Christen Forum Limburg

maandag 19 januari

Een solidair Europa

Onze verantwoordelijkheid voor Europees burgerschap

Patrick Daly

Secretaris-generaal van COMECE (Commissie van Bisschoppenconferenties van de Europese Unie)

Patrick Daly

Patrick Daly is een Ierse priester die in Leuven studeerde, vloeiend Nederlands spreekt en in 2013 benoemd werd tot secretaris-generaal van COMECE, het overlegorgaan tussen de Europese bisschoppenconferenties dat de spirituele waarden in Europa wil bevorderen.

Burgerschap heeft te maken met een gemeenschap die een eigen identiteit heeft in wat de leden samen hebben en delen, in de aspiraties en de dromen die ze hebben. In de Bijbel wordt de stad (civitas) voorgesteld als de ideale samenleving. Solidaritieit, gastvrijheid en vrijgevigheid behoren tot haar wezenlijke kenmerken. Ook in de kerkelijke sociale leer zijn respect voor tradities en solidariteit met de meest kwetsbaren, fundamentele elementen.

Vandaag heeft Europa meer en meer een plaats in ons leven en de organisatie van onze samenleving. Het Europees project is geboren uit de pijnlijke ervaringen van oorlog en vijandigheid. In het begin was er een sterk idee van solidariteit, maar ook van eerbied voor de identiteit van de lidstaten. Wat rest daarvan nog in de eenentwintigste eeuw?

De politici zeggen ons dat alles beter wordt als de economische crisis voorbij is. De vraag is of dat wel zo is.

Samen met Patrick Daly bezinnen wij ons over de vraag wat wij vanuit het evangisch appťl en vanuit de sociale leer van de Kerk kunnen bijdragen aan de discussies over Europa.

Biografie

Veelgelaagde identiteit

Patrick Daly groeide op in het Ierse Sligo, nabij de zee en omgeven door prachtige bergen. “In Ierland zijn de inwoners trots op hun accent zoals de Vlamingen op hun dialecten. Thuis spraken we het Ierse Gaelic. Naast de taal kleurt godsdienst onze identiteit. Na vele eeuwen strijd tegen het Britse koninkrijk werd Ierland zelfstandig, maar dat was ook een verhaal van katholieken tegen protestanten. Sligo had een protestantse burgerij, maar de meerderheid – de arbeidersklasse – was katholiek. Voor Sacramentsdag plaatsten katholieken in hun etalage een Mariabeeld, terwijl de protestantse winkels geen versiering kenden. Katholieken definieerden hun eigenheid tegenover de protestanten. Het maakte dat mijn ouders dagelijks naar de mis gingen en we thuis de rozenkrans baden. Dat alles vormt je mentaal en ik voel me in merg en been een rooms-katholieke Ier”

Leuven

Daly bestudeerde aan de universiteit van Dublin de geschiedenis van Groot-BrittanniŽ en kwam tot de ontdekking dat de lessen die hij voordien kreeg, romantisch waren gekleurd. “Het was altijd de held tegen de vijand.” In 1975 kreeg de historicus een studiebeurs voor de universiteit van Leuven. Hij behaalde er in 1980 een doctoraat in de middeleeuwse geschiedenis. “Er is een lange traditie van vriendschap en steun tussen BelgiŽ en Ierland. In de 18de eeuw waren er drie Ierse colleges in Leuven. Veel Ierse priesters kregen er hun opleiding.”

Omdat Daly bij Vlamingen woonde, leerde hij snel Nederlands. Na zijn studies werkte hij bij de EU. Toevallig ontmoette hij in Leuven de toenmalige aartsbisschop van Birmingham, Maurice Couve de Murville, die hem vroeg:
“Waarom komt u niet voor mij werken?”
“Nodigt u me zo uit priester te worden?”, reageerde Daly. Twee weken later zat hij bij de Britse aartsbisschop aan tafel en koos voor het priesterschap. “Dat lijkt een plotse beslissing, maar eigenlijk sluimerde dat al lang in mij. Mijn keuze was het meest gesteund op de parabel van de talenten. Ik had het gevoel die niet te gebruiken, noch voor de kerk, noch voor de samenleving. Ik dacht dat het priesterschap me de gelegenheid zou geven de talenten die ik had, in te zetten voor de waarden van het Rijk Gods.”

Goddelijke voorzienigheid

Na zijn priesterwijding was Daly twee jaar onderpastoor, zes jaar pastoor in Birmingham en veertien jaar in Wolverhampton, de oudste, Britse katholieke parochiekerk. Sinds februari 2013 is hij terug in BelgiŽ. “Ik vond het destijds spijtig mijn Belgische vrienden te moeten achterlaten, maar de goddelijke voorzienigheid heeft me in een nieuwe rol teruggebracht waarbij de ervaringen en de talenten die ik in mijn vroegere leven heb opgebouwd, wonderwel tot hun recht kunnen komen.”

(Bron: Tertio)

Naar boven

COMECE

COMECE

De COMECE werd opgericht op 3 maart 1980 met als doel "in een geest van collegialiteit tot een grotere eenheid en nauwere samenwerking te komen in de bisschoppenconferenties onderling en met de Heilige Stoel in pastorale vraagstukken, die de Europese Unie aangaan".

De COMECE wil door informatie, studie en contacten de spirituele waarden in Europa bevorderen.
Ze bestaat uit bisschoppen-vertegenwoordigers van de lidstaten van de Europese Unie met een bisschoppenconferentie.

Over de doelstelling om de taak van de Katheolieke Kerk als ťťn geheel te laten klinken in Europa, zegt Patrick Daly:

Samen nemen de bisschoppen stelling in om de dialoog met de samenleving aan te gaan. Europa en zijn toekomst gaan de kerk ter harte. Zo houdt de Comece in aanloop naar de Europese verkiezingen lezingen rond centrale vraagstukken in het Europese debat en hoe christenen daar tegenaan kijken. Deelnemen aan het democratische proces door te gaan stemmen, wijzen op het algemeen belang, thema’s aftoetsen aan een christelijke en sociale visie; dat alles vinden de bisschoppen belangrijk”

COMECE heeft nog een tweede opdracht. De organisatie staat ten dienste van de bisschoppenconferenties binnen de EU. Ze wil hen warm maken voor het Europese project en door informatie, studie en contacten de spirituele waarden in Europa bevorderen. Over die tweede taak zegt Patrick Daly:

Die tweede opdracht wil ik sterker ter harte nemen. Daartoe nodig ik de bisschoppenconferenties uit naar Brussel om de Comece en de instellingen van de EU te bezoeken. De Oostenrijkse bracht vorig jaar een bezoek, de Belgische kwam vorige week en begin december komt die van Litouwen. Hopelijk volgen de anderen. D aarnaast wil ikzelf jaarlijks twee of drie bisschoppenconferenties bezoeken. De bisschoppen hebben hun handen vol met het werk in hun bisdom, maar dat belet me niet hen te wijzen op het Europese engagement van de kerk

COMECE heeft een website waar u in het Engels, Frans of Duits informatie vindt over de werking van de organisatie, en een groot aantal documenten en verklaringen over allerlie thema's.

Website COMECE

Over de vraag hoe Patrick Daly bij COMECE terechtkwam zegt hij zelf:

“Mijn aartsbisschop van Birmingham, Maurice Couve de Murville, en daarna de bisschop van Portsmouth, Crispian Hollis, vertegenwoordigden de bisschoppenconferentie van Engeland en Wales in de Comece. Van 1991 tot 2001 schakelden ze me in voor opdrachten en namen me mee naar de plenaire zittingen. Ik maakte ook deel uit van een commissie rond Europese thema’s van de Engelse bisschoppenconferentie en publiceerde geregeld in tijdschriften rond Europese thema’s. Tot slot dient vermeld dat ik voor mijnpriesterstudies zeven jaar werkzaam was bij de EU. Ik had dus kennis ter zake, kende de nodige talen en was vertrouwd met de Comece. Het is een organisatie die goed functioneert, die een goede naam heeft bij de EU en beschikt over de nodige contacten in de Europese wijk.

Naar boven

Ziel van Europa

Na zijn aanstelling als secretaris-generaal werd Patrick Daly door het weekblad Tertio geÔnterviewd.

Kerk relevant?

Hoe kan de kerk wier invloed afkalft, toch een positieve rol spelen in de Europese samenleving en bijdragen aan het Europese project?

”Belangrijker dan het kerkinstituut is dat de stem van het evangelie wordt gehoord en dat mensen het evangelie willen navolgen. De kerk heeft daarbij een dienende rol als bewaarder en doorgever van die Blijde Boodschap.

Het nastreven van een humane samenleving moet vooropstaan en daarbij kunnen we rationele

Argumenten naar voren schuiven die voor iedereen geldig zijn. We moeten allereerst spreken met de stem van de rede. Het is niet omdat de kerk het zegt dat iets waarheid is, maar toch is de kerk vanuit haar lange traditie goed geplaatst om in alle bescheidenheid iets te zeggen over het leven.

Jeugdwerkloosheid en armoede

De Comece vestigde onlangs de aandacht op de jeugdwerkloosheid en de toenemende armoede. Welke boodschap willen de bisschoppen daarover meegeven?

“De bisschoppen hechten veel belang aan de jeugd en haar kansen om deel te nemen aan de samenleving. Werk is een belangrijke toegangspoort om je daadwerkelijk burger te voelen in een maatschappij.

Het onderwijs en de jeugdbeweging rusten jongeren uit voor de toekomst en wapenen hen om volwaardige burgers te worden. Ik zie dat jongeren vaak meer leven in de virtuele dan in de reŽle wereld. Ze hebben vrienden op Facebook, maar hebben ze er ook in hun straat? Dat houdt het risico in dat ze onverschillig worden tegenover de werkelijke samenleving, er zich niet over bekommeren en er niet aan participeren. Het is belangrijk daar een tegengewicht te bieden

Vragen bij economisch model

Het economische groeimodel stoot op zijn grenzen. Liggen daar kansen voor de kerk om haar boodschap weer onder de aandacht te brengen?

“Absoluut. Ik denk aan de cultuur van matiging, soberheid en vasten. De economie zoekt de oplossingen voor de crisis altijd in meer kopen en consumeren om de groei weer aan te zwengelen, maar we moeten integendeel weer leren leven met minder.

Lees het volledige interview

Naar boven

`

Het Europees project

Ter gelegenheid van Europadag op 9 mei 2013 (de verjaardag van de verklaring van de Franse minister Robert Schumann in 1950 over de oprichting van een Europese Gemeenschap), verspreidde Patrick Dalyl deze verklaring:

Vandaag is een gelegenheid om de start in herinnering te brengen van het grote avontuur dat de Europese naties dichter bij elkaar heeft doen groeien. Op 9 mei 1950 stelde Frankrijk aan Duitsland een weg voor naar vrede en verzoening, op basis van een heel concreet plan van de minister voor planning, Jean Monnet. Het “ja” waarmee de Duitse kanselier de hand van vriendschap verwelkomde die de Franse minister van buitenlandse zaken Robert Schuman had uitgestoken, was de eerste stap in een ingrijpende overgang van ons continent naar een gemeenschap van naties die intussen zijn achtentwintigste lid verwelkomt.

De zoektocht naar vrede en solidariteit, de voornaamste doelen van de verklaring van 9 mei 1950, moet vandaag met nog vasthoudendheid gebeuren. We bevinden ons immers in een economische crisis die een diepe impact heeft op de Europese samenleving en die veel pijn veroorzaakt.

Er zijn politici – en ook burgers – die zich inbeelden dat conflict en verdeling deze crisis zullen oplossen. Die logica zet ons 70 jaar terug, naar een continent dat diep verdeeld was door haat en wederzijds wantrouwen. Wij willen eenvoudigweg niet terugkeren, we willen vooruit gaan, we moeten ons laten leiden door de visie van transformatie die Robert Schuman uiteenzette in de inleidende tekst bij zijn verklaring.

Het is niet langer een vraag van vage woorden, maar van gedurfde actie, van een constructief pact. Frankrijk heeft gehandeld en de gevolgen kunnen immens zijn. Dat hopen wij. Frankrijk heeft allereerst gehandeld met het oog op vrede en om die vrede een echte kans te geven. Daarvoor is het nodig dat er een Europa zou bestaan. Bijna dag op dag vijf jaar na de onvoorwaardelijke overgave van Duitsland, zet Frankrijk de eerste beslissende stap voor een Europese constructie en het betrekt Duitsland daarin. Het zal de toestand in Europa totaal veranderen. De transformatie zal verder actie mogelijk maken die tot op de dag van vandaag onmogelijk is geweest. Het zal de geboorte zijn van Europa, een Europa dat stevig verenigd is en gebouwd is op een stevig raamwerk. Het zal een Europa zijn waar de levensstandaard stijgt door de het samenbrengen van de productie en door groeiende markten – zodat prijzen dalen.

In dat Europa zullen het Ruhrgebied, Saarland en de Franse industriŽle bekkens samen werken voor gemeenschappelijke doelen. Alle Europeanen, zonder uitzondering, van het Oosten of van het Westen, zullen voordeel halen van dit werk van vrede.

Als secretaris-generaal van COMECE wil ik alle Europese burgers en hun politieke vertegenwoordigers uitnodigen om de Schumanverklaring opnieuw te bekijken, want dat is de grondtekst van het Europees project en de basis zelf van alles wat we samen hebben gerealiseerd in de omvorming van ons continent. De herlezing werpt misschien een licht op de weg vooruit en het besef van een visie aanbrengen die sommigen aan het Europese roer staan in onze dagen hebben verloren

Dan geeft onze aarde haar gewas

Dan geeft onze aarde haar gewas

Gearmd gaan vriendschap en trouw,
elkander kussen vrede en recht;
trouw spruit uit de aarde,

gerechtigheid
straalt neer van de hemel!

Ja, dan geeft de Ene ons het goede,
geeft onze aarde haar gewas.

Gerechtigheid gaat uit voor zijn aanschijn,
hij zet zijn schreden op de weg!

Psalm 85 - Benedixisti domine

De Schumannverklaring (9 mei 1950)

Naar boven

De bron

De prťambule

“GeÔnspireerd door de culturele, religieuze en humanistische tradities van Europa, die ten grondslag liggen aan de ontwikkeling van de universele waarden van de onschendbare en onvervreemdbare rechten van de mens en van vrijheid, democratie, gelijkheid en de rechtsstaat;…”

Zo opende de zgn. prťambule van het ontwerp van Europese grondwet uit 2004.

Het ontwerp van grondwet heeft het niet gehaald

Tegen de verwijzing naar de christelijke wortels van Europa was er heel wat verzet. Nu zijn die christelijke wortels haast een taboe geworden.

Voor de “founding fathers” was die dimensie nochtans geen probleem. Een onverdachte bron, de toenmalige vrijzinnige Belgische minister van buitenlandse zaken Paul Henri Spaak, vond die dimensie een evidentie:

Ik geloof dat het een historisch feit is dat we niet moeten in vraag stellen. De erkenning komt van een man – ik zeg het nog eens – die niet katholiek is, zelfs geen gelovige, en die absoluut geen verdienste opeist. Maar ik kan toch alleen maar het feit vaststellen dat deze westerse beschaving geboren werd in Griekenland, even voor de geboorte van Jezus Christus, dat zij bevestiging heeft gekregen in de prediking van Christus en dat die gebaseerd is op iets essentieels, iets dat, als we er ons bij aansluiten, op zichzelf een onnoemelijk aantal gevolgen heeft. Het punt is dat de christelijke beschaving op mensenmaat is gemaakt, dat zij gebaseerd is op het essentiŽle concerpt van respect voor de menselijke persoon”

(Verklaring in de Kamer van Volksvertegenwoordigers op 13 mei 1957)

Europese bisschoppen over gemeenschappelijke waarden

In de aanloop naar de Verklaring van Berlijn die in 2007 de viering moest bezegelen van 50 jaar Europese eenwording (1957 – 2007) stelden de bisschoppen van COMECE een verklaring op waarin zij het onder meer hadden over de christelijke waarden die aan die samenwerking ten grondslag liggen.

Het formuleren van de waarden en ambities van de Europese Unie is een veeleisende taak.

Uitdagingen

De mensen in de Europese unie worden geconfronteerd met nieuwe en transnationale uitdagingen. Hoe sociale rechtvaardigheid en duurzame economische groei bevorderen in het tijdperk van globalisering? Hoe aanvaardbare levensomstandigheden en werkzekerheid in stand houden in tijden van stijgende werkloosheid en verarming? Hoe familie- en gemeenschapsleven herstellen en bevorderen onder druk van drastische demografische wijzigingen? EU-burgers verwachten ethische en doeltreffende politieke antwoorden op massamigratie, energietekorten, klimaatverandering en internationaal terrorisme. Verder vinden zij dat de Europese Unie zijn verantwoordelijkheid moet nemen om internationale conflicten op te lossen en wereldwijde ontwikkeling te bevorderen. The leiders van de Europese Unie zullen moeten bewijzen dat die uitdagingen enkel kunnen worden aangepakt door onze gemeenschappelijke waarden in de praktijk te brengen en door concrete ambities uit te werken.

Onvoldoende redenen voor actief burgerschap

Vandaag zien veel EU-burgers onvoldoende redenen om zich te identificeren met het Europese project en er zich voor te engageren. Dat project kan nochtans onmogelijk en onderneming blijven van een kleine Europese elite. Vijftig naar na het Verdrag van Rome zal het Europees project alleen maar slagen als de mensen van Europa waardering opbrengen voor de Europese Unie, en een bewustzijn van actief burgerschap. De verklaring van Berlijn bidet de mogelijkheid om aan de EU-burgers duidelijk te maken welke waarden dit project inspireren en sturen en welke ambities het heeft. Als de EU-leiders het besef bijbrengen dat zij promotoren en begunstigden zijn van een project da teen historisch en kwalitatief verschil maakt in hun leven, dan zullen zij Europese identiteit aankweken. En als de mensen zien dat de EU-instellingen hun overlegmethoden hebben verbeterd, en meer transparant zijn geworden, dan zou dat moten bijdragen tot een verdieping van actief burgerschap.

Actief burgerschap

Eerst de basis, dan de politiek

Het Europees project heeft een ethische basis, en dat gaat vůůr politieke unie. Die ethische basis komt voort uit de oorsprong en de bronnen van onze gemeenschappelijke waarden. Die historische bronnen zijn te vinden in het christelijk en humanistisch erfgoed van dit continent.

Bovendien, voor een meerderheid van EU-burgers is hun christelijk geloof de levende bron voor hun steun voor onze gemeenschappelijke waarden en ambities. Daarom moet de Verklaring van Berlijn alomvattend genoeg zijn om niet alleen de gemeenschappelijke waarden en ambities van de Europese Unie op te sommen, maar om ook de religieuze en humanistische motivering van het Europese burgerschap. Zo moet die rekening houden de transcendente bestemming van de menselijke persoon

Lees de verklaring van de Europese bisschoppen (Engels)

Naar boven

Pauselijke bemoediging
Twee longen en ťťn hart

Op 25 november 2014 hield Paus Franciscus een toespraak voor he het Europees Parlement in Straatsburg. Zoals Tertio het uitdrukte, het ging over twee longen en een hart voor de wereld.
De twee longen zijn die van de Joods-Christelijke wortels en van de stichters van Europa.

Een fragment uit de toespraak waar het vooral gaat over het respect voor de mens als persoon, en de transcentdente dimensie van zijn waardigheid.

Mijn bezoek komt meer dan een kwarteeuw na dat van Paus Johannes Paulus II. Sindsdien is er veel veranderd overal in Europa en in de hele wereld. De tegenover elkaar staande blokken die toen het continent verdeelden, bestaan niet meer, en geleidelijk aan wordt de hoop waar gemaakt dat “Europa, met soevereine en vrije instellingen, op een dag de volle dimensie zal krijgen die het heeft vanuit zijn ligging, en meer nog vanuit zijn geschiedenis.” (Johannes Paulus II)

Terwijl de Europese Unie uitbreidde, is de wereld zelf complexer geworden, en in voortdurende verandering; in toenemende mate onderling verbonden en globaal, en als gevolg daarvan minder eurocentrisch. Ondanks een grotere en sterkere Unie, lijkt Europa de indruk te geven wat bejaard en uitgeblust te zijn. Het voelt zich altijd maar minder een protagonist in een wereld die wat afstandelijk op haar neerkijkt, met wantrouwen en soms zelfs achterdocht.

Ik spreek vandaag tot u en als herder wil ik aan alle burgers van Europa een boodschap van hoop en bemoediging geven.

Paus Franciscus in Straatsburg

Het is een boodschap van hoop gebaseerd op het vertrouwen dat onze problemen sterke krachten voor eenheid kunnen worden. De hoop draagt ertoe bij om al die vrees te overwinnen die Europa – samen met de rest van de wereld – ondervindt. Het is een boodschap van hoop in de Heer, die het kwade ten goede richt en dood in leven.

Het is een boodschap die aanmoedigt om terug te keren naar de sterke overtuigingen van de stichter van de Europese Unie, die een toekomst voor ogen hadden die gestoeld is op het vermogen om samen te werken, verdeeldheid te overbruggen, om vrede en kameraadschap te bevorderen onder alle volken van dit continent. De grond van dat ambitieuze politieke project was het geloof in de mens, niet zozeer als burger of economische factor, maar in de mens, man en vrouw als persoon uitgerust met transcendente waardigheid.

Ik moet sterk de band benadrukken tussen die twee woorden: “waardigheid” en “transcendent”.

Waardigheid was een centraal concept in het proces van heropbouw na de Tweede Wereldoorlog. Ons recente verleden heeft zich geconcentreerd op de bescherming van de menselijke waardigheid, in tegenstelling tot de veelvuldige gevallen van geweld en discriminatie in de loop van de eeuwen, zelfs in Europa. Erkenning van het belang van de menselijke waardigheid kwam tot stand in een langdurig proces, met het daarbij horende lijden en de offers, en dat scherpte het besef aan van de waarde van iedere individuele menselijke persoon. Dat bewustzijn vond zijn grondslagen niet alleen in historische feiten, maar boven alles in het Europese gedachtegoed. Dat wordt gekenmerkt door een verrijkende uitwisseling waarvan de bronnen veelvuldig zijn – Grieks en Romeins, Keltisch, Germaans en Slavisch. En christelijk. Dat allemaal samen heeft het concept van de “persoon” diep beÔnvloed.

Vandaag staat de bevordering van de mensenrechten centraal in het engagement van de Europese Unie om de waardigheid van de persoon te bevorderen, binnen de Unie zowel als in de relatie met andere landen. Dat streven is belangrijk en prijzenswaardig, want er zijn nog al te veel situaties waarin mensen behandeld worden als objecten waarvan de conceptie, groei en bruikbaarheid kan worden geprogrammeerd, en die dan van de hand kunnen worden gedaan als ze niet langer nuttig zijn omwille van zwakheid, ziekte of ouderdom.

Hoe kan er uiteindelijk waardigheid zijn zonder de mogelijkheid om je gedachten vrijelijk te uiten of je religieuze overtuiging te beleven? Hoe kan er waardigheid zijn zonder een duidelijk juridisch kader dat de macht van geweld aan banden legt en ervoor zorgt dat wettelijkheid het haalt van tirannie? Van wat voor waardigheid kunnen mannen en vrouwen genieten als ze onderworpen zijn aan allerlei vormen van discriminatie? Wat voor waardigheid kan een mens ooit verhopen als hij of zij voedsel tekort heeft, en de basiselementen om te overleven, en – erger nog – als hun het werk ontbreekt dat waardigheid geeft.

Voorstander zijn van de waardigheid van de persoon betekent erkennen dat hij of zij onvervreemdbare rechten heeft, die niemand arbitrair kan afnemen, en al helemaal niet op grond van economische belangen.

Tegelijkertijd moeten we erop letten dat we niet vervallen in sommige fouten die voortvloeien uit een verkeerd begrepen concept van menselijke waarde en uit het misbruik ervan. Er is vandaag een tendens om altijd maar meer individuele rechten op te eisen – ik zeg bijna: individualistische rechten. Daaraan ligt een opvatting ten grondslag van de menselijke persoon los van alle sociale en antropologische context. Alsof een persoon een losstaand element was, dat steeds minder van doen heeft met andere individuen. Het even essentiŽle en complementaire concept van plicht lijkt geen band meer te hebben met dat van waardigheid. Daardoor worden de rechten van het individu hoog gehouden zonder rekening te houden met het feit dat ieder menselijk wezen deel uitmaakt van een sociale context waarin zijn of haar rechten en plichten gebonden zijn aan die van anderen en aan het algemeen goed van de gemeenschap zelf.

Ik geloof daarom dat het van essentieel belang is een cultuur van mensenrechten te ontwikkelen die het individuele, of beter: her persoonlijke aspect verbindt met het algemeen belang, van het “wij allemaal” dat bestaat uit individuen, families en tussengroepen die samen een gemeenschap vormen. Inderdaad, als de rechten van ieder individu niet harmonieus geordend zijn door het hogere goed, dan zullen die rechten uiteindelijk als onbeperkt worden beschouwd, en worden ze een bron van conflict en geweld.

Als we het dan hebben over transcendente menselijke waardigheid dan betekent dat een beroep doen op de menselijke natuur, op ons ingeboren vermogen om goed en kwaad van elkaar te onderscheiden, op dat kompas diep in ons hart dat God op heel zijn schepping heeft gelegd. Bovenal betekent dat: mensen zien niet als absoluutheden, maar als wezens in relatie. Naar mijn mening is een van de meest voorkomende ziektes van het Europa van vandaag de eenzaamheid die zo typisch is voor hen die geen bindingen hebben met anderen. Dat is bijzonder waar voor de ouderen, die vaak aan hun lot worden overgelaten, en ook voor de jongeren die geen duidelijke referentiepunten hebben, en geen toekomstmogelijkheden. Het is ook te zien aan de vele armen die in onze steden verblijven en in de desoriŽntatie van migranten die naar hier kwamen op zoek naar een beter leven.

Die eenzaamheid is acuter geworden als gevolg van de economische crisis. De effecten daarvan blijven tragische gevolgen hebben voor het leven van de samenleving. In de jongste jaren, waarin de Europese Unie zich uitbreidde, is er een groeiend wantrouwen gekomen bij de burgers tegen instellingen die ze beschouwden als afstandelijk, die zich bezig houden met het vastleggen van regels die geen rekening houden met individuen, en die soms gewoonweg schadelijk zijn. Op vele plaatsen zien we een algemene indruk van vermoeidheid en veroudering, van een Europa dat nu een “grootmoeder” is, niet meer vruchtbaar en vurig. Het resultaat is dat de grote ideeŽn die Europa eens inspireerden hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren- en in de plaats komen dan de bureaucratische, technische futiliteiten van al die instellingen.

Terzelfder tijd stellen we sommige nogal egoÔstische manieren van leven vast, gekenmerkt door een overvloed die niet langer houdbaar is, en die dikwijls onverschillig is voor de wereld om ons heen, vooral de armsten onder de armen. Tot onze ontzetting zien we technische en economische vragen het politieke debat beheersen, ten nadele van authentieke bezorgdheid voor mensen. Mannen en vrouwen riskeren gereduceerd te worden tot niet meer dan radertjes in de machine, een machine die ze behandelt als consumptiegoed waarvan je kunt gebruik maken. Op tragische wijze is te zien wat daarvan het resultaat is: als een mensenleven niet meer nuttig blijkt voor die machine, wordt het afgedankt zonder al te veel scrupule, zoals in het geval van zieken, terminalen, ouderen die worden achtergelaten en voor wie niet wordt gezorgd, en kinderen die in de schoot worden gedood.

Dat is de grote vergissing die wordt gemaakt als technologie het heft in handen mag nemen. Het resultaat is verwarring tussen doel en middelen. Het is het onvermijdelijke gevolg van wegwerpcultuur en ongecontroleerd consumptiedrang. Het hoog houden van de menselijke waardigheid betekent daarentegen de erkenning van de waarde van het mensenleven, dat ons vrijelijk is gegeven en dus geen voorwerp kan zijn van handel. Als leden van dit parlement, bent u geroepen tot een grotere opdracht - die soms een onmogelijke mag lijken: aandacht te hebben voor de behoeften van individuen en volken. Om te zorgen voor wie in nood is, is kracht en tederheid nodig, inspanning en gulheid te midden van een functionalistische ingesteldheid die onverbiddelijk leidt tot een wegwerpcultuur. Zorgen voor individuen en mensen in nood betekent dat je het geheugen en de hoop koestert. Het betekent verantwoordelijkheid nemen voor het heden met zijn toestanden van complete marginalisering en leed, en in staat zijn om daar waardigheid aan te verlenen.

Hoe kun je dan hoop in de toekomst herstellen, zo dat, beginnend me de jongere generatie, het vertrouwen opnieuw kan ontdekt worden dat nodig is om het grote ideaal na te streven van een verenigd en vredig Europa, dat creatief is, vindingrijk, respect heeft voor rechten en zich bewust is van zijn plichten?

Sta me toe een beeld te gebruiken om die vraag te beantwoorden. Een van de meest bejubelde fresco’s van Raphael is te vinden in het Vaticaan en beeldt de zgn. School van Athene uit. Plato en Artistoteles staan in het midden. De vinger van Plato wijst naar boven, naar de wereld van ideeŽn, naar de hemel zouden we mogen zeggen. Aristoteles houdt zijn hand voor zich uit, naar de toeschouwer, naar de wereld, de concrete werkelijkheid. Dat lijkt me een heel toepasselijk beeld van Europa en haar geschiedenis, gevormd door het constante spel tussen hemel en aarde, waar de hemel doet denken aan de openheid voor het transcendente – tot God – die altijd een kenmerk is geweest van de Europese mens, terwijl de aarde de praktische en concrete mogelijkheid van Europa weergeeft om situaties en problemen aan te pakken.

School of Athens

De toekomst van Europa hangt af van de herontdekking van de vitale verbinding tussen die twee elementen. Een Europa dat niet meer open staat voor de transcendente dimensie van het leven is een Europa dat dreigt langzaam aan zijn eigen ziel te verliezen, en het humanistische karakter dat het nog liefheeft en verdedigt.

Met die openheid voor het transcendente als vertrekpunt wil ik opnieuw de centrale positie benadrukken van de menselijke persoon. Anders is die overgeleverd aan de macht en de grillen van het ogenblik Ik beschouw als fundamenteel niet enkel de erfenis die het Christendom in het verleden heeft geschonken aan de culturele en sociale vorming van dit continent, maar bovenal de bijdrage die het vandaag en in de toekomst wil bieden aan de groei van Europa. Die bijdrage vormt geen bedreiging voor het seculier-zijn van staten of voor de onafhankelijkheid van de instellingen van de Europese Unie. Veeleer is die bijdrage een verrijking. Dat blijkt duidelijk uit de idealen die Europa van in den beginne vorm hebben gegeven, zoals vrede, subsidiariteit en wederzijdse solidariteit, en een humanisme dat zich richt op respect voor de waardigheid van de menselijke persoon.

Ik wens dan ook de bereidheid te herhalen van de Heilige Stoel en de Katholieke Kerk, via de Commissie van Bisschoppen¨conferenties van de Europese Unie (COMECE) om een zinvolle, open en transparantie dialoog aan te gaan met de instellingen van de Europese Unie. Ik ben er ook van overtuigd dat een Europa dat in staat is om waardering op te brengen voor zijn religieuze wortels en om het lonend karakter en het potentieel daarvan te zien, des te meer immuun zal zijn voor de vele vormen van extremisme dat zich in de wereld van vandaag verspreidt, niet in het minst als het gevolg van het grote vacuŁm aan idealen waarvan we dezer dagen getuige zijn in het Westen. Het immers de godvergeetachtigheid van de mens, en het feit dat hij nalaat Hem te eren, die geweld bevordert.

Tekst pauselijke toespraak (Engels)

`

Tekst pauselijke toespraak (Frans)

Naar boven