Christen Forum Limburg

maandag 1 december 2014

Maria Magdalena en het 'Raak me niet aan' in de kunst

Liesbet Kusters

Wetenschappelijk adviseur bij het Centrum voor Religieuze Kunst en Cultuur en docent aan de Academie voor Schone Kunsten in Gent

Liesbet Kusters

Liesbet Kusters (1981) is doctor in de Kunstwetenschappen. Zij deed onderzoek naar de betekenis van het verhaal van de aan bloedverlies lijdende ('bloedvloeiende') vrouw in het evangelie van Marcus.

Maria Magdalena is wellicht één van de meest fascinerende, maar ook één van de meest omstreden vrouwen uit het Nieuwe Testament. In het Johannesevangelie lezen we hoe Maria Magdalena, in haar verlangen de verrezen Jezus aan te raken, de handen naar Hem uitstrekt, maar hierin door Hem wordt tegengehouden in de woorden: "Noli me tangere" ("Raak me niet aan").

De conferentie wil dieper ingaan op de ontmoeting van Maria Magdalena met Jezus, afdalen naar het belang en de betekenis van de aanraking daarin, en kijken hoe deze aanraking en haar precaire karakter zich vertaald zien in de kunsten. Tot op de dag van vandaag is die aanraking immers bepalend voor haar vrouwbeeld, in de literatuur, de kerkleer, de antropologie, de volksdevotie en de mystiek. De lezing wordt geïllustreerd met beeldmateriaal uit 5 eeuwen kunstgeschiedenis.

Het lege graf

Op de eerste dag na sabbat
komt Maria Magdalena
vroeg, als het nog donker is,
aan bij het graf
en ontwaart
dat de steen uit het graf gehaald is.

Het lege graf

Ze rent dan weg en
komt aan bij Simon Petrus
en bij de andere leerling,-
die welke Jezus het meest heeft liefgehad,
en zegt tot hen:
ze hebben de heer uit het graf gehaald
en we weten niet
waar ze hem hebben gelegd!

Dan gaat Petrus mee naar buiten,
en de andere leerling ook,
en zo zijn ze aangekomen bij het graf.

De twee zijn tegelijk erheen gerend,
maar de andere leerling loopt sneller
dan Petrus
en komt als eerste aan bij het graf;

hij bukt erbij neer
en wordt gewaar
dat de lijkwindsels daar zomaar liggen;
hij gaat echter niet naar binnen.

Dan komt, volgend op hem,
ook Simon Petrus aan,
en die gaat de grafkamer binnen;
hij aanschouwt
hoe de lijkwaden daar liggen,

en ook de zweetdoek
die zijn hoofd bedekt heeft,-
dat die niet bij de lijkwaden ligt
maar apart, opgerold op een eigen plek.

Dan pas gaat ook de andere leerling
naar binnen,-
die als eerste bij het graf is aangekomen;
als hij alles heeft gezien
begint hij te geloven.

Want ze hadden nog geen besef van
het schriftwoord
dat hij uit de doden moest opstaan.

Dan gaan de leerlingen weg,
weer naar hun metgezellen.

Maar Maria was blijven staan bij het graf,
erbuiten,- weeklagend;
in haar weeklacht dan
bukt zij neer, de grafkamer in,

en aanschouwt
hoe daar twee engelen in witte gewaden
zitten,
één bij het hoofdeind en
één bij de voeten, daar waar -
het lichaam van Jezus heeft gelegen.

Zij zeggen tot haar:
vrouwe, waarom deze weeklacht?
En zij zegt tot hen:
omdat ze mijn heer hebben weggehaald,
en ik weet niet waar ze hem hebben gelegd!

Dat zeggend keert zij om, kijkt achter zich
en aanschouwt Jezus die daar staat,-
en ze heeft niet geweten dat het Jezus was.

Noli me tangere (11de eeuw)

Jezus zegt tot haar:
vrouwe, waarom deze weeklacht,-
wie zoek je hier?
En ze denkt dat het de tuinman is
en zegt tot hem:
heer, als ú hem hebt weggedragen,
zeg me waar u hem hebt neergelegd;
dan zal ik op mijn beurt
hem daar ook ophalen!

Jezus zegt tot haar:
Maria!
Zij keert om en
zegt tot hem in het Hebreeuws: rabbóeni!-
dat wil zeggen: meester!

Jezus zegt tot haar:
houd mij niet vast!,
want ik ben nog niet
opgeklommen naar de Vader;
maar ga naar mijn broeders
en zeg tot hen:
ik klim op naar mijn Vader en uw Vader,
mijn God en uw God!

Johannes, 20 (vertaling: Naardense Bijbel

Naar boven

Misbruik van een vertaalfout

Hieronymus maakte tussen 390 en 405 in opdracht van de paus een Bijbelvertaling in "alledaags Latijn": de versio vulgata (= volkse versie). Op het concilie van Trente (1545-1563) werd bepaald dat de Vulgaat nog de enige gezaghebbende versie was.

In die vulgaat luidt Johannes 20, 16-17:

"dicit ei Iesus Maria conversa illa dicit ei rabboni quod dicitur magister

dicit ei Iesus noli me tangere nondum enim ascendi ad Patrem meum vade autem ad fratres meos et dic eis ascendo ad Patrem meum et Patrem vestrum et Deum meum et Deum vestrum"

De Statenbijbel (Dordrecht 1618-1619) vertaalt getrouw:

"Jezus zeide tot haar: Maria! Zij, zich omkerende, zeide tot Hem: Rabbouni, hetwelk is gezegd, Meester.

Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vare op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God."

De enigmatische uitspraak "Noli me tangere" luidt in de oorspronkelijke Griekse tekst "mê mou haptou". Die drie woorden kunnen op verschillende manieren vertaald worden: "raak me niet aan", "houd me niet vast" of "nader me niet". Afhankelijk van de vertaling dient Maria Magdalena's handeling verschillend geïnterpreteerd te worden.

Probeert ze Jezus aan te raken?
Te omhelzen?
Vast te grijpen?
En is dit toegelaten of niet?
Of heeft ze Jezus omhelsd en moet zij zich voortaan instellen op een andere relatie tot de verrezen Christus?

Wat de oorspronkelijke betekenis ook was, de drie woorden "Noli me tangere" veroorzaakten doorheen de geschiedenis een ketting aan betekenissen en interpretaties. Het resultaat is dat Maria Magdalena niet alleen een van de bekendste vrouwen is van het Nieuwe Testament, maar- ten onrechte - ook de beruchtste.

De hedendaagse interesse in boeken, films, beeldende kunst, leert ons dat ze een vrouw is met sterallures. Een grote 'maar' is hier echter op zijn plaats. Doorheen de geschiedenis is Maria Magdalena veel onrecht aangedaan. Hoe vaak werd ze niet als gevallen vrouw, als zondares, als prostituee aangeduid?

De voorstelling van Maria Magdalena lijkt de strijd tussen man en vrouw in de Westerse cultuur te weerspiegelen.

"Met het parfum dat eens op schandelijke wijze haar eigen lichaam deed geuren, zalfde ze nu de voeten van de Heer; haar ogen die eens wereldse zaken aanschouwden, vulden zich nu met tranen van boete; met het haar dat voordien in dienst stond van haar aantrekkelijkheid, worden nu de voeten van de Heer gedroogd; van haar lippen kwamen voorheen overmoedige woorden van trots, nu kussen diezelfde lippen de voeten van de Heer."
Gregorius de Grote over Maria Magdalena)

“Wat me in Maria Magdalena fascineerde was dat ze staat voor alle aspecten van vrouwelijkheid: ze is een hoer, en een slachtoffer en een compleet oerdier. En dan wordt ze herboren en wordt maagdelijk en zusterlijk. Ze gaat door alle fases van vrouwelijkheid.”
Barbara Hershey die in de film “The Last Temptation” de rol van Maria Magdalena speelde

Veel weten we nochtans niet over Maria Magdalena. Haar naam leert ons dat ze uit Magdala afkomstig is. Ze trok mee met Jezus doorheen Galilea en was ook aanwezig bij de lijdensweg van Jezus, diens kruisiging en waarschijnlijk ook zijn begrafenis. In het Johannesevangelie krijgt ze hierna zelfs een bevoorrechte positie. Ze is de eerste aan wie een verschijningservaring van de verrezen Christus te beurt valt.

Als de Verrezene haar naam noemt, spreekt ze Christus aan met 'Rabboeni', 'Meester', een term die elders enkel door de leerlingen werd gebruikt Maar als Maria een leerlinge van Jezus was, waarom wordt ze dan in de latere geschiedenis zo vaak als gevallen vrouw bestempeld?

Dit is in de Westerse cultuur door de eeuwen heen inderdaad het beeld van Maria Magdalena geweest. Feministische onderzoeksters hebben in de voorbije decennia overtuigend aangetoond dat deze representatie van Maria Magdalena (bijna) niets te maken heeft met de historische Maria Magdalena en de Maria Magdalena’s die we in de vier evangelies ontmoeten

Barbara Hershy in The Last Temptaion

Naar boven

Een onderzoeksproject

Vandaar dat de theologische en kunsthistorische faculteiten van de K.U.Leuven en Saint Paul University Ottawa samenwerken in een door het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen gefinancierd onderzoeksproject "Maria Magdalena en het aanraken van Jezus. Een intra- en interdisciplinair onderzoek naar de interpretatie van Joh 20,17 in exegese, iconografie en pastorale begeleiding".

Liesbet Kusters maakt deel uit van die internationale onderzoeksgroep samen met o.m. Barbara Baert, professor Kunstgeschiedenis KULeuven; Reimund Bieringer, professor in exegese Nieuwe Testament aan de Faculteit Godgeleerdheid en Karlijn Demasure, professor in de pastoraaltheologie.

Meer over het onderzoeksproject Noli me tangere

Naar boven

De schaduw van de tuinman

In de Maria-Magdalenakapel van de kathedraal van Chichester (Zuid-Engeland) hangt een schilderij van Graham Sutherland: Noli me tangere. Het schilderij kwam er op bestelling van deken Dr. Walter Hussey. Van hem wordt gezegd dat hij de laatste grote beschermheer was van de kunst in de Chruch of England. De kathedraal heeft ook een glasraam van Chagal, Henry Moore leverde een kunstwerk af en drie toonaangevende componisten schreven in opdracht composities: Benjamin Britten, William Walton en Leornard Bernstein. Die laatste werd uitgenodigd om psalmbewerkingen te componeren “die gerust aan West Side Story mochten doen denken” – de Chichester Psalms.

De deken van Kingston, Kevin Scott, maakte een analyse van het kleine paneel. Kevin Scott heeft ook een diploma kunstgeschiedenis en heeft bijzondere interesse voor de manieren waarop God ons in kunstwerken tegemoet komt.

Noli me tangere van Graham Sutherland

Met deze afbeelding moet je oog in oog gaan staan. Je moet je ermee inlaten en ze niet zo maar “zien”.

Het kleine panel staat in de Maria-Magdalenakapel van de kathedraal van Chichester. Het toont een scène die tegelijk vredig is en vreemd gespannen is. The setting is een onbestemde binnenplaats – de achterkant van een hotel misschien? Een binnentuin?

Een licht gebaarde jonge man, gespierd en met goedgevormde kuiten, beent een trap op. Zijn hand wijst hem glijdend over de leuning de weg naar ergens daarboven. De andere hand steekt hij uit naar beneden, om een vrouw weg te duwen (of te zegenen?) die beneden neerknielt. Ze draagt een groene blousejurk die haar royale boezem duidelijk laat zien en haar aftekent tegen de rode achtergrond. De zoom van haar jurk heeft ze opgetrokken over haar been. Haar gezicht strekt zich naar de man, meer nog dan haar hand. Haar hals is ontbloot.

Er zijn intrigerend ongewisse elementen in dit schilderij. Een exotische vogel zit hoog in een opening die ongemakkelijk veel lijkt op een hemels oog dat de scene daar beneden gade slaat. En zijn wij niet de enige getuigen van dit dramatisch gebeuren? Onderaan de trap verschijnt een sleutelgat. Er is iets afgesloten – of is het juist ontsloten? De bestemming van de man is onduidelijk, raadselachtig. Leidt die trap naar een deur, of een opening? En naast de vrouw aan de voet van de trap staat een krukje. Kan zij bij de man komen, mocht zij dat willen?

En dan is er ’s mans schaduw die – heel intrigerend – geen hoed op heeft gezet. Zoals elke schaduw is hij duidelijk een deel van hem, alhoewel… Is dit misschien nog een andere speler in stuk?

De kunstenaar Graham Sutherland biedt ons een voorstelling van Johannes 20, 14-17. Hij heeft er de traditionele naam Noli me tangere aan gegeven – Raak me niet aan. Een juistere weergave van het Grieks zou zijn: Klamp je niet vast aan mij. Sutherland heeft de woorden genomen en ze in beelden vertaald. Wij zijn gewend aan de omgekeerde voorstelling van de Schrift – beelden in woorden vertalen.

En toch: de woorden blijven hardnekkig hangen. "En ze denkt dat het de tuinman is…" Waarom zou Maria Magdalena denken dat de verrezen Christus de tuinman is? Vroegere kunstenaars gaven Hem een schoffel in de hand. Sutherland heeft hem een zonnehoed gegeven. "Ik klim op tot mijn vader…"Wel, hij gaat overduidelijk naar boven.

Dit is een schilderij dat onder meer gaat over relatie en verbondenheid, over vóór en ná. Je ziet Jezus met Maria Magdalena, de vrouw aan wie hij eerst van al wilde verschijnen. Velen hebben zich een mening proberen te vormen over hun relatie, ook diegenen die enkel de Bijbel als bron hanteerden. Wat de aard van die relatie ook is, ze heeft een flinke stoot gekregen. Veel van wat er vroeger was, is er nog, en toch… Zij zijn nu van elkaar gescheiden, zij het door een dunne leuning. Een leuning die Jezus van daar wegleidt. Er is iets dat voor beiden tragisch is, maar onontkoombaar.

Maria zal een nieuwe manier moeten vinden om met Jezus verbonden te zijn. Wat ze ook op Jezus geprojecteerd heeft (en wie heeft geen aspiraties en gevoelens op een ander geprojecteerd?), alles is nu veranderd. The bovenmaatse, voor de zintuigen niet te vatten realiteit van Christus’ verrijzenis gaat gepaard het scherpe besef dat niets nog hetzelfde zal zijn. Maria – zoals ook wij - moet die nieuwe realiteit, die nieuwe verbondenheid, voor zichzelf ontdekken.

Helemaal alleen? Nee, waarschijnlijk niet. De schaduw van Christus blijft mysterieus hangen, onverbrekelijk met hem verbonden, en toch met zijn eigen, aparte identiteit. Van nu af aan zal Maria Magdalena in twee werelden. De schaduw zal die met elkaar verbinden, de eeuwige schaduw van Jezus waar je niet de hand kunt op leggen, die je niet kunt aamralem of vasthouden – noli me tangere.

Naar boven