Christen Forum Limburg

maandag 20 oktober 2014

Eindelijk bevrijd

Een overlevende van de Holocaust over verzoening en hoop

Simon Gronowski

.

Overlevende van de Holocaust, voorzitter van de Joodse Vereniging van Gedeporteerden in België

Simon Gronowski

Simon Gronowski (°1931) werd als Jood op 17 maart 1943 thuis samen met zijn moeder en zus door de Gestapo opgepakt en naar Auschwitz gedeporteerd. Als bij wonder wist hij te ontsnappen. In Berlingen, een gehucht van Borgloon, werd hij door mensen opgevangen. Lange tijd ging Simon Gronowski gebukt onder zijn verleden. In Auschwitz stierven zijn moeder en zijn zus. Na jaren ondergedoken te hebben geleefd, slaagde hij erin zijn leven weer op te bouwen in Brussel en werd hij advocaat.

Simon Gronowski brengt tijdens deze avond zijn levensverhaal, een indrukwekkend pleidooi voor meer menselijkheid. Tijdens de conferentie worden beelden getoond van kunstenaar Koenraad Tinel, kind van een vader die een fervente aanhanger van Hitler was tijdens de oorlog. Beiden werden goede vrienden. Koenraad leerde van Simon dat hij de last van zijn vaders schuld niet dient te dragen, terwijl Simon van Koenraad leerde dat hij niet het eeuwige slachtoffer hoeft te zijn om zijn verloren geliefden te eren.

Transport XX

Dit is Gronowski's verhaal van zijn ontsnapping van het transport naar Auschwitz

Mijn vader is vanuit Polen in België aangekomen in 1920. Hij heeft mijn moeder laten overkomen uit Litouwen. Ze zijn getrouwd te Luik in 1923. Ze hebben twee kinderen gehad, mijn zuster Ita, geboren in 1924, en ik, Simon, geboren in 1931.

Mijn ouders hebben zich gevestigd in Brussel. Ze kochten bouwgrond in Etterbeek en hebben dan een huis laten bouwen. Mijn moeder hield een winkel in lederwaren op het gelijkvloers en mijn vader reisde doorheen de provincie om als groothandelaar hetzelfde artikel aan de man te brengen. In 1941 studeerde mijn zuster aan het Lyceum van Elsene. Ikzelf zat in het 5de leerjaar te Etterbeek. Ik was bij de scouts. Wij waren gelukkig en tezamen.

Gronowski en zijn ouders

In september 1942 waren er razzia’s tegen de joden en ook arrestaties. We zijn ondergedoken in een klein appartement te Sint-Lambrechts-Woluwe, Terkameren-straat 326.

De 17de maart 1943, om 9 uur in de morgen. We zitten aan het ontbijt. Mijn vader is gehospitaliseerd. Er wordt gebeld en twee Duitsers in burger van de Gestapo hebben ons aangehouden. We worden naar de kelder van de Gestapo gebracht aan de Louisalaan. De volgende avond worden we met een 40 à 50 andere personen naar de Dossin-kazerne gebracht te Mechelen.

k ontvang het nummer 1234 en mijn moeder het nummer 1233. Het blijken nummers te zijn voor onze deportatie. Ikzelf én mijn moeder zijn één maand geïnterneerd geweest in de Dossin-kazerne. Daarna zijn we op transport gesteld. Mijn zuster, die op zestienjarige leeftijd voor de Belgische nationaliteit had gekozen, komt niet voor deportatie in aanmerking.

Vanaf de vroege ochtend werd op 19 april 1943 stelselmatig het jodentransport samengesteld. In de namiddag werd ik samen met mijn moeder opgesloten in een beestenwagon met een 50-tal andere personen. De trein vertrok in de avond.

Ik was 11 en half jaar. Ik wist toen niet dat ik ter dood veroordeeld was en vervoerd zou worden naar de plaats van mijn executie: Auschwitz.

Kort na het vertrek is de trein gestopt en heb ik geroep gehoord in het Duits en enkele schoten. Het was de aanval te Boortmeerbeek van drie jonge weerstanders: Livschitz, Franklemon en Maistriau die zeventien personen bevrijd hebben. Ikzelf ben ingeslapen in de armen van mijn moeder. Ze heeft mij gewekt. De schuifdeur stond open en enkele personen sprongen van de trein.

Mijn moeder hield me bij de hand en bracht me bij de geopende schuifdeur. Ze liet me van de wagon glijden tot ik mijn voeten kon plaatsen op de treeplank. Ik richtte mij terug op. Met mijn linkerhand houd ik mij vast aan een verticale staaf; met mijn rechterhand houd ik me vast aan de plankenvloer van de wagon. Terwijl houdt mijn moeder me vast aan mijn kraag. Ik durf niet te springen. De trein gaat te vlug. Mijn moeder zegt me in het Jiddisch: “Der tsug geyt tsu schnell.”

Op een bepaald ogenblik vertraagt de trein en spring ik. Ik wacht op mijn moeder maar de trein stopt en ik hoor schoten met geroep in het Duits. Mijn eerste reflex is om terug te lopen naar mijn wagon om mijn moeder te vervoegen, ook om niet betrapt te worden door de Duitsers. Maar om dit te doen moest ik lopen naar die Duitsers die schoten.

Plotseling ben ik naar links gegaan. Ik heb gedurende de ganse nacht gelopen door een bos. Het had geregend. Ik zat vol slijk.

In de morgen ben ik in een klein dorpje aanbeland. Het was Berlingen, een gehucht van Borgloon. Ik heb gebeld aan een deur. Ik werd doorgestuurd naar de veldwachter van het dorp, Jules Van Hoenshoven. Die bracht me naar rijkswachter Jean Aerts.

Jean Aerts is naar het station gegaan en heeft daar vernomen dat er drie doden gevallen waren. Personen uit mijn wagon waarvan één jonge vrouw. Aerts heeft me in het Frans gezegd: “Ik weet alles, gij zat op de jodentrein, wij zijn goede Belgen, we zullen je niet verraden.”

Ik heb toen heel hard geweend en ben in zijn armen gevallen terwijl ik over mijn moeder heb gepraat. Jean Aerts heeft mij naar het station in Ordingen gebracht, kort bij St Truiden. Daar heb ik de trein genomen tot in het station van Schaarbeek. Dezelfde avond was ik terug thuis.

Daarna ben ik ondergedoken bij verschillende Belgische families tot aan de bevrijding. Mijn moeder heb ik nooit meer teruggezien. Mijn zuster is gedeporteerd geworden op 20 september 1943 met het XXII B transport. Ik heb haar nooit meer weergezien. Mijn vader, die gebroken was door verdriet, is gestorven in juli 1945. Ik ben alleen achtergebleven.

Escaping the train to Auschwitz

The BBC wijde een artikel aan de ontsnapping op 18 april 1943.

Escaping the train to Auschwitz

Naar boven

Eindelijk bevrijd
Geen schuld – Geen slachtoffer

Eindelijk bevrijd (Gronowski en Tinel

Samen met auteur David Van Reybrouck schreven Simon Gronowski en Koenraad Tinel het onwaarschijnlijke verhaal van de vriendschap tussen een kind ontsnapt aan Auschwitz en een kind van een nazi.

Koenraad Tinel (°1934) is een bekende beeldhouwer en tekenaar. Zijn familie collaboreerde tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn vader was een fervent aanhanger van Hitler. Twee van zijn broers droegen een SS-uniform, één ging vechten aan het Oostfront, de andere was bewaker in het Fort van Breendonk en de kazerne Dossin. Koenraad, de jongse, zag onder meer zijn geliefde joodse pianolerares, Betty Galinsky, plotseling verdwijnen

De twee oorlogskinderen Simon en Koenraad gingen lange tijd gebukt onder het gewicht van hun verleden. Gronowski en Tinel ontmoetten elkaar op hoge leeftijd (pas in 2012), door toedoen notabene van een joodse student van 16, Sacha Rangoni. Er ontstond een diepe vriendschap. Koenraad en Simon noemen elkaar sindsdien broers. De vriendschap vond haar neerslag in het boek Eindelijk bevrijd, een oprecht pleidooi voor menselijkheid

Koenraad leerde van Simon dat hij de last van zijn vaders schuld niet dient te dragen, terwijl Simon van Koenraad leerde dat hij niet het eeuwige slachtoffer hoefde te blijven om zijn verloren geliefden te eren.

Het boek Eindelijk bevrijd is uittegeven bij Kannibaal

Eindelijk bevrijd (uitg. Kannibaal)

Gronowski en Tinel

Naar boven

Verdriet wordt mededogen, geen wrok

Achteraan in het boek staat een essay van David Van Reybrouck, Eenzaamheid en mededogen, waarin hij ingaat op het thema vergeving dat in de levens van Simon en Koenraad zo’n grote rol is gaan spelen. Wat is het dat een mens in staat stelt een ander mens te vergeven. Hoe kan Simon, Koenraad en zijn vader en broers vergeven? Van Reybrouck haalt hier Desmond Tutu aan, die op zijn beurt gebruik maakt van een Amerikaanse cartoon waarin drie Vietnam veteranen voor het Memorial in Washington met elkaar staan te praten over of ze de mensen die hen krijgsgevangen hebben gemaakt ooit kunnen vergeven.

Een antwoordt:
“Ik zal ze nooit vergeven”.

De ander zegt dan:
“Dan ziet het ernaar uit dat ze je nog steeds gevangen houden nietwaar?”

Jezelf bevrijden door te vergeven: dat hebben Simon Gronowski en Koenraad Tinel gedaan.

“Onze boodschap is er een van hoop en geluk, niet van verdriet,” verklaart Gronowski zelf.

Naar boven

Een betere wereld gebouwd op vergeving

in Le Monde van 20 september 2013 verscheen een artikel van Simon Gronowski onder de titel Auschwitz et le pardon. Daarin heeft hij het over de zin, de noodzaak zelfs van vergeving.

Op een dag zei Koenraad [Tinel] mij: “Mijn broer kent je verhaal. Hij wil je zien.” Die broer was bewaker in de Kazerne Dossin toen ik daar werd vastgehouden en hij had me onder schot toen ik naar de wagon van de dood werd gebracht.

Hij betreurde wat hij had gedaan en vroeg me om hem te vergeven. We omhelsden mekaar zonder een woord te zeggen, huilend. Ik vergaf hem enkel in mijn eigen naam, niet in naam van andere slachtoffers. En ik vergaf alleen hém, niet alle Nazi’s. Ik deed het vooral voor mezelf. Ik had het gevoel dat ik mezelf oversteeg.

Vergeving betekent niet vergeten. Integendeel, zij geeft herinnering een grotere plaats, een bredere dimensie. Ons geheugen is essentieel: we moeten de barbaarsheid van het verleden kennen om vandaag de democratie te verdedigen. Democratie is een dagelijkse strijd.

Vergeving is een religieuze deugd. Voor boeddhisten is het een daad van bevrijdende wijsheid. Hoe groter de misdaad, hoe groter de vergeving.

Sommigen zeggen dat ze niet in staat zouden zijn om te vergeven. Dat is een zinloze uitspraak als het hen nooit werd gevraagd zoals aan mij, en dat zal waarschijnlijk ook nooit gebeuren. Maar als het hun overkwam, wat zouden ze doen? Na 70 jaar lijden ze nog altijd aan de wonden van hun haat, terwijl ze het leven zouden moeten liefhebben en in het geluk zouden moeten geloven, uit respect voor hun overleden dierbaren.

Als de dader spijt heeft en om vergiffenis vraagt, dan kan het slachtoffer niet anders dan vergeven, want vergeving weigeren betekent het in stand houden van haat aan beide zijden.

Sommigen willen de kinderen en nakomelingen van de slachtoffers en de daders voor altijd in twee vijandige kampen houden. Die houding opent de weg naar nieuwe vijandigheden, nieuwe oorlogen, nieuw lijden voor onze kinderen. Het is niet omdat de kinderen van slachtoffers en daders heel lang, generaties lang, het stigma van absoluut kwaad in zich dragen, dat ze tegenover mekaar moeten opgezet blijven.

De mensen moeten niet verdeeld worden, maar samengebracht. Je moet naar de ander toe gaan en samen groeien naar een betere wereld van vrede en wederzijds respect. Dat is een boodschap van hoop en geluk.

Ik heb mijn familie verloren door criminele haat. Ik haat niet. Ondanks de tragische gebeurtenissen van vroeger en nu – want ook vandaag nog lijden velen. Ik bewaar mijn geloof in de toekomst omdat k geloof in de goedheid van de mens

Lees het volldeige artikel

Naar boven

Lieve vijand

Op 4 februari 2014 waren Simon Gronowski en Koenraad Tinel te gast in BOZAR voor de jaarlijkse Dag van de Cultuureducatie.

Gronowski vertelt er hoe hij reageerde op het overlijden van de broer van Koenraad Tinel, een van zijn bewakers in de Dossinkazerne:

Liever Walter,
Het verleden heeft ons gescheiden.
Het heden verenigt ons.
Ik hou van je met heel mijn hart!

U kunt het inteview bekijken op de website van het Platform rond Mediawijsheid.

Interview Gronowski op DCE

Naar boven

Gronowski en Tinel

Op 24 maart 2013 ging David Van Reybrouck (die de pen vasthield van het boek Eindelijk bevrijd) op het Passa Porta festival in gesprek met Simon Gronowski en Koenraad Tinel.

(De interviews zijn in het Nederlands en het Frans.)

Gronowski en Tinel op Passa Porta

Naar boven

Sans-papiers

De vader van Gronowski ontvluchtte zijn geboorteland Polen voor het antisemitisme. Zonder papieren. Vandaag neemt Simon het op voor de nieuwe sans-papiers.

Al vele jaren leg ik getuigenis af over de barbarij van de nazi’s, hoe ik die zelf aan den lijve heb meegemaakt. Overal vertel ik over mijn vader die in 1920 zijn geboorteland Polen moest ontvluchten voor het antisemitisme en voor de ontbering. Hij is toen België illegaal en clandestien binnengekomen. Hij was een mens-zonder-papieren avant la lettre, een politieke en economische vluchteling. In die tijd heeft België hem gastvrij ontvangen en werd hij snel geregulariseerd.

Dit is de reden waarom ik overal mijn solidariteit uitspreek voor mensen zonder papieren. Zij komen niet naar hier voor hun plezier, maar omdat er in hun thuisland oorlog, honger en politieke problemen zijn. Zij hebben niets misdaan en verdienen het niet om gevangen te worden gezet, in het centrum dat wij 127bis noemen. Zeker niet de kinderen.

Zelf werd ik in 1943 op elfjarige leeftijd opgesloten in kazerne Dossin in Mechelen om te worden getransporteerd naar Auschwitz-Birkenau. Ik voel mij solidair met de huidige situatie van de Afghanen in België. De veiligheid in hun land is ver zoek. Hun leven daar verkeert permanent in gevaar, wat nog meer het geval zal zijn zodra de internationale troepenmacht zich terugtrekt in 2014. In afwachting moet de uitwijzing van alle Afghanen worden uitgesteld en moet een verblijfsvergunning aan de families en hun kinderen worden toegekend. Veel Afghaanse jongeren lopen al jaren school in ons land en doen dit voorbeeldig, met veel motivatie en inzet. Zij kennen amper hun land van oorsprong. Hun gastland is ons land, België met zijn regio’s, dat zij liefhebben en waarin zij zich willen engageren.

Ik vraag dat mijn vaderland, helemaal in de lijn van zijn traditie, deze vluchtelingen uit humanitaire overwegingen opvangt en hen een leven in vrede en waardigheid garandeert.

Naar boven

 

Overzicht

Simon Gronowski

Het 20ste transport

Het boek

Verdriet en mededogen

Vergeving

Lieve vijand

Gronowski en Tinel

Blijvend engagement

 

Terugblik

Simon Gronowski bij Christen Forum

Lees een terugblik op de conferentie van Simon Gronowski

Terugblik