Christen Forum Limburg

maandag 24 maart 2014

Doodgelukkig bij gevangenen en zieken

Een pastor getuigt

Jan De Cock

Deeltijds ziekenhuispastor Universitair Ziekenhuis Antwerpen

Jan De Cock is deeltijds ziekenhuispastor in het Universitair Ziekenhuis van Antwerpen. Om de vreugde en om den brode. Hij verdeelt zijn tijd: de helft in de gevangenis, de andere helft in het ziekenhuis.

Hij werd bekend om zijn engagement voor de gevangenen in de wereld. Hij trok wereldwijd langs meer dan 150 gevangenissen; in de helft daarvan liet hij zich vrijwillig opsluiten om van binnenuit de polsslag te voelen van mannen en vrouwen achter de tralies.

Jan De Cock brengt een ode aan het leven, een handreiking om niet bang te zijn voor ziekte en nog minder voor de dood. "Ik zie dat zelfs bij het grootste verdriet de liefde uiteindelijk overwint."

Voor zijn boek “Doodgelukkig leven – Hoopvolle verhalen uit het ziekenhuis” kreeg hij in 2012 de prijs van het spirituele boek. Over zijn ervaringen in gevangenissen schreef hij "Hotel Prison"

Jan De Cock

Jan De Cock bij Christen Forum

Jan De Cock (geboren in 1964) verbleef als ontwikkelingswerker in Latijns-Amerika en Afrika. Van straatopvoeder, onder meer bij lijmsnuivende jongeren in Chili, naar gevangeniswerker: het was maar een kleine stap. Hij trok in 2001-2002 wereldwijd langs zo'n honderd gevangenissen en liet zich vrijwillig opsluiten om van binnenuit de polsslag te voelen van mannen en vrouwen achter de tralies. Jan verbleef in 2005 één maand in een gevangenis in Noord-Kivu in Congo. Over deze ervaringen verschenen twee boeken: 'Hotel Prison' en 'De Kelders van Congo'. Jan geeft regelmatig lezingen over dit onderwerp. Jan werkt o.a. ook in het pastorale team in de gevangenis van Antwerpen.

Uit vele gevangenissen bracht hij projecten met de vraag tot ondersteuning mee. Vanuit zijn beleving wilde Jan een tastbare ondersteuning bieden aan allerlei projecten wereldwijd. Dat leidde in 2006 tot de oprichting van de v.z.w. Within Without Walls. Door de jaren heen groeide het aantal projecten en de nood aan tijd, mensen en geld nodig om die uit te bouwen. Een groeiend aantal mensen wil meewerken: vrienden, gevangenen, ex-gedetineerden, slachtoffers en hun families.

Naar boven

Ziekenhuispastor

Wie ziek is, staat meer open voor de essentie

Jan De Cock werkt deeltijds in het Universitair Ziekenhuis Antwerpen. Samen met Peter Dierckx en Ria Van Belzen vormt de oecumenische pastorale dienst. Tertio had een gesprek met hen.

Lijden en dood brengen de essentie van mens-zijn naar boven en laten niemand onberoerd. “Ik begeleidde een jongeman die stierf aan kanker”, zegt Dierckx. “Zelf verloor ik daar een broer aan, op dezelfde leeftijd als Toon (naam gewijzigd om te privacy te waarborgen, nvdr.). ‘Ik lees elke dag in de Bijbel, dat geeft me kracht’, vertelde Toon, van thuis uit protestants. Toen zijn einde naderde, stelde ik voor om samen te bidden. Toons vader was erbij. Na het gebed hebben we samen onze handen op Toons hoofd gelegd, om hem te zegenen. Dan hebben we hand in hand het Onzevader gebeden, en ik heb Sjaloom gezongen. Daarna hebben we samen geweend. ‘Nu kan ik rustig naar huis gaan om te sterven’, zei Toon.”

Het lukt patiënten lang niet altijd om sereen om te gaan met ziekte en dood. Soms is de weerstand tegen God torenhoog. "Het is toch normaal dat mensen soms kwaad worden en verzet voelen: waarom? Waarom ik? Deze gevoelens moet je erkennen", zegt Dierckx. "Ik vertel dat ook Jezus zich door God verlaten voelde. Soms helpt het om een vloekpsalm te lezen: ‘ik sta tot mijn nek in het water’. Veel heeft te maken met het godsbeeld van mensen: zien ze in hun ziekte de wil van God? Dan zijn ze geneigd om hun lijden te zien als straf voor hun fouten." Van Belzen: "Ik dacht dat dit iets typisch calvinistisch was, maar het beeld van de straffende God en het zoeken naar de betekenis van de ziekte keert terug in alle tradities. ‘Ik denk niet dat dit iets met God te maken heeft, veeleer met de gebrokenheid van het bestaan’, probeer ik dan. De onmacht van het ziekbed werkt als een enorme spiegel, ook voor ons."

Lees het volledige interview

Naar boven

Geluk en betrokkenheid

In Maczima, het tijdschrift van Ziekenzorg CM, verscheen in mei 2013 een gesprek met Jan De Cock, naar aanleiding van zijn boek Doodgelukkig leven.

Ziekenhuizen en gevangenissen, zijn dat geen totaal verschillende werelden?

“De mensen die er verblijven, hebben meer met elkaar gemeen dan je zou vermoeden. Gevangenen zijn gekluisterd aan hun cel, ziekenhuisbewoners aan hun ziekenbed. Vanuit hun precaire situatie stellen beide groepen zingevingsvragen. In het evangelie roept Je- zus zijn leerlingen op om de kaart te trekken van de zieken en gevangenen. Ik ben een geluksvogel dat ik én bij gevangenen én bij zieken op de thee of koffie mag. Ik wil daar niet zeemzoeterig over doen, maar ik kan gerust stellen dat zij verantwoordelijk zijn voor een groot deel van mijn geluk. Het is voor mij al lang geen boutade meer dat gevangenen en zieken ons evangeliseren. Mijn leven zal te kort zijn om alle dankbaarheid die ik daarvoor voel, ooit terug te geven.”

Het grote woord is gevallen: geluk. Wat houdt dit voor jou in?

“Mijn ouders hadden een boekenwinkel. Ze waren geëngageerd, de deur stond altijd open, ook voor vluchtelingen, mensen met een handicap en mensen die ziek waren. Mijn vier zussen en ik zagen dat het geluk van onze ouders veel te maken had met hun betrokkenheid tot mensen. Of om het met de woorden van een Chinese professor te zeggen: ‘Happiness is the other’, vrij vertaald: ‘Geluk is de andere’. Ik ben er net als hem van overtuigd dat het diepste geluk het geluk is dat betrekking heeft op anderen. Ik denk ook nog vaak terug aan de definitie van geluk die een Amerikaanse gevangene me ooit gaf: om gelukkig te leven, moet je drie s’en een plaats geven: ‘simple’ (simpel), ‘spiritual’ (spiritueel) en ‘social’ (sociaal). Door dat soort levenswijsheid laat ik me graag leiden.”

Lees het volledige artikel

Naar boven

Hotel prison

De wereldreis van een tralie-trotter

Jan De Cock trok de wereld rond, van gevangenis naar gevangenis, op zoek naar het leven achter de tralies. Door steppe en woestijn, per boot of per fiets zocht hij de gedetineerden op, bij temperaturen die schommelden van +45 tot -25 graden. Hij ontmoette kruimeldieven, zakkenrollers en vliegtuigkapers. Hij deelde de cel met muzikanten of acteurs, met huurmoordenaars en moeders die eten stalen voor hun kinderen. Hij leefde in het gezelschap van ratten en vlooien, hagedissen en sprinkhanen...

De neerslag verscheen als Hotel Prison bij Lannoo in 2003. Hotel Prison is een averechts verhaal over het verborgen bestaan van al te vaak vergeten mensen.

In het tijdschrift MO* van 24 november 2011 verscheen een gesprek met Jan De Cock over zijn ervaringen.

Naar boven

Hotel prison

U hebt u vrijwillig laten opsluiten. Hoe bent u te werk gegaan?

"Mijn eerste idee was mij voor een jaar te laten opsluiten in een gevangenis in Chili. Daar werd mij al snel duidelijk gemaakt dat mijn wens enkel kon worden vervuld als ik een misdrijf zou plegen. Het stelen van een kip zou me vijf jaar opsluiting opleveren. Dat zag ik niet meteen zitten. Terug in België heb ik gedurende een hele tijd gedetineerden van Latijns-Amerikaanse origine in Leuven-Centraal bezocht. Met mijn kennis van het Spaans en Portugees deed ik hen een enorm plezier met mijn bezoekjes. "

"Uiteindelijk heb ik besloten om een wereldreis te maken en tussenstops te houden in verschillende gevangenissen. Drie jaar heeft de voorbereiding van de reis geduurd. Kaartjes voor de gevangenis zijn nu eenmaal niet zo gemakkelijk te verkrijgen, maar na heel wat lobbywerk bij ambassades is het me toch bij de meeste gevangenissen gelukt. Die drie jaar had ik trouwens ook nodig om mij mentaal en fysiek voor te bereiden. "

Wat was het dat u precies wenste te bereiken met uw vrijwillige detentie?

"Toen ik lesgaf aan kinderen uit het eerste leerjaar verplichtte ik mijzelf om, minstens een keer per week, de wereld te bekijken vanop de hoogte van de kinderen. Ik ging daarvoor ook letterlijk op mijn knieën zitten. De posters in mijn klas hingen ook een meter lager dan in de andere klasjes. Als je iets wil vertellen over de leefwereld van een bepaalde groep, moet je je volledig inleven. De gevangenis van binnenuit beleven leek mij de beste manier om mijn verhaal te doen. "

"Het verhaal dat ik wou brengen was het verhaal dat de buitenwereld vaak niet te horen krijgt. De gevangenis heeft twee gezichten. De gevangenis is een zeer moeilijke en conflictueuze omgeving, ook heel agressief. Maar de gevangenis heeft nog een ander gezicht. Het is een plaats waar ook veel moois gebeurt. Ik ontdekte er waarden van gastvrijheid, vriendschap, vertrouwen en creativiteit. Ik vond dat ook dat gezicht mocht gezien worden. Je wint echter pas aan geloofwaardigheid als je dit ook effectief van binnenuit beleefd hebt. Vandaar mijn vrijwillige opsluiting. "

Lees het volledige interview

Info over het boek

Naar boven

Doodgelukkig leven

Hoopvolle verhalen uit het ziekenhuis

Doodgelukkig leven

Als ziekenhuispastor staat Jan De Cock meneer De Cock bij en dit niet alleen vanwege de naam. Mevrouw De Cock is net gestorven. Door zijn tranen heen zoekt meneer een map en geeft die aan Jan.

"Zullen we een kop koffie gaan drinken? " bied ik aan.

Er komt weer klank bij het beeld. "Deze map heeft mijn vrouw me gisteren gegeven. Wilt u hem met mij openmaken?"

Eerst doe ik dat met een melkcupje. Vervolgens met een suikerzakje. Dan met de map. Mevrouw De Cock heeft haar hele begrafenis uitgewerkt. Tot het gedachtenisprentje toe. Er vallen foto's op de grond. Van de laatste reis naar Oberammergau.

Zijn tranen vallen ook. "Ze was er klaar voor", troost hij zichzelf.

Er valt een verfrommeld velletje op de grond, een geel Post-it-briefje, net groot genoeg voor een wijsheid van Sri Aurobindo."De hoogste staat van menselijke liefde is de eenheid van één ziel in twee lichamen", leest meneer De Cock met een stem als een krakende grammofoonplaat en daarmee krakkemikkiger dan het handschrift waarmee zijn vrouw dit ooit kopieerde.

"Misschien dacht ze aan mij toen ze dit opschreef", huilt en lacht hij tegelijk.

"Ik weet het wel zeker", durf ik.

Info over het boek

Naar boven