belasting bij het levenseinde toegenomen’ ‘Dat er zoveel over euthanasie gesproken wordt, komt misschien doordat het in onze geseculariseerde samenleving de enige manier is waarop mensen nog over lijden kunnen spreken’

[Ik neem geen uitgesproken positie in] omdat de realiteit veel complexer is dan het euthanasiedebat dat doorgaans in de publieke opinie leeft. Het zal ook eigen zijn aan de jezuÔet die ik ben, dat ik liever in het midden ga staan dan op een van de uitersten. Als je mij vraagt wat goed of slecht is bij het levenseinde, dan antwoord ik: ik weet het niet. Ik vraag me af wat we over dertig jaar zullen zeggen. Zal euthanasie tegen dan helemaal verworven zijn, omdat lijden beŽindigd moet worden? Of zal men zeggen: we hebben de wantoestanden niet gezien?’

We hebben hier een vrouw gehad die zich op vraag van haar kinderen nog eens had laten behandelen. Begrijpelijk, want mensen zijn geen losse atomen. Haar kinderen hadden haar tenslotte aangemoedigd om naar de palliatieve afdeling te komen. Ze hoopten dat hun moeder bij ons rust zou vinden. Maar we merkten al snel dat ze mentaal op was. Ze had geen pijn meer, ze was niet misselijk, maar ze was er helemaal klaar mee. Ze vond pas weer rust toen ze wist dat haar euthanasievraag zou worden ingewilligd.’

De antropologe Frances Norwood heeft erop gewezen dat er nu een groter spagaat ligt tussen onze sociale dood, die het gevolg kan zijn van ziekte, uitputting, isolement en verlies aan status, en onze werkelijke dood.’

Als er ťťn ding is dat we hier steevast horen, dan is het: ik wil niemand tot last zijn. Maar zodra je op de wereld komt, ben je anderen tot last. Ook wanneer je om euthanasie vraagt. Je moet een arts vinden die bereid is om het te doen, je familie moet ermee om kunnen. Doe niet alsof je een ander niet tot last bent. Je mŠg tot last zijn. Maar blijkbaar willen we dat niet meer.’

We voeden onze kinderen op met de boodschap dat ze vooral onafhankelijk moeten zijn. We vertellen hen ook dat alles kan, als ze maar willen. Falen of niet perfect zijn komt dan hard aan. We zijn het niet meer gewoon om gefrustreerd te geraken. De volheid van het leven overheerst. Ik verkies de vol-ledigheid: zoals onze ademhaling gaat het leven op en neer. Het is vol en ledig tegelijk.

Lees het volledgie artikel

Naar boven

Bouw op mij

Zet jullie hier, dat ik alles expliqueer
Hoe het zit, waar het op staat
Waar gaat het naartoe? De rode draad
Ik heb veel gezien en alles gehoord
Ik doe al heel mijn leven voort
Hoe het werkt, ik ben er eindelijk uit
Ik herken de leugen aan het geluid
Je moet begrijpen dat ik me goed geÔnformeerd heb
Er zijn hele bibliotheken
Ik ben lid, ik heb erin gekeken

En ik ben erachter dat het haast nooit wit of zwart is
Als het dat toch is, dat het verdacht is
Luister naar wie verward is
Maar het is misschien te vroeg
Misschien is het nog niet donker genoeg

Ik heb geleerd dat wat je ook kiest,
Dat je soms wind mee en soms verliest
Er is geen getij dat ik niet kan keren
Toon me je fouten en ik ga je leren
dat hij geen mens is die nooit faalt
die zonder blaren de meet haalt
Je moet dat toch niet verstoppen
Als je een hoofd hebt, kun je het stoten

En iedereen leeft levenslang
maar ik ken de weg uit dit gevang hier
Je hebt altijd en overal de keus
Kijk naar mij, ik sta voor je neus
Maar het is misschien te vroeg
Misschien is het nog niet donker genoeg

Ik ben een bed als je wil slapen
Als je wil vechten, ben ik uw wapen
Ik ben een boei, als je zinkt
Ik ben de vriend die met u drinkt
Ik ben de zweep die u slaat
Ik ben de vrouw die u verstaat
Kom, bouw op mij

Zet jullie hier
Hoe zou ik het formuleren?
Het is al langer dat ik het besef
Jullie zijn mijn volk
Dat ik u verhef
Maar het is misschien te vroeg
Misschien is het nog niet donker genoeg

Uit Het zesde metaal - Nie voe kinders
Opgenomen in Euthanasie: Waarom niet?

Naar boven