Christen Forum Limburg

maandag 17 februari 2014

De ziel onder de arm

Désanne van Brederode

Nederlandse gelovige auteur en filosofe

"Van stuurloze types die doelloos en treurig door het leven gaan, zeg je dat ze met hun ziel onder de arm lopen. Normaal lokaliseren we de ziel in het lichaam, ergens begraven in het hart of het hoofd of daartussenin. Maar in deze stuurloze tijd lopen we allemaal met onze ziel onder de arm." De Nederlandse gelovige filosofe Désanne van Brederode schreef er een boek over, met als ondertitel “Over aandachtig leven”. Dat mag met de ziel onder de arm. Zij pleit voor wankelmoed, de moed om te wankelen. "Christus had de moed zich wankel op te stellen."

"Er is een groep die zijn twijfel en ongeloof wegsteekt door de dogma’s te beklemtonen die ze zelf niet begrijpen. De andere groep geeft toe zelf te zoeken en te twijfelen, maar daarmee vlakken ze het geloof af. Ze vinden dat het niet te rijmen valt met de huidige wetenschap en cultuur. Alles moet dan maar symbolisch worden opgevat. Beide geven mij het gevoel het geloof op te geven en laten de gelovigen aan hun lot over."

"Het christendom heeft zoveel verborgen schatten, maar dominees en priesters weten niet meer hoe ze die cadeaus moeten uitpakken. Zoveel gemiste kansen."

Désanne van Brederode schreef eerder enkele mooie, gelaagde romans en won daarvoor de Gerard-Walschapprijs. Ze maakt daarnaast bijdragen voor kranten en televisieprogramma’s over levensbeschouwelijke thema’s.

Désanne van Brederode

Désanne van Brederode

Désanne van Brederode (Utrecht, 1970) studeerde filosofie. In 1994 debuteerde ze met de veelbesproken roman Ave verum corpus/Gegroet waarlijk lichaam. Hierna volgden de veelgeprezen romans Mensen met een hobby (2001), Het opstaan (2004) en Hart in hart (2007) - de laatste werd bekroond met de Gerard Walschap Literatuurprijs en is inmiddels al aan de vijfde druk toe. In 2009 verscheen nog Door mijn schuld en in 2011 Stille Zaterdag.

In het pamflet Modern dédain, dat in maart 2006 verscheen, liet ze zien dat de minachting voor de verdieping van de geest zulke groteske vormen aanneemt dat zelfs culturele media en educatieve instellingen zich aanpassen aan de vooroordelen van de massa.

Naast haar romans, waarin ze de tijdgeest op de hielen zit, schrijft Van Brederode ook artikelen en houdt ze lezingen over levensbeschouwelijke onderwerpen. In het politieke televisieprogramma Buitenhof heeft zij een gesproken column.

'Van Brederode heeft een scherp oog voor modieuze flauwekul en weet precies de juiste toon te treffen om leeg, quasi-kunstzinnig of zweverig gewauwel genadeloos onderuit te halen.' schrijft Elsevier over haar.

Naar boven

Zoeken naar bezieling en verdieping

Van Brederode is een veelgevraagd spreekster en breekt telkens weer een lans om open en ontvankelijk te leven. Tertio had een interview met haar, naar aanleiding van de verschijning van haar boek De ziel onder de arm. Over de zoektocht naar bezieling en verdieping.

Is het niet moeilijk over God en Jezus te spreken in een seculiere wereld die daar niet meer voor openstaat?

"Als gelovige mag en moet je daarover praten zonder per se de ander te willen bekeren. Het pijnpunt is dat er in de kerk zelf niet meer over wordt gesproken. Dat maakt het ook moeilijker om het er buiten de kerk over te hebben. Het is voor velen niet eenvoudig hun geloof uit te drukken. Het is goed dat schroomvol en tastend te doen, maar als de oorzaak ligt bij de voorgangers die hun gelovigen niets aanreiken, dan hebben we een probleem. De dominee en de priester zitten zelf met de handen in het haar. Ik zie twee tendensen. Er is een groep die zijn twijfel en ongeloof wegsteekt door de dogma’s te beklemtonen. Ze klampen zich vast aan wat ze zelf niet begrijpen. De andere groep geeft toe zelf te zoeken en te twijfelen, maar daarmee vlakken ze het geloof af. Ze vinden dat het niet te rijmen valt met de huidige wetenschap en cultuur. Alles moet dan maar symbolisch worden opgevat. Beide geven mij het gevoel het geloof op te geven en laten de gelovigen aan hun lot over."

"Vroeger zag ik hetzelfde op school gebeuren toen we vroegen waarom we iets moesten leren. ‘Daarom’, zei de leraar dan. Dat was geen uitleg en met zo’n antwoord had je al helemaal geen zin meer. Een andere leraar gaf toe dat het flauwekul was en tot niets diende, maar als je met zo’n dédain over je vak spreekt, dwing je ook geen respect af. Het zijn maar de leerkrachten die met passie uitleg geven en van hun vak houden, die werkelijk iets overbrengen. Daar knelt het schoentje. Dat voorgangers het niet meer uitgelegd krijgen hoe je met God kunt leven, leidt tot de leegloop van de kerken. Het christendom heeft zoveel verborgen schatten, maar dominees en priesters weten niet meer hoe ze die cadeaus moeten uitpakken. Zoveel gemiste kansen. Dat is een drama. En als wanhoopspoging gaan ze de zaken wat opleuken met popsongs of beatmissen. Tja, er is al zoveel lawaai. Misschien hebben we met z’n allen veel meer behoefte aan stilte, maar niemand vraagt ons wat we komen zoeken of hopen te vinden in de kerk. Het is spijtig dat die vragen niet worden gesteld. De voorgangers zijn nog altijd zo gewoon hiërarchisch te denken en dus te weten wat onze behoeftes zijn, dat het niet in hen opkomt met een vraag te beginnen. Ze formuleren antwoorden in onze plaats."

Houdt in uw nieuwe boek uw pleidooi voor ‘wankelmoed’ daarmee verband?

"Het is een neologisme waarmee ik ervoor pleit de moed te hebben om te wankelen. Dat kan maar als iemand een sterk individu is. Christus had de moed zich wankel op te stellen. Het hoeft niet erg te zijn als leidinggevenden zich kwetsbaar tonen. Als ze toegeven belang te hechten aan waarden, maar ze zelf ook niet altijd realiseren. Beter dat, dan wegsteken dat je niet perfect bent. Daar merk je terug die twee tendensen. Sommigen zetten de hakken in het zand, anderen geven toe zelf prutsers te zijn, maar zo relativeren ze de waarden en blijven de idealen ook niet overeind. De kunst is niets af te doen van de idealen, maar tegelijk er bewust van zijn dat je negen op de tien keren niet eens in de buurt ervan komt. Je geeft de streefrichting toch niet op omdat het streven moeilijk is?”

Lees het volledige artikel

Naar boven

De ziel onder de arm

De flap van het jongste boek van Désanne van Brederode zegt het zo: “ De ziel onder de arm bevat aanstekelijke gedachten over onderwerpen als geloof, vrijheid, creativiteit en verdieping. Van Brederode laat zien dat we weliswaar vaak met onze ziel onder de arm lopen, maar dat dat juist een groot goed kan zijn. Zekerheden en onwrikbare meningen: waar brengen die ons eigenlijk? In krachtige en elegante bewoordingen breekt Van Brederode een lans voor wat zij graag ‘wankelmoed’ noemt: een open, ontvankelijke manier van in het leven staan.”

In De Volkrant verscheen op 12 januari 2013 een bespreking van het jongste boek van het boek. De recensent, Chris Rutenfrans, maakt goed duidelijk waar het van Bréderode om te doen is.

Een verrassende visie op godsdienstige en andere thema’s’

Wie in deze tijd onbekommerd over zijn geloof schrijft, zeker als dat geloof deel uitmaakt van de christelijke traditie, verdient lof wegens betoonde heldenmoed. Het christelijk geloof wordt tegenwoordig immers niet alleen maar alom betwijfeld, maar ook met regelmaat gehoond en bespot. Désanne van Brederode trekt zich daar niets van aan en weidt rustig uit over haar katholicisme. Zij doet dit op een zo persoonlijke, oorspronkelijke en innemende manier dat ook de ongelovige of niet-zo-heel-gelovige lezer niet anders kan dan er sympathie voor opvatten.

De ziel onder de arm

Dat is bijzonder, omdat de onderwerpen die Van Brederode behandelt in het oog van de hedendaagse lezer nogal excentriek kunnen zijn. Zo wijdt ze interessante verhandelingen aan de vraag waarom Maria Magdalena de zojuist uit de dood opgestane Christus in eerste instantie aanziet voor een tuinman en waarom Christus, nogal koel, tegen haar zegt: 'Raak me niet aan'. En een van de interessantste essays gaat over de hel, naar aanleiding van de regel uit het katholieke credo die zegt dat Christus, na zijn dood, 'is nedergedaald ter helle'.

Maar De ziel onder de arm gaat niet alleen over het geloof. Haar beschouwingen blinken uit door een verrassende visie en, zoals de ondertitel van het boek aanduidt, een 'aandachtige' blik. Maar die visie en die blik zijn wel gevormd door haar religiositeit. De aandacht van Van Brederode is het Duitse 'Andacht', dat synoniem is met ons 'gebed'.

Van Brederode is haar ouders 'bijzonder dankbaar' voor wat ze haar 'op godsdienstig en geloofsgebied hebben meegegeven', maar kan zichzelf niet zien als 'een loot aan hun stam'. Ze beschouwt zichzelf niet als rooms, omdat ze weigert 'te leven naar een van hogerhand opgelegde moraal', maar wel als katholiek, omdat haar geloof wortelt in dat deel van de liturgie 'waarin brood en wijn in het lichaam en bloed van Jezus veranderen'.

De essentie van Van Brederodes geloof is dat zij Christus wil navolgen door te geven, net zoals Hij heeft gedaan: 'Al jong leefde in mij het verlangen om zelf een gever te zijn, om steeds meer een gever te worden, die zich steeds minder zou bezighouden met de vraag wat hij voor zijn gaven terugkreeg, en of hij er überhaupt ooit iets voor terug zou krijgen.'

Zoals Christus tijdens het Laatste Avondmaal in de gedaante van brood en wijn zichzelf, zijn lichaam en bloed geeft aan zijn discipelen, zo dienen gelovigen, volgens Van Brederode, mensen te worden 'die zichzelf aan anderen kunnen wegschenken, omdat ze hun voeding, hun sap, hun bloed van de ware wijnstok ontvangen'. Katholieker kan het niet.

Een boek dat veel meer is dan een godsdienstige verhandeling. Het is een bundeling van sterke literaire essays van een schrijfster die haar verknochtheid aan godsdienstige thema's een bijzonder plezierige en waardevolle vorm heeft gegeven.

Lees de volledige bespreking

Info over het boek

Naar boven

Ik deel de hoogtevrees niet

(Uit De ziel onder de arm, blz. 135-136)

Van de theoloog Harry Kuitert is de uitspraak 'Alle spreken over boven, komt van beneden'.

Eenieder die weleens poogt iets uit te leggen over zijn of haar geloof, zal dit kunnen beamen. Inderdaad, ik sta beneden en ik zeg van alles over boven, maar het blijven de woorden van iemand die alleen de zintuiglijk waarneembare wereld kent, het ondermaanse, met zijn natuur, cultuur, techniek, zijn tijdsbegrip, maten en wetmatigheden, zoals die van oorzaak en gevolg.

Wanneer er boven werkelijk iets is, kan dat voor mensenogen zo onherkenbaar en voor menselijke 'geestesogen' zo onvoorstelbaar anders zijn dan zelfs het allervreemdste hier beneden, dat er geen woorden voor bestaan. Je weet het niet. Misschien moet je toch liever op z'n Wittgensteins zwijgen als je 'hem' of 'het’ of beide, recht wilt doen.

Harry Kuitert zelf is geen zwijger geworden. Hij heeft de poëzie ontdekt, haar beweeglijke beelden, haar openheid en broze stilte. Daar schrijft hij tegenwoordig boeken over vol. Ikzelf houd het niet meer bij, al dat schrijven van beneden over het spreken van beneden, en andersom. Belangrijker nog: ik deel de hoogtevrees niet. Integendeel. Ik geloof dat alle spreken, waarover maakt niet uit, niet vanzelfsprekend is.

In den Beginne was het Woord, en pas daarna ontstonden er een boven en beneden. Het was het goddelijke scheppingswoord dat scheidde en onderscheidingen aanbracht. Water en vaste grond, wind en vuur, licht en donker, vogels, vissen, man en vrouw, soms een verschil van dag en nacht, maar ook de minuscule variaties tussen zwart en wit. De grijstonen - en de kleuren. Mengkleuren en halftinten van wel duizend regenbogen. De B, de bes, de es, de F, de fis, de hoge en de lage C. Majeur, mineur, een vloeiende, hortende, schrapende, schrijnende of nauwelijks merkbare overgang daartussen.

Voordat er mensen waren, was er al een Woord bij God, en dat Woord incarneerde. Het Woord werd vlees, kreeg lichaam, en heeft onder ons gewoond. De liefste leerling schreef het op. Johannes de evangelist, later de schutspatroon van schrijvers en dichters, en terecht.

Het vleesgeworden Woord, met hoofdletter, was en is Christus. Dezelfde dus die ons tweeduizend jaar geleden de woorden van het Onzevader schonk, woorden van boven, gebracht door de in vrijheid afgedaalde Zoon, aan de mensen beneden, opdat ze `boven' voortaan naar behoren zouden kunnen aanspreken, niet als iets dampachtig abstracts, iets algemeens en bovenpersoonlijks, maar als een familielid. Een oerbegin. Een vaste grond, die in de hemel is.

Daar wel. Hier is het pas los zand. Waar Jezus in schreef.

Waar Gerrit Achterberg over dichtte, lang voordat een gefrustreerde theoloog de poëzie ontdekte.

En Jezus schreef in 't zand

Jezus schreef met Zijn vinger in het zand.
Hij bukte Zich en schreef in 't zand, wij weten
niet wat Hij schreef, Hij was het zelf vergeten,
verzonken in de woorden van Zijn hand.

De schriftgeleerden, die Hem aan de tand
hadden gevoeld over een vrouw, van hete
hartstochten naar een andere man bezeten,
de schriftgeleerden stonden aan de kant.

Zondig niet meer, zei Hij, ik oordeel niet.
Ga heen en luister, luister naar het lied.

En Hij stond recht. De woorden lieten los
van hun figuur en brandden in de blos

waarmee zij heenging, als een kind zo licht.
Zo geestelijk schreef Jezus Zijn gedicht.

Naar boven