Christen Forum Limburg

maandag 18 november 2013

Christenen in het Midden-Oosten

Palestijnse bisschop getuigt

Monseigneur Elias Chacour

Aartsbisschop van Galilea

Elias Chacour is aartsbisschop van Galilea in de Melkitische Grieks-katholieke Kerk. Hij is een Palestijn-in-Israël, die bij de stichting van de staat Israel in 1948 uit zijn dorp werd verdreven.

In het kruidvat van het Midden-Oosten leven christenen als minderheid in moeilijke omstandigheden. Vrede is in het bijzonder voor een christen de hoogste uitdaging. “Jezus is onze vrede, hij die met zijn dood de muur van vijandschap heeft afgebroken” (Paulus).

Chacour nam de handschoen op. Hij ijvert met woord en daad voor verzoening tussen Arabieren en Israëli's. Om zijn droom waar te maken stichtte hij onder meer in Ibillin een scholencomplex waar Christenen, Moslims en Joden welkom zijn. Er is nu zelfs een universiteit. De scholen behoren intussen tot de beste van Israël.

Elias Chacour werd drie keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de vrede.

Uw steun voor Chacour

U was weer talrijk aanwezig op deze conferentie!

Aartsbisschop Chacour zei over zichzelf dat hij een internationaal gekend bedelaar is. Maar zijn bedeltocht betreft niet in de eerste plaats geld, maar vriendschap en solidariteit.

Met vuur bepleitte hij de zaak van de Palestijnen. “Als Christen en Palestijn vraag ik jullie: wees bereid om alle overtuigingen die je tot nu toe hebt, in vraag te stellen. Als Joden je vriend zijn, blijf dan aan hun kant staan. Maar moet je daarom tegen de Palestijnen zijn? Als je het verdriet van een Palestijn hebt gezien, waarom dan niet aan zijn kant gaan staan? Maar moet je daarom tegen de Joden zijn?”

Elias Chacour gelooft diep dat Joden en Palestijnen in dat ene gebied kunnen samen leven. Hijzelf heeft consequent de vreedzame weg gekozen. Er is geen andere weg om de droom waar te maken. Concreet heeft hij een scholencomplex uitgebouwd waar iedereen welkom is. Het begon met een lagere school. Het sluitstuk is een Palestijnse universiteit.

Misschien wil u dat opvoedkundig project financieel steunen?
U was al gul ter conferentie, maar misschien kon u niet aanwezig zijn of betuigt u uw steun liever via overschrijving.

U kunt dat doen door storting van een bijdrage op de rekening van Christen Forum:

Christen Forum
Pietelbeekstraat 165
3500 Hasselt
IBAN: BE93 4537 1257 9167
BIC: KRED BE BB
(Met vermelding: Elias Chacour)

Wij zorgen ervoor dat uw gift integraal terecht komt bij de scholengemeenschap van Elias Chacour.

Elias Chacour

Elias Chacour

Elias Chacour (1939) werd geboren in Biram, in een Palestijns-Christelijke familie van de Melkitisch-Katholieke Kerk (een met Rome verbonden Byzantijnse Kerk). Toen hij 8 jaar oud was werd zijn hele familie uit Biram verdreven in de Israëlisch-Palestijnse oorlog van 1948 naar aanleiding van de oprichting van de staat Israël. Zij leefden daarna als ballingen in hun eigen land, in een naburig dorp.

Bij een bezoek van de bisschop overstelpten de dorpelingen hem met hun grieven. Vader Chacour had een andere prioriteit: “Ik vraag u om ervoor te zorgen dat mijn zoon Elias naar school kan gaan”. De bisschop ontfermde zich over de jonge Elias, die in Haifa onderwijs kon volgen. Daarna stuurde zijn Kerk hem naar Parijs om er priesterstudies te volgen in het Saint-Sulpice seminarie. In 1965 behaalde Chacour een diploma in theologie en bijbelstudie aan de Sorbonne universiteit.

Kort na zijn wijding zond zijn bisschop hem naar het vervallen en onbeduidende plaatsje Ibilin. Het was een proefproject dat één maand zou duren. Het zou een levenslange taak worden. Hij ging er in 1968 alleen tijdelijk weg toen zijn bisschop hem naar de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem stuurde. “Weet je wel hoe confronterend is om met rabbi’s te spreken?” was het argument. “Ik sta versteld van hun kennis over het Nieuwe Testament – en wij weten nog niet half zo veel over het Oude Testament. Ik stuur jou daar naartoe omdat jij een top student was in het seminarie. Daarbij, jij kent al Hebreeuws en Aramees.” Chacour was de allereerste Palestijn die werd toegelaten in de faculteit van Bijbel en Talmoedstudies.

Terug in Ibilin wijdde hij zich met vernieuwde ijver aan zijn droom om de Israëlische Palestijnen een buurthuizen.

In 1982 – Chacour had intussen een doctoraat behaald in Zwitersland – ging zijn eerste secundaire school open, Mar Elias High School. Zij had 82 leerlingen. Hij had geen bouwvergunning en er was geen elektriciteit. De Israëlische overheden maakten het hem niet gemakkelijk. Maar Chacour had intussen internationale bekendheid verworven en dat leverde hem veel steun op, ook financiële. In 1995 ging de eerste hogeschool open. Het sluitstuk van de ontwikkeling was de oprichting van Mar Elias University in 2003, de eerste Arabisch-Christelijke universiteit in Israël. De universiteit trekt studenten aan uit de vier religies van het Heilig Land: Joden, Christenen, Moslims en Druzen en wordt erkend door het Israëlische Ministerie van Onderwijs. Het studentenaantal is intussen aangegroeid tot 4500.

Elias Chacour en Simon Perez

Elias Chacour en president Simon Perez

Chacour heeft zijn leven gewijd aan de verzoening en samenwerking tussen die vier godsdiensten van zijn land. Vreedzame samenleving is zijn erfenis voor zijn verscheurde vaderland.

Elias Chacour werd drie keer genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede, en ontving tal van andere hogere onderscheidingen in verschillende landen, onder meer de prestigieuze World Methodist Peace Award in 1994 (ander laureaten zijn o.m. ex-president Jimmy Carter, de Egyptische president Sadat en Nelson Mandela). De Niwano Peace Award van Japan (2001) stelde hem in staat om op de Mar Elias campus een auditorium te bouwen met 1500 plaatsen.

In 2006 werd Chacour verkozen als Melkitisch-Katholieke bisschop van Galilea.

Chacour schreef zijn verhaal in drie boeken: Blood Brothers (1984) vertelt het verhaal van zijn jeugd en werd vertaald in 27 talen; We Belong to the Land (2001), het verhaal van Mar Elias; Faith Beyond Despair: Building Hope in the Holy Land (2011), kritische beschouwingen bij de huidige toestand in het Midden-Oosten.

Naar boven

Citaat

"Als u pro-Israel bent: blijf uw vriendschap geven aan Israel. Maar hou er mee op die vriendschap op te vatten als een automatische antipathie voor mij, de Palestijn die de prijs betaalt. En als u de kant van de Palestijnen kiest, wees gezegend. Maar wordt dan niet eenzijdig anti-Israel. Wat wij nodig hebben is een gemeenschappelijke vriend meer."

Naar boven

We zullen samen leven of sterven

In Tertio (nr. 509 van 10 november 2009) verscheen een artikel over Elias Chacour onder de titel We zullen samen leven of sterven.

"Als Palestijnse christenen waren wij nooit zomaar toeschouwers, we lijden zelf en willen dat het conflict stopt. Daarom pogen we, al zijn we zelf slachtoffer, te bemiddelen, maar tegelijk verzetten we ons tegen elk geweld en weigeren we de ogen te sluiten als de ene mens de andere vermoordt."

"Israëli’s en Palestijnen zijn geroepen – of zo je wil zelfs veroordeeld – om ofwel samen te leven, ofwel samen te sterven. De keuze ligt bij de politici, maar noch geld, noch wapens brengen de oplossing. Dat blijkt overduidelijk uit de vele oorlogen van Israël tegen de Arabische landen. Geen enkel resultaat heeft dat gebracht, behalve dat de Israëli’s banger zijn dan ooit tevoren. In een oorlog zijn geen winnaars en verliezers, er zijn alleen verliezers. En ik geloof ook niet in rechtvaardige oorlogen, want geen enkele oorlog is in staat vrede en veiligheid te brengen. Dat komt net omdat oorlogen altijd onrechtvaardig zijn. Vrede en veiligheid komt er door rechtvaardigheid en integriteit."

Lees het volledige nummer.

Naar boven

Één moedig man

Bij de uitgave van 2003 van Blood Brothers schreef James Baker, Minister van Buitenlandse zaken onder Georges Bush van 1989 tot 1992, dit voorwoord:

Blood Brothers (Kinderen van Abraham)

Tijdens mijn vele dienstjaren heb ik meer verhalen van strijd en beproeving aanhoord dan ik mij kan herinneren. De meeste daarvan waren op een of andere manier legitiem. Bij het luisteren naar die grieven wachtte ik dan altijd op het Daarom. Daarom heeft onze kant honderd procent gelijk en hebben onze vijanden honderd procent ongelijk. Daarom hebben wij het recht om onze toevlucht te nemen tot geweld en onze vijanden te doden. Daarom moeten jullie ons helpen. Voor de felste verzetsstrijders krijgen alle vragen een koud-absoluut antwoord. Inschikkelijkheid kan niet, kosten en baten afwegen kan niet, verdraagzaamheid kan niet, respect voor de tegenstander kan niet, mededogen kan niet.

In de verhalen van priester Chacour in Blood Brothers zitten persoonlijke grieven en grieven van zijn volk, de Palestijnen. Ik laat het aan de onderzoekers om de details van Chacours verhaal in te passen in de volledige geschiedenis van zijn tijd.

Maar op het persoonlijke vlak vertelt zijn verhaal ons hoe de raderen van de geschiedenis soms het leven van onschuldigen kunnen vermalen. Hij vertelt hoe zijn Palestijnse familie werd ontheemd nadat ze eeuwen had geleefd op de grond waar Jezus rondliep, en over de Melitisch-katholieke kerk waartoe zijn familie behoorde, en die helemaal teruggaat op de beginjaren van het christendom. Maar aan het eind van zijn verhaal is zijn Daarom van een fundamenteel andere aard. Daarom moeten we terugdenken aan het evangelie van Jezus Christus. Daarom moeten we onze vijanden beminnen en ze vergeven. Daarom moeten we ons met hen verzoenen en samen in vrede leven. Zijn ideeën zin adembenemend gedurfd, en vandaag net zo radicaal als toen Jezus ze tweeduizend jaar geleden onderwees.

Priester Chacour is meer dan een theoloog of theoreticus. Hij heeft getracht de kracht van die principes aan te tonen in zijn eigen leven, vaak tegen aanzienlijke weerstand in. Mijn vrouw en ik konden in zijn thuisplaats Ibilin, bij Nazareth, met eigen ogen zien wat hij voor zijn volk had opgebouwd: scholen, bibliotheken, buurthuizen en zo meer. Het meest indrukwekkend was de universiteit die hij stichtte, Mar Elias Educational Intitution, genoemd naar de profeet Elias. Hier studeren Christenen, Joden, Moslims en Druzen, in weerwil van eeuwen van verdeeldheid in geloof. Het is een kleine boomgaard in de rotsige bodem van het Midden-Oosten. Priester Chacour zoekt vrede en verzoening van onder uit, door harten te vermurwen, één voor één, en het leven van individuen te veranderen.

Terwijl ik dit schrijf (in de zomer van 2002) lijkt mij dat de vrede meer vijanden heeft dan vrienden. Dag na dag genereert geweld nieuwe grieven. Dag na dag moet dialoog wijken voor propaganda, voor het dictatoriale Daarom dat nog meer geweld en nog meer dood rechtvaardigt. En al te velen – met name al te veel Christenen – reageren met onkritische en heetbloedige steun voor de ene of de andere strijdende partij, als wilden ze zeggen dat Jezus zelf de tanks zou zegenen, of de zelfmoordaanslagen.

Als gelovige en diplomaat put ik hoop en troost uit de vaststelling dat te midden van al die haat, verwoesting en dood, priester Chacour zijn werk geduldig voortzet, en individuele harten week maakt. Door zijn nederigheid tegenover het Woord van God, en door zijn niet aflatende strijd om geloof en de jammerlijke realiteit van deze wereld te verzoenen toont één moedig man de waarheid in het licht stelt die hij leerde van een ander Man uit Galilea: “Bemin uw vijanden en bid voor wie u vervolgen, opdat gij kinderen moogt zijn van uw Vader in de hemel.”

Zalig zijn inderdaad de vredestichters.

Naar boven

Zalig wie vrede sluiten, want zij zullen zonen van God genoemd worden.

Deze samenvatting poogt de weg naar actieve vredestichting te beschrijven die Elias Chacour heeft bewandeld, zoals die wordt beschreven in het boek Bloedbroeders.

Toen de Chacours in 1947 werd meegedeeld dat gewapende soldaten naar hun (Palestijns) dorp Biram zouden komen, geloofde vader Chacour hun belofte dat ze daar maar korte tijd zouden blijven en de mensen zouden gerust laten. Hij had geen bezwaar tegen de komst van Europese Joden, zelfs niet als ze het land wilden bewerken dat naast het hunne lag.

Erfgenamen volgens de belofte

Elias’ broer had andere verhalen gehoord en dacht daar anders over. Op een dag kwam hij naar huis met een oud geweer. “Weg daarmee! Ik wil het niet in mijn huis hebben!”reageerde vader Chacour. Toen de jongen stomverbaasd aanbracht dat zij het misschien zouden nodig hebben, verklaarde vader met een glimlach dat de soldaten hen geen schade zouden toebrengen: "Joden en Palestijnen zijn broeders – bloedbroeders. Wij delen dezelfde vader, Abraham, en dezelfde God. Dat mogen we nooit vergeten.”

"Het is toch buitengewoon hoe een stem uit onze kindertijd, één enkel woord op een cruciaal ogenblik, zich vanbinnen kan nestelen en pas veel later zijn eenvoudige wijsheid prijsgeeft, in een crisis waarvan onze volwassen geest de diepte niet kan vatten." Die bedenking maakt Elias zich bij de herinnering aan de episode.

De betekenis van de woorden bloeide open toen Elias vlak na zijn priesterwijding voor het eerst terugkeerde naar zijn geboortedorp, nu een ruïne. Hij vond er de speciale vijgenboom terug waar vader Chacour zes verschillende loten op geënt had, zodat de boom een rijke variëteit aan vruchten voortbracht. "Wij zijn broeders"plaatste ineens zijn hele seminarieopleiding in een ander licht:

"Door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen – u bent allen één in Christus Jezus. En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte."
(Galaten 3; 26-28).

Ook de Palestijnen waren geënt op de stam van Gods uitverkoren volk. Hoe verschrikkelijk jammer was het dan toch dat mensen Gods plan voor vrede onder verdeelde broeders konden negeren. Ook de Palestijnen waren toch kinderen van de belofte, te beschouwen als Abrahams nakomelingschap?

Het land behoort de Ene toe

De "herovering van het Beloofde Land" - nog afgezien van de slinkse en desnoods brutale manier waarop dat gebeurde – is voor Palestijnen die eeuwen in dat land hebben geleefd wel een heel existentiële crisis. Afgezien van het leed hen berokkend moeten met name Palestijnse Christenen worstelen met de vraag of God wel zonder meer zijn belofte vervuld heeft om het uitverkoren volk opnieuw samen te brengen in hun eigen vaderland.

Maar hadden de profeten ook niet gezegd:

Het land behoort mij toe
en jullie zijn slechts vreemdelingen die bij mij te gast zijn."

(Leviticus 25:23)

Chacour heeft zich verdiept in de vraag wat God eigenlijk beloofd had. En aan wie. En wat hij terugverwachtte. Wat verwacht God van de afstammelingen van Abraham die beheerder zijn in Zijn land?

Bij de profeten van het Oude Testament vond Chacour het antwoord dat hij zocht:

God wilde dat zijn volk aan de wereld zou tonen wat Zijn aard was, dat zij in alles wat zij deden het gelaat van God zouden tonen, van de manier waarop zij het landsbestuur organiseerden tot het gebruik van maten en gewichten op de markt.

Diezelfde God kwam zijn arrogante volk, dat vaak jammerlijk in zijn opdracht mislukte, ook altijd weer te hulp. Waarom hij dat deed zegt Ezekiel:

Niet om uwentwil ben ik doende, huis Israël,-
maar om mijn heilige naam die gij hebt ontwijd
bij de volkeren waar ge zijt aangekomen.
Weten zullen de volkeren
dat ik de Ene ben,
is de tijding van mijn Heer, de Ene.

Sprenkelen zal ik over u rein water
en rein zult ge worden;
van al uw verontreinigingen
en al uw keutelgoden reinig ik u.

Geven zal ik u een nieuw hart,
en een nieuwe geest zal ik in uw binnenste geven.
Mijn geest zal ik in uw binnenste geven;
doen zal ik het zo
dat ge in mijn wetten zult wandelen
en mijn rechtsregels bewaart en ze doen zult.

(Ezechiël, 36)

Als het volk van Israël in de twintigste eeuw opnieuw redding vindt, dan geldt nog steeds dezelfde intentie:

Wonen zult ge in het land
dat ik heb gegeven aan uw vaderen;
wezen zult ge mij tot gemeente,
en ik, ik zal u zijn tot God.

Ik zal er nog meer bijeenbrengen!

Het gaat dan om veel meer dan een stuk land. De gave van het beloofde land is een opgave om de eigen identiteit opnieuw scherp te stellen. Israël moet beantwoorden aan zijn hoge roeping.

Zo heeft gezegd de Ene:
waakt over recht en doet gerechtigheid,-
want mijn heil is nabij om te komen,
mijn gerechtigheid om zich te onthullen!

Zalig de sterveling die dit doet,
de mensenzoon die daaraan vasthoudt!

Laat de zoon van de vreemdeling niet zeggen,
die zich aansloot bij de Ene niet zeggen:
scheiding makend scheidt de Ene mij af
van zijn gemeente!

Want zo heeft gezegd de Ene:
aan hen zal ik geven in mijn huis,
binnen mijn muren,
een hand en een naam,
als groter goed dan zonen en dochters;
een eeuwige naam geef ik hem,
die niet zal worden weggemaaid.

En de zonen van de vreemdeling
die zich hebben aangesloten bij de Ene
om in zijn eredienst te staan,
doen komen zal ik hen
naar de berg van mijn heiligdom
en verheugen zal ik hen
in mijn huis van gebed.

[Dat] is de tijding van mijn Heer, de Ene,-
die Israëls verdrevenen bijeenbrengt:
bij wie al zijn bijeengebracht
zal ik nog meer bijeenbrengen!

(Isaiha 56:1-8)

De "herovering van het Beloofde Land" had daarmee voor Chacour, de Palestijn, zijn juiste betekenis gekregen. Israël was niet teruggekeerd naar het land in gerechtigheid, maar als een onderdrukker.

De weg van de Bergrede

Herstel van menselijke waardigheid

"Als christen wist ik dat ik geënt was in de ware familie van Israël – al had dat mij en mijn volk niet beschermd tegen onrecht. En hoe moest ik daarop reageren? Als christen had ik net zo’n moeilijke taak als de zonen van Israël. Ik kon me onmogelijk voegen bij de gewelddadige groepen die nu het land bestookten, ook al kon ik hun frustratie voelen. Maar net zo min kon ik de passieve houding van Vader en de andere ouderen volgen. Was mijn weigering om me neer te leggen en over me heen te laten lopen terwijl onze jonge mensen onderwijs, goeie jobs en fatsoenlijk woonst werd ontzegd? Was dat allemaal enkel mijn typische koppigheid? Vaak had ik schuldgevoelens over wat ik voelde, maar ik kon die gevoelens niet langer ontkennen."

En tegen die achtergrond krijgt de profetie van Jezus op de Berg van de Zaligsprekingen een diepe betekenis:

Zalig de zachtmoedigen,
want zij zullen de aarde beërven.

Van Moses zegt het boek Numeri dat hij zachtmoedig was:

De man Mozes was zeer zachtmoedig,
meer dan elke andere roodbloedige mens
op het aanschijn van de bloedrode grond.

(Numeri 12:3)

Maar Mozes was ook de man die de Farao weerstond en vrijheid eiste voor zijn volk. Zachtmoedigheid is dan ook geen slapheid maar volledig vertrouwen op de kracht van God.

En dan die andere profetie:

Zalig wie hongeren en dorsten
naar de gerechtigheid,
want zij zullen worden verzadigd.

Recht en gerechtigheid. Daarvoor was Jezus gekomen. Een van de eerste dingen die Hij deed toen hij mens en God verzoende was het herstel van menselijke waardigheid.

Voor Chacour was het duidelijk geworden dat de eerste stap naar verzoening tussen Joden en Palestijnen het herstel was van menselijke waardigheid. Hij had zijn weg gevonden:

"Het was de derde keuze die als een recht pad liep tussen gewelddadige oppositie en verstarde keuze voor passiviteit en niet-verzetten.

Als ik erop uit moest als een ware dienaar van God en mens, dan was mijn allereerste opdracht om een vredestichter te zijn."

Rechtvaardigheid en vrede kussen elkaar

Rechtvaaridgheid en vrede kussen elkaar

Samen met zijn bisschop Raya (vriend van Martin Luther King die samen met hem optrok in de mars op Washington) plande Chacour een vreedzame mars op Jeruzalem. Immers, ook Joden hadden nood aan hoop op vrede en moesten de kans krijgen te tonen dat zij tegen geweld waren.

"Elias, van toen God ons schiep knielen wij om te bidden. Zo lang al denken we dat bidden is dat je je verstopt en op je eentje met God praat over je problemen. Maar er is een tijd om die spirituele woorden opzij te schuiven, en naar buiten te komen, naar onze broeder die iets tegen ons heeft. Dat is ook gebed – echte voorbede. Het vereist vergeving en een sterke liefde voor God.”
(Bisschop Raya).

De mars maakte geen enkele indruk op de Israëlische regering ("Wat is een Palestijn? Er bestaat niet zoiets als een Palestijn!" verklaarde de toenmalige premier Golda Meir.) Maar een (Joodse) professor van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem wees Chacour op de jonge mensen, Christenen, Joden, Moslims en Druzen die arm in arm stonden op de trappen van de Knesset:

“Er is verandering. Het gebeurt in het hart van de mensen. Ook als dat traag gaat. Rechtvaardigheid en vrede kussen elkaar [Psalm 85]. En jij was het die ons hebt samengebracht. Je bent een zoon van God.”

Download de tekst Zalig wie vrede sluiten

Naar boven

Websites

Over de scholen en tehuizen die Elias Chacour oprichtte in Ibilin

Pilgrims of Ibilin

Pilgrims of Ibilin

Over samenleven in diversiteit

Een interview op YouTube (Frans)

Zonder vergeving en delen is er geen hoop op vrede.
Als je vrede en veiligheid wil, dan is de voorwaarde: rechtvaardigheid en integriteit

Samenleven in diversteit

Eenheid in diversiteit: mythe of realiteit?

Een lezing die Elias Chacour gaf in Calvin College, Michigan (VS) in 2010 (Engels)

“Ik ben niet als christen geboren. Ik ben geboren als baby. Het is nog niet zo lang geleden dat ik christen werd.”

Eenheid in diversiteit

Naar boven