Christen Forum Limburg

Maandag 18 februari 2013

De Kerk 50 jaar na Vaticanum II

Mgr. Johan Bonny

Bisschop van Antwerpen

Sinds het begin van de Moderne Tijd kijken Kerk en wereld met onbegrip of zelfs met vijandigheid naar mekaar. Het Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) zou de Kerk een aggiornamento geven, haar bij de tijd brengen. Het basisdocument "Gaudium et Spes" over de Kerk en de wereld van deze tijd stak beide handen uit: "De vreugde en de hoop, het leed en de angst van de hedendaagse mens, vooral van de armen en van alle lijdenden, zijn ook de vreugde en de hoop, het leed en de angst van Christus’ leerlingen; en er is niets echt menselijks, of het vindt weerklank in hun hart.”

Het pad naar het einde van het conflict met de moderniteit is heel moeilijk gebleken. Mensen zijn op verschillende manieren tegen de concilie-ambitie gaan aankijken. Voor sommigen zijn er dingen gebeurd die ramen en deuren weer gesloten hebben.

Vreugde en hoop… De Kerk als licht der volken… Is de droom waargemaakt? Zijn er in 2013 redenen tot vreugde en hoop?

Bisschop Bonny

Bisschop Johan Bonny

Johan Bonny (geboren in Oostende op 10 juli 1955) is de oudste in een boerengezin van vijf kinderen In 1973 begon hij de priesteropleiding aan het Grootseminarie te Brugge. In 1974-1976 behaalde hij het baccalaureaat in de filosofie aan de Katholieke Universiteit Leuven. In 1976-1979 behaalde hij het baccalaureaat in de theologie aan het Grootseminarie te Brugge. Hij zette zijn opleiding verder aan de Pauselijke Universiteit Gregoriana te Rome, waar hij in 1981 de licentie in de theologie behaalde en in 1988 het doctoraat in de theologie, met een thesis over "Het ‘ghemeyne leven' in de werken van Jan van Ruusbroec". Op 20 juli 1980 werd hij priester gewijd door Mgr. Emiel Jozef De Smedt, bisschop van Brugge.

In 1982 werd Johan Bonny door Mgr. De Smedt benoemd tot professor en archivaris aan het Grootseminarie van Brugge. Hij was verder betrokken bij het vormingswerk voor religieuzen en leken en was actief in diverse kringen van jeugdwerk en jeugdpastoraal. Hij was ook actief op oecumenisch vlak, onder meer als lid van de Nationale Commissie voor Oecumene en van de Nationale subcommissie voor de Relaties tussen de Katholieke Kerk en de Orthodoxe Kerken.

In 1997 verhuisde Johan Bonny naar Rome voor een dubbele functie. Door het Vaticaan werd hij benoemd tot staflid van de Pauselijke Raad voor de Bevordering van de Eenheid van de Christenen. Daar werkte hij samen met kardinaal Walter Kasper. Johan Bonny was verantwoordelijk voor de oecumenische relaties tussen de katholieke kerk en de orthodoxe kerken, hoofdzakelijk in het Midden-Oosten. Tegelijk werd Johan Bonny door Kardinaal Godfried Danneels en de Belgische bisschoppen benoemd tot rector van het Belgisch Pauselijk College in Rome.

In 2008 benoemde de paus Johan Bonny tot 22ste bisschop van Antwerpen. Bij zijn bisschopswijding op 4 januari 2009 koos de nieuwgewijde als leuzen: "Agnus pascet illos" (Het Lam zal hun herder zijn)

Een volledig curriculum vitae is te vinden op bij Kerknet. Ook teksten van bisschop Bonny zijn daar verzameld.

Uitgebreid CV op Kerknet

Naar boven

Het gloeiende houtskool onder de as

Een voorbeschouwing bij de conferentie van bisschop Bonny

Rudi Draye
lid van de stuurgroep

Inhoud

Uitdagingen
    Moderniteit
    Waarheid en dogma
    Keizerlijk bestuur
Vaticanum II
    De opdracht: aggiornamento
    Resultaten
    Schaduwzijden
    Balans
Optimisme en ontgoocheling
    Nederlands pastoraal concilie
    Humanae vitae: een breukmoment
    Hij heeft het concilie op zijn geweten
Restauratie: concilie heeft niets nieuws voortgebracht
Defaitisme
Is de kerk nog te redden?
    Herevangelisatie
    Vaticanum III?
De ultieme uitdaging
Het woord van god is eenvoudig

Download de voorbeschouwing

Uitdagingen

Jan Grotaers volgde als hoofdredacteur van het tijdschrift De Maand en als BRT-correspondent het concilie van nabij. In de jaren 1950 behoorde hij tot Universitas, de groep (oud-)studenten rond professor Albert Dondeyne die geboeid waren door de nieuwe theologie van Karl Rahner, Hans Küng en Yves Congar. Centraal in De Maand (het maandblad opgericht door de latere rector Pieter De Somer) stond de kerkvernieuwing. Aan het tijdschrift Tertio verklaarde Jan Grotaers: "We wisten niet dat het Concilie op komst was, maar de zaden ervoor lagen duidelijk te kiemen."

Die nieuwe theologie zou op het concilie een grote rol spelen. Veel vertegenwoordigers ervan waren tijdens het concilie aanwezig als adviseurs van verscheidene bisschoppenconferenties, voornamelijk van de West-Europese. De nieuwe theologen hamerden op herbronning. Zij vonden dat de Kerk in haar liturgie, catechese en diaconie zich meer moest baseren op de Bijbel, op de leer van de apostelen en hun eerste opvolgers en op de geschriften van de kerkvaders. Zo zou de Kerk dichter bij haar oorsprong komen, waardoor de geloofwaardigheid van haar getuigenis zou moeten groeien.

De rooms-katholieke kerk zat volgens kerkhistoricus Jean-Pierre Delville (UCL) aan het einde van de jaren vijftig op meerdere fronten klem, waardoor de noodzaak groeide om het over een andere boeg te gooien. Problemen die al decennia, zo niet eeuwen aansleepten, werden stilaan onontkoombaar.

Herbronning

Moderniteit

Rond het midden van de zeventiende eeuw begonnen een aantal nieuwe tendensen in onze beschavingsgeschiedenis dominant te worden die samen leidden tot een nieuw tijdgevoel dat wordt aangeduid met moderniteit.

De impulsen voor die verandering kwamen voor het eerst niet vanuit de Kerk of het kerkelijk denken, maar vanuit een maatschappij die zich in hoog tempo ging emanciperen en verwereldlijken. De ontvoogding van het individu door de rede - uit de omknelling van al het andere - is het rationaliteitsideaal dat in de Verlichting filosofisch werd onderbouwd. Religie, cultuur en traditie verloren hun primaat.

Centraal staat nu de mens. "[Die] moet gezien worden als een natuurlijk en met rede begaafd wezen dat kan vertrouwen op de principiële mogelijkheid van kennis door middel van zijn ratio en de groeipotentie daarvan. De ongekende dynamiek van de moderniteit berust op het enorme vertrouwen in de rationele natuur van de mens. Raisonnement en raison (en daarmee ook: maat, evenwicht, proportie) moeten, zullen, een naar de mens gemeten, humaan savoir faire en savoir vivre mogelijk maken. Met dit geloof in de rede van de mens, deze scheidsrechter in alle kwesties van de waarheid, begint de Nieuw Tijd. "
(Hans Küng in Het Christendom – Wezen, geschiedenis en toekomst)

In de confrontatie met de moderniteit was de Kerk van in den beginne in het defensief gedrongen. Ironisch daarbij is dat de Verlichting volgens velen een natuurlijk uitvloeisel is van essentieel christelijke principes zoals de vrijheid van geweten en de unieke waarde van de persoon. Maar in de moderniteit is de hoogste gezagsinstantie niet meer het woord van Kerk of paus, of het Woord van God, maar de rede. Natuur gaat voor op genade. Principes voor het handelen volgen uit het natuurrecht, niet uit de christelijke moraal: het natuurlijke is immers precies het redelijke. Het verklaringsmodel is de filosofie, niet de theologie.

De Kerk is met dit nieuwe wereldbeeld nooit ten volle in het reine gekomen. Voor haar overleven in de 'verlichte wereld' is een modus vivendi nochtans essentieel. Het Tweede Vaticaans Concilie was ook een poging om het gesprek met de moderniteit aan te gaan.

Waarheid en dogma

Gods zelfmededeling

Als je veel geschiedenis en gezagvol spreken achter je hebt, kan het moeilijk worden om nieuwe waarheid toe te laten, of zelfs maar andere formuleringen te aanvaarden. Een tweede probleem waarmee de Kerk wordt geconfronteerd – niet alleen in de moderniteit maar zeker ook daar – is het karakter en het gehalte van de waarheid die zij claimt te moeten bewaren en doorgeven.

Zijn er absolute waarheden waarvan zonder verraad nooit kan worden afgeweken? Welk spreken heeft zo'n absoluut gehalte? En als je dan al absolute waarheden beheert, kun je daarover dan in gesprek gaan – tenzij als goodwillgebaar en ter verduidelijking aan een gesprekpartner die (deels) onwetend is, of traag van begrip of zelfs onwillig, maar nooit in een gesprek op voet van gelijkheid?

De Kerk heeft vele waarheden geponeerd in haar leestellingen en dogma's die zij met goddelijke volmacht verkondigt. Voor velen lijkt een van haar kernopdrachten dan logischerwijze ook te bestaan in het zuiver houden van de – onveranderlijke – leer.

In vele kerkelijke documenten, voornamelijk encyclieken, gaat een groot gedeelte van de schrijfenergie in het uitvoerig bewijzen van de continuïteit: uitvoerige citaten uit de Schriften en uit de geschriften van eerbiedwaardige voorgangers moeten bewijzen dat de nieuwe stellingen eigenlijk niet nieuw zijn, maar slechts verduidelijking. Angst om de continuïteit was ook één van de drijfveren achter de encycliek Humanae Vitae van Paulus VI over vragen als contraceptie.

Het concilie kwam er als een complete verrassing. Maar er waren natuurlijk vele voorafgaande ontwikkelingen die zo'n concilie kaderden. In die zin heeft dat concilie ook vele vaders. Als één van de vaders wordt John Newman (1801 – 1890) genoemd. Newman was een Anglicaans theoloog die zich tot het katholicisme bekeerde en zelfs kardinaal werd. Hij werd in 2010 door Bedendictus XVI zalig verklaard, tijdens diens bezoek aan Groot-Brittannië.

Nog in zijn Anglicaanse tijd bestudeerde Newman grondig de oude Kerk, de geschiedenis van de concilies en de Heilige Schrift. De geschiedenis van de vroege Kerk leerde hem dat het ene concilie het andere wijzigt "alsof de Kerk naar de volle waarheid toegroeit door opeenvolgende en tegengestelde verklaringen die elkaar wederzijds verbeteren, aanvullen en compenseren. "

De Openbaring bestaat volgens Newman niet louter uit een stel metafysische begrippen, maar is op de eerste plaats Gods zelfmededeling in zijn Zoon aan de mensen als een leven in en met Hem. Daarna volgen de noodzakelijke leerstellingen die uit de Openbaring voortvloeien.

In zijn theologie kwam zo het subjectieve, persoonlijke en existentiële in de beleving en aanvaarding van de waarheid tot zijn recht, waarbij het geloofsbegrip ook zijn noodzakelijke en rechtmatige plaats krijgt. Newman geloofde in dogma's, maar keurde ook dogmatisme af, een star en onveranderlijk geloof dat louter in onbespreekbare begrippen is uitgedrukt. De waarheid neemt voor hem de hele menselijke persoon in beslag. Niet voor niets koos hij bij zijn verheffing tot kardinaal als wapenspreuk Cor ad cor loquitur (het hart spreekt tot het hart).

Met andere woorden: de geschiedenis van de Kerk zelf geeft aan dat waarheid niet per se absoluut is in die zin dat zij definitief en onveranderlijk is uitgesproken.

Het Tweede Vaticaans Concilie was ook een poging om het gesprek aan te gaan over waarheid in een veranderende wereld. Een aantal conciliedocumenten nemen daarbij lijnen over die Newman had ontwikkeld, bv. de completering van het pausschap in de concilietekst Lumen Gentium en in de dialogische houding met de moderne wereld.

Keizerlijk bestuur

In zijn conferentie voor Christen Forum over De Kerk tussen Evangelie en Instituut (24 oktober 2011) had monseigneur Jan Dumon het over een vergiftigd geschenk in de loop van de geschiedenis van de Kerk:

"Toen keizer Constantijn zich bekeerde tot het christendom maakte hij daarvan de staatsgodsdienst en gebruikte de Kerk om zijn politiek te ondersteunen. Het gevolg is geweest dat onze Kerk vanaf de vierde eeuw tot op vandaag een model heeft ontwikkeld waar institutionele verankering, gebruik van macht, gebruik van prestige, gebruik van grote middelen, een vanzelfsprekende zaak zijn geworden. Waar in de liturgie zeer veel symboliek is binnengekomen van de keizercultus, en waar de kerk zeer zwaar gehiërarchiseerd is geraakt. "

"Het is alsof het stuk evangelie wegvalt waar Jezus zegt: je weet wel wat er gebeurt onder de groten van de aarden, ze laten hun macht voelen, en diegenen die eronder staan die moeten het voelen. Bij u moet het er niet zo aan toe gaan, want gij zijt allen broeders."

Keizer Constantijn

Jan Dumon pleitte in plaats daarvan voor een broederlijke Kerk. "Ik denk dat wij nog maar nauwelijks aan het begin zijn van het ontmantelen van deze geschiedenis. En dat een goed stuk van de problemen van de Kerk in Europa en in Zuid-Amerika niets anders is dan de tegenreactie tegenover de monarchale, hiërarchische, eigenlijk arrogante institutie Kerk."

Jan Dumon keert zich niet tegen instituties. Die zijn nodig als je gemeenschap wil zijn, zeker al je wereldgemeenschap wil vormen. "Maar we zijn wel slecht bezig wanneer we denken dat het versterken van het instituut onze toekomst zal vrijwaren. In een periode van crisis heb je herbronning nodig, moet je terug naar de inhoud. Het is vanuit de inhoud dat de creativiteit ontstaat om nieuwe instituties te maken. En dan denk ik dat we moeten hopen dat dit veel pluriformere instituties gaan zijn. Het centralisme van onze Kerk is even met Vaticanum II tussen haakjes gezet, maar heeft weer volop de wind in de zeilen.”

De bestuursvormen van de Kerk, haar institutionele en administratieve organisatie, worden door velen als probleem ervaren. Het Tweede Vaticaans Concilie was door zijn organisatie zelf een poging om getuigenis af te leggen van een andere vorm van Kerk-zijn.

De dooddoener die vaak wordt gebruikt is dat de Kerk geen democratie is. Met Jan Dumon zouden we kunnen antwoorden dat ze ook geen keizerrijk is. De huidige bestuursvorm komt niet van God.

Naar boven

Vaticanum II

Op 25 januari 1959 verraste de pas verkozen paus Johannes XXIII, die als oude (overgangs)paus voor wat rust moest zorgen na het lange pontificaat van Pius XII, het college van kardinalen met de mededeling dat hij een oecumenisch concilie voor de hele Kerk bij elkaar riep. Hij was bepaald karig met details: "Aan u moet ik niet uitleggen wat dat betekent. "

De opdracht: aggiornamento

Aggionrnamento

In de aankondiging van het concilie werd de term aggiornamento gebruikt. De Kerk moest "bij de tijd" worden gebracht. Toen een bezoeker de paus vroeg wat hij daarmee precies bedoelde, ging hij naar het raam van zijn werkkamer en zette dat wijd open. "Dat is wat er moet gebeuren! "

Een deel van het Romeinse establishment was van de hand Gods geslagen. Het Eerste Vaticaans Concilie (1869-1870) had immers de onfeilbaarheid van de paus als dogma vastgelegd. Dat betekende dat als de paus áls paus een uitspraak doet, op grond van zijn eigen gezag en niet op grond van instemming van de Kerk, dan kan hij niet dwalen en is die uitspraak bindend. Vervolgens legde Vaticanum I ook de opperste bestuursbevoegdheid bij de paus.

Verdween met het dogma van de onfeilbaarheid ook niet de behoefte aan concilies? Die werden in de geschiedenis van de Kerk immers steevast samengeroepen om een geloofsprobleem te beslechten. Dat kon de paus van nu af aan toch zelf?

Johannes XXIII dacht daar blijkbaar anders over. Hij zal wel niet meteen gedacht hebben aan de ondermijning van zijn eigen positie, maar wilde klaarblijkelijk toch een pausschap in grotere collegialiteit, en zette daarmee het dogma van de onfeilbaarheid in een ander licht.

Alleen al het feit dat de leden van het wereldepiscopaat elkaar op het concilie konden ontmoeten en het woord globalisering al invulling kreeg voordat het gangbaar was, maakte Vaticanum II tot een geslaagd concilie.

De collegialiteit met het wereldepiscopaat bleek ook in de praktijk geen ijdel woord. Om te beginnen werd de agenda vastgelegd na een wereldwijde bevraging die resulteerde in een lijst van zowat 70 te behandelen thema's.

Op de openingszitting verduidelijkte de paus de opdracht: de Kerk bij de tijd brengen en de dialoog aangaan met de wereld en met de andersgelovigen. Bovendien drukte hij de bisschoppen op het hart dat het hún concilie was.

Dat moest tot botsingen leiden met de verbouwereerde curie. Die curie – het kerkelijke bestuursapparaat – dat organisatie en denken van de Kerk stevig in handen had, wilde die positie duidelijk niet ter discussie gesteld zien. Zij bereidden documenten (schemata) voor bij elk van de agendapunten die zij het perfecte antwoord vonden op de gestelde vragen en die zij er op een drafje wilden doorjagen (waarna de rustverstoorders Rome zouden kunnen verlaten). Bij de verspreiding van die ontwerpteksten kwamen de reacties al los. Bovenal creëert een samenkomst van 2500 mannen zijn eigen dynamiek. Die wilden per se hun inbreng hebben en lieten dat ook duidelijk blijken. De paus had daar oren naar en verwees verschillende keren een document terug naar af, zelfs als daarvoor in de algemene vergadering formeel geen meerderheid voor gevonden was.

Resultaten

Het Tweede Vaticaans Concilie liep van 11 oktober 1962 tot 8 december 1965, in vier sessies. Na de eerste sessie overleed Johannes XXIII op 3 juni 1963. Zijn opvolger, Paulus VI, zette het concilie voort.

Het concilie leverde een aantal documenten op, onder meer:

Sacrosanctum Concilium: constitutie over de heilige Liturgie
Lumen Gentium: dogmatische Constitutie over de Kerk
Unitatis Redintegratio: decreet over de oecumene
Nostra Aetate: verklaring over de verhouding van de Kerk tot de niet-christelijke religies
Dei Verbum: dogmatische constitutie over de goddelijke openbaring
Ad Gentes: decreet over de missie van de Kerk
Dignitatis Humanae: verklaring over de godsdienstvrijheid
Gaudium et Spes: pastorale constitutie over de Kerk in de wereld.

Rekening houdend met de opdracht om de Kerk dichter bij de tijd te brengen, oordeelt de theoloog Hans Küng, door Johannes XXIII aangesteld als expert ('peritius') van het concilie, dat het Tweede Vaticaans Concilie op twee terreinen belangrijk werk heeft gepresteerd:

Het gesprek met de reformatie
  • De katholieke medeverantwoordelijkheid voor de kerkscheuring en de noodzaak van blijvende hervorming.
  • Een reeks centrale evangelische idealen worden op zijn minst principieel, maar veelal ook praktisch opgepakt: nieuwe waardering voor de Bijbel in eredienst, theologie en kerkelijk leven en in het leven van de individuele gelovige.
  • Echte volksreligiositeit in de volkstaal en een hervormde, op de gemeenschap gerichte eucharistievoering.
  • Opwaardering van de leken door parochie- en bisdomraden en door nieuwe beroepsprofielen voor theologisch opgeleide mannen en vrouwen (pastoraal werkers).
  • Aanpassing van de kerk aan de nationale en lokale situatie door benadrukking van de plaatselijke kerk en nationale bisschopsconferenties.
Het gesprek met de moderniteit

Veel idealen uit de Verlichting werden opgenomen.

  • Duidelijke aanvaarding van de lang veroordeelde godsdienst- en gewetensvrijheid en van de mensenrechten in het algemeen.
  • Principiële erkenning van de medeverantwoordelijkheid voor het antisemitisme en een positieve wending tot het Jodendom, de wortel van het christendom.
  • Een nieuwe constructieve instelling ook tegenover de islam en tegenover de overige wereldreligies.
  • Erkenning van de principiële heilsmogelijkheid buiten het christendom, zelfs voor atheïsten en agnostici, als ze in overeenstemming met hun geweten handelen.
  • Een nieuwe principieel positieve houding tegenover de gehekelde moderne vooruitgang en de seculiere wereld, de wetenschap en de democratie.

Schaduwzijden

Er waren ook schaduwzijden, noodlottige zelfs, zoals intussen is gebleken. Tot die categorie behoren een aantal taboeverklaringen. Zo mocht het priesterhuwelijk niet ter discussie worden gesteld. Ook mocht er niet worden gedebatteerd over echtscheiding, over een reorganisatie van de bisschopsbenoemingen, over curiehervorming en vooral ook niet over het pausdom zelf.

Op een dag waren er drie interventies van belangrijke kardinalen ten gunste van een meer begripvolle leer inzake geboortebeperking (anticonceptie). Onmiddellijk werd de discussie door Paus Paulus onderbroken en de zaak werd (zoals ook de kwestie van de gemengde huwelijken) toegewezen aan een pauselijke commissie. In de encycliek Humanae Vitae nam Paulus VI in 1968 persoonlijk stelling.

Balans

Johannes XXIII, man van het jaar van TIME

Het Tweede Vaticaans Concilie was wereldnieuws. In de Kerk leek het ondenkbare aan het gebeuren. Alles leek mogelijk en het optimisme was haast onbegrensd. Het concilie heeft inderdaad baanbrekend werk verzet. De teksten over de Kerk ( Lumen Gentium) en over de Kerk in de wereld ( Gaudium et spes) blijven relevant basismateriaal.

Maar het opzet was: aggiornamento, de Kerk dichter bij de tijd brengen. Het is duidelijk dat die balans niet op de slotdag van het concilie kon opgemaakt worden. De implementatie van alle concilieteksten, dat zou de lakmoesproef zijn.

Het grote zwakke punt in de uitvoering bleek eigenlijk al op het concilie zelf: het gebakkelei tussen het concilie en de curiale machine die het concilie in bedwang wilde houden. Toen iedereen naar huis was vertrokken bleven de machtige mannen van de curie alleen achter met de paus. Zijzelf waren in de hele discussie buiten schot gebleven, en ook het pausschap zelf.

In het voorwoord bij een boek van Jan Grotaers, Heurs et malheurs de la collegialité, noemde de vermaarde Franse theoloog Bernard Sesboué, de collegialiteit "de achilleshiel" van de receptie van Vaticanum II. De studie van Grootaers toonde aan hoe kwetsbaar dat medebestuur van de bisschoppen was tegenover de centrale gezagsinstanties in Rome.

Het verloop van het concilie zelf bewees dat de vernieuwing maar optimale kans zou krijgen als zij werd voortgestuwd door de dynamiek van het wereldepiscopaat en een paus die die dynamiek onvoorwaardelijk steunde. Die steun is er niet gekomen. In de ernstige maar aarzelende Paulus VI vond de curie meteen een veel manipuleerbaarder bondgenoot dan Johannes XXIII was geweest.

"Daarmee was duidelijk: het Romeinse systeem, dat in de elfde eeuw met de gregoriaanse hervorming doorbrak en dat de paus en zijn curie de alleenheerschappij verleende in de kerk, werd net als eerder door het Concilie van Konstanz nu ook door het Tweede Vaticaans Concilie wel geschokt, maar niet geraakt. " is het eindoordeel van Hans Küng.

In een themanummer van Tertio verklaarde ook kerkhistoricus Jean-Pierre Delville: "Het Tweede Vaticaans Concilie verzette bakens, maar de struikelstenen zijn gebleven. "

Naar boven

Optimisme en ontgoocheling

Vele concilievaders keerden naar hun bisdommen terug vervuld van enthousiasme, en gedreven door de wil om de concilieteksten in hun lokale kerk uit te werken. Zij vonden er een brede grondstroom die aan die operatie zijn medewerking wilde verlenen.

Nederlands pastoraal concilie

Een nieuwe morgen

Het meest opvallende voorbeeld daarvan is wellicht de Nederlandse Kerk. Nog voor het einde van het concilie kondigde de Nederlandse bisschoppen een kerkprovinciaal concilie aan dat een handleiding moest geven voor de manier waarop de inzichten van het Tweede Vaticaans Concilie in Nederland zouden moeten worden toegepast. Volgens hen had het Tweede Vaticaans Concilie gekozen voor een doorbreken van de uniformiteit en het accepteren van pluriformiteit.

De plenaire sessie van het pastoraal concilie vonden plaats tussen 3 januari 1968 en 8 april 1970. De vijftien ontwerprapporten bouwden niet alleen voort op het Tweede Vaticaans Concilie, maar probeerden het geloof in overeenstemming te brengen met de mentaliteit die er rond 1968 in Nederland heerste: een geest van optimisme, geloof in de vooruitgang en van streven naar democratisering. Behandelde thema's waren: kerkelijke gezagsuitoefening, missie, ontwikkelingssamenwerking, de ethische levenshouding van de christen, huwelijk en gezin, ruimte voor de jeugd, secularisatie, de hedendaagse geloofsbeleving, de vernieuwing van de geloofspraktijk, de religieuzen, het functioneren van het kerkelijk ambt, de eenheid van de christenen, de verhouding tussen joden en christenen, vragen rond de verkondiging en de verantwoordelijkheid van de christen voor de vrede.

Bij de sluiting van het Pastoraal concilie zei kardinaal Alfrink: "Wij hebben samen dat nieuwe kerkbeeld trachten te beleven zoals dat in de dogmatische constitutie Lumen gentium over de Kerk oprijst. Niet meer het beeld van de hiërarchisch opgetrokken en statische kerk, maar het dynamische beeld van het Volk van God in zijn geheel, waarbinnen de hiërarchie een legitieme plaats en een eigen authentieke opdracht heeft."

En toen ging het mis. Met name de aanbevelingen van het concilie om op termijn ook vrouwen tot alle wijdingen toe te laten en om het verplichte priestercelibaat op te heffen, waren voor Rome een brug te ver. In een persverklaring op 19 januari 1970 stelden de Nederlandse bisschoppen (die zich bij de stemming over de resolutie op het pastoraal concilie hadden onthouden) dat de geloofsgemeenschap ermee gebaat zou zijn als ook gehuwde mannen priester zouden kunnen worden. Ze voegden daaraan toe dat dit alleen maar kon in overleg met de paus. Maar de paus wachtte het overleg niet af. Op 1 februari zei hij tijdens zijn toespraak voor het angelus-gebed dat het celibaat niet ter discussie stond.

Voor "Rome" had Nederland ver buiten de lijntjes gekleurd. De Nederlandse bisschoppen waren te kort geschoten in hun taak en hadden het gezag over hun kerkprovincie verloren. De benoeming van Simonis tot bisschop van Rotterdam (en later tot aartsbisschop als opvolger van de schuldige Alfrink) was een eerste ingreep die het "gezag" van de bisschoppen – dat juist in Nederland ontzettend groot was geworden – te herstellen. Er zouden er meer volgen. De definitieve versies van de ontwerprapporten van het Nederlands pastoraal concilie werden nooit gepubliceerd.

Humanae Vitae: een breukmoment

De collegialiteit die Vaticanum II in het verdere leven van de Kerk moest waar maken werd van in de beginne op de proef gesteld. De structuren die haar moesten dragen werden nooit grondig ter discussie gesteld. Daardoor kwam er nagenoeg vrij spel voor koudwatervrees, heimwee en machtsbehoud, en dat het meest in het machtscentrum van de Kerk. De wordingsgeschiedenis van de encycliek Humanae Vitae over geboorteregeling is een tragische illustratie van die ontwikkeling.

Toen er op het concilie stemmen opgingen voor een milder standpunt inzake geboorteregeling trok de paus de zaak onmiddellijk naar zich toe en vertrouwde de hele problematiek toe aan een commissie. Uiteindelijk nam die expertencommissie een besluit dat inderdaad tegen het traditionele kerkelijke standpunt inging. Maar Paulus VI zwichtte voor het minderheidsstandpunt dat de leer niet mocht veranderen. Merkwaardig daarbij is dat die minderheid zich niet verzette tegen de inhoudelijke argumentatie van de commissie, maar wel omdat niet kon worden toegestaan dat het leergezag het in het verleden verkeerd gehad heeft: "De kerk kan haar antwoord niet veranderen, want haar antwoord is waar… Het is waar omdat de katholieke kerk, ingesteld door Christus… niet al die eeuwen van haar geschiedenis zo fout heeft gezeten en heeft kunnen dwalen. " De minderheid ging zo ver dat zij zei dat als de hiërarchie zou toegeven dat ze fout was geweest in deze zaak, haar gezag over alle 'morele zaken' in twijfel zou worden getrokken.

In de encycliek Humanae Vitae van 1968 verwierp de paus dus elke vorm van contraceptie. Zijn voorschriften zijn bindend voor alle gelovigen. Nooit is een kerkelijk bevel zo massaal genegeerd. Miljoenen hebben hun leven op andere gronden ingericht.

Even dramatisch is dat met Humanae Vitae een einde kwam aan de jaren van optimisme en verwachting die volgden op de roep van Johannes XXIII om een aggiornamento. Het werd kil in de Kerk. Velen die vol verwachting hadden uitgekeken naar het eigentijdse woord van de Kerk waren ontgoocheld. Die ontgoocheling groeide uit tot onverschilligheid, kwaadheid, maar vooral het gevoelen dat deze Kerk geen relevante eigentijdse dingen meer te zeggen had.

Hij heeft het concilie op zijn geweten

Diegenen die de oproep van Johannes XXIII tot aggiornamento met vreugde en hoop aanhoorden waren ervan overtuigd dat deze man van het korte pontificaat door zijn verrassende initiatief de grootste paus van de twintigste eeuw was. Na zijn dood gingen dan ook stemmen op om het zalig te verklaren.

De (Zwitserse) kerkdiplomaat Bruno Heim was privésecretaris van de latere paus Johannes toen die nuntius was in Parijs. In de tv-reeks "Der Vatikan. Die Macht der Päpste" verhaalt hij hoe er vanuit de congregatie voor de zalig- en heiligverklaringen pogingen werden ondernomen om stokken in de wielen te steken. De wegen die daarbij werden gevolgd zijn op schokkende manier tekenend voor de manier waarop sommige Vaticaanse kringen hun belangen behartigen.

Geruchten gingen de ronde doen dat Roncalli als nuntius in Parijs dubieuze ("zweifelhafte")contacten onderhield. De onderliggende insinuatie was dat de man homoseksueel zou zijn. Heim vertelt hoe hij kardinaal Palazzini opzocht en zijn consternatie uitdrukte over die verdachtmakingen. Uiteindelijk deed de kardinaal deze ontstellende uitspraak: "Goed, homoseksueel was hij niet. Maar het concilie… het concilie, dat heeft hij alleszins op zijn geweten!"

Bruno Heim bestempelt die gang van zaken als reputatiemoord ("Rufmord").

Naar boven

Restauratie: Concilie heeft niets nieuws voortgebracht

Nagenoeg iedereen in de Kerk bewijst ook vandaag nog lippendienst aan het Tweede Vaticaans Concilie. Maar de solidariteit is niet uniform. In het licht van de kernproblemen waarop het concilie een antwoord moest geven is een belangrijk onderscheid te maken in de manier waarop de concilieteksten nu worden gelezen.

Enerzijds zijn er diegenen die menen dat Johannes XXIII, en met hem het concilie, een trendbreuk wilde en dat het aggiornamento schoon schip zou maken met alles wat in een waarachtige en eigentijdse Kerk niet thuishoorde. De concilieteksten moeten gezien worden als een signaal van discontinuïteit.

In het machtscentrum van de Kerk heeft gaandeweg een continue benadering van het concilie de overhand gehaald. Het Tweede Vaticaans Concilie is maar één van de vele elementen in de ontwikkeling van de Kerk, en vermits die Kerk haar antwoorden niet kan veranderen, omdat ze waar is (zie de argumentatie van het minderheidsrapport bij Humanae Vitae), is alles wat in de concilieteksten "tegendraads" is niet wel niet "vals", maar gewoon verkeerd gelezen…

In 1988, tijdens een toespraak tot de Chileense bisschoppen, zei toen nog kardinaal Ratzinger: "De waarheid is dat dit specifieke Concilie in het geheel geen dogma heeft gedefinieerd, en er bewust voor gekozen heeft om op een bescheiden niveau te blijven, als een louter pastoraal Concilie. En toch behandelen velen het Concilie alsof het van zichzelf een soort van 'superdogma' gemaakt zou hebben en dat het de betekenis van alle andere concilies zou hebben verwijderd. "

Als paus heeft Benedictus XVI dat standpunt blijkbaar geofficialiseerd. Bij de opening van het jaar van het geloof op 11 oktober 2012 verklaarde hij: "Het Concilie heeft niets nieuws voortgebracht inzake geloof en heeft het oude niet willen verwijderen. Het heeft er eerder voor willen zorgen dat hetzelfde geloof in het heden beleefd blijft, dat het een levend geloof blijft in een veranderende wereld. "

's Anderendaags, bij de ontvangst van de overlevende concilievaders en van de voorzitters van de bisschoppenconferenties heette het: "Het Concilie was een tijd van genade waarin de Heilige Geest ons heeft geleerd dat de Kerk op haar weg in de geschiedenis, altijd tot de hedendaagse mens moet spreken, maar dat kan slechts gebeuren dank zij de kracht van hen die diep geworteld zijn in God, die zich door Hem laten leiden en hun geloof zuiver beleven; dat komt niet van wie zich afstemmen op het ogenblik dat voorbijgaat, van wie de gemakkelijkste weg kiest. "

De nadruk waarmee erop gewezen wordt dat het concilie enkel pastoraal was, is te begrijpen als een poging om het dogma veilig te stellen. En dat dogma is dan in wezen onveranderde en onveranderbare waarheid. Daarmee wordt het begrip dat vele modernen van het dogma hebben, als poging om een waarheid te formuleren die nochtans niet absoluut is en definitief-onveranderlijk uitgesproken, afgewezen.

In zijn homilie bij de opening van het conclaaf dat hem tot paus zou verkiezen formuleerde kardinaal Ratzinger op 18 april 2005 die afwijzing glashelder:

"Hoeveel windstoten van de leer hebben wij niet tijdens de laatste jaren meegemaakt, hoeveel ideologische stromingen, hoeveel manieren van denken. Het schuitje van het denken van talrijke Christenen wordt vaak door deze golven dooreengeschud - en van het ene uiterste naar het andere geworpen: van marxisme naar liberalisme, tot het vrijdenken toe; van collectivisme naar radicaal individualisme; van atheïsme naar een vaag godsdienstig mysticisme; van agnosticisme naar syncretisme enz. Alle dagen ontstaan er nieuwe sekten, en krijgt vorm wat Sint Paulus had gezegd over 'het bedriegen van mensen en over hun listigheid om hun medemensen op een dwaalspoor te brengen'. Een helder geloof hebben, in overstemming met het Credo van de Kerk, wordt vaak als fundamentalisme bestempeld. Terwijl het relativisme, dit wil zeggen het zich laten 'meevoeren door elke doctrinale wind ' als de enige houding voorkomt, die past in onze tijd. Langzaamaan wordt aldus een dictatuur opgebouwd van een relativisme dat niets als definitief beschouwt en dat als maatstaf alleen nog het eigen ego en zijn verlangens weerhoudt."

"Daarentegen hebben wij een andere maatstaf: de Zoon van God, de waarachtige mens. Hij geeft de maat aan van het echte 'humanisme'. 'Een volwassen Geloof' volgt de golven van de mode niet, noch die van de laatste nieuwtjes; een volwassen en rijp geloof is diep geworteld in de vriendschap met Christus. Wij moeten dit volwassen geloof voluit laten rijpen, en naar dit geloof moeten wij Gods kudde leiden. En het is dit geloof - het Geloof alleen - dat de eenheid tot stand brengt, en dat in de naastenliefde wordt waargemaakt. In de mate waarin wij tot Christus naderen, vloeien ook in ons leven waarheid en naastenliefde samen"

Naar boven

Defaitisme

De socioloog Marc Hooghe rekende het uit: als de ontkerkelijking in haar huidige tempo verder gaat, dan blijven de katholieke kerken vanaf 2016 voorgoed leeg. Hooghe heeft het over het bijwonen van de zondagsmis, een religieuze plicht waar vandaag amper nog 5 procent van de Vlamingen zich aan houdt.

Dat is een brede perceptie van de kerk vandaag: op sterven na dood en irrelevant. En de ontgoocheling is niet alleen die van mensen die gemakshalve "randkatholieken", of erger, worden genoemd. Ontmoediging is ook het woord dat Kardinaal Martini gebruikt, de aartsbisschop van Milaan van 1980 tot 2002. Op 8 augustus 2012, drie weken voor zijn dood, verklaarde hij in een interview dat na zijn dood verscheen in de invloedrijke Italiaanse krant Corriere della Sera:

Aartsbisschop Oscar Romero

"De Kerk is vermoeid in het welvarende Europa en Amerika. Onze cultuur is overtijds. Onze kerken zijn groot, onze kloosters staan leeg. De bureaucratie van de Kerk groeit alsmaar. Onze rituelen en gewaden zijn pompeus … Drukt dit werkelijk uit wie wij zijn vandaag? We gaan ten onder aan onze rijkdom. We lijken op de rijke jonge man die droef wegging toen Jezus hem uitnodigde om zijn leerling te worden. Ik weet dat het niet makkelijk is om alles achter te laten. We zouden op zijn minst mensen kunnen zoeken die vrij zijn en hun medemens nabij, mensen zoals bisschop Romero er een was en de jezuïeten-martelaren van El Salvador. Waar zijn de helden onder ons die ons inspireren? We mogen hen zeker niet opsluiten binnen institutionele grenzen. "

"De Kerk is 200 jaar in vertraging. Waarom wordt er niet aan geschud? Zijn we bang? Bang eerder dan moedig? "

Nochtans hield Martini tot de laatste dag zielsveel van zijn Kerk. Ook Lenoardo Boff, de veroordeelde bevrijdingstheoloog, verklaarde in een interview met Der Spiegel (verschenen in Knack van 2 januari 2012): "Deze kerk heeft de mensen in het leven van elke dag niets meer te bieden. Deze paus wordt de doodsengel van de kerk."– maar in hetzelfde interview zei hij ook: "De katholieke kerk is mijn spirituele basis."

Naar boven

Is de Kerk nog te redden?

Blijkbaar maken mensen een onderscheid. Het Kerkinstituut, de structuren en de organisatievorm en de manier waarop die met het gedachtegoed omgaat zijn grondig uit de gunst, of worden zelfs afgeschreven. Maar het gedachtegoed zelf blijft zijn aantrekkingskracht hebben. Het christendom is niet dood, en de ontmoediging is ook een vraag naar nieuw leven voor de Kerk.

Ook kardinaal Martini was niet doodvermoeid, maar zocht hartstochtelijk naar nieuw leven:

"Karl Rahner gebruikte graag het beeld van het gloeiende houtskool onder de as. In de Kerk van vandaag zie ik zoveel as boven de gloeiende houtskool dat ik vaak overmand word door een gevoel van onmacht. Hoe kan de gloeiende houtskool worden bevrijd om het liefdesvuur opnieuw aan te wakkeren? Eerst en vooral moeten we op zoek gaan naar de gloeiende houtskool. Waar zijn de mensen die overlopen van grootmoedigheid, zoals de barmhartige Samaritaan? Wie heeft een geloof zoals de Romeinse honderdman? Wie is zo enthousiast als Johannes de Doper? Wie durft zo vernieuwend te zijn als Paulus? Wie is zo trouw als Maria Magdalena? Ik raad de Paus en de bisschoppen aan om op zoek te gaan naar 12 echt vrije mensen om hen aan het roer te plaatsen. Mensen die dicht staan bij de armsten en die omringd zijn door jongeren en die nieuwe experimenten lanceren. We moeten ons kunnen meten aan mensen die zo in vuur en vlam staan dat de Geest zich overal kan verspreiden. "

Hebt elkander lief

"Ik heb drie belangrijke aanbevelingen. De eerste is bekering: de Kerk moet haar eigen fouten erkennen en moet een weg bewandelen van radicale verandering, te beginnen met de Paus en de bisschoppen. De pedofilieschandalen zetten ons aan om een weg van bekering aan te vatten. De vragen over seksualiteit en al de thema’s inzake lichamelijkheid zijn hier een voorbeeld van. Ze zijn belangrijk voor iedereen en soms zij ze ook te belangrijk. We moeten de vraag stellen of de mensen nog luisteren naar het advies van de Kerk inzake seksualiteit. Heeft de Kerk in dit domein nog gezag of is zij in de media enkel nog maar een karikatuur? "

"Mijn tweede aanbeveling betreft het Woord van God. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de Bijbel teruggegeven aan de katholieken. (…) Enkel wie die dit Woord ontvangt in zijn hart kan bijdragen tot de vernieuwing van de Kerk en zal wijze antwoorden kunnen geven op persoonlijke vragen. Het Woord van God is eenvoudig en zoekt als gezel een luisterend hart … Noch de clerus noch het kerkelijk recht kunnen de innerlijkheid van de mens vervangen. Al de uitwendige regels, de wetten, de dogma's werden ons gegeven om de innerlijke stem te verhelderen en voor de onderscheiding van de geesten. "

"Voor wie zijn de sacramenten? Ze zijn het derde medicijn. De sacramenten zijn geen middel om te straffen. Ze zijn een hulp voor mensen op verschillende momenten van hun levenstocht en wanneer ze het moeilijk hebben. Bieden we de sacramenten aan aan de mensen die nood hebben aan nieuwe kracht? Ik denk aan al diegenen die uit de echt gescheiden zijn, aan de hertrouwde koppels en aan de wedersamengestelde gezinnen. Zij hebben nood aan bijzondere bescherming. De Kerk houdt vast aan de onverbreekbaarheid van het huwelijk. Het is een genade als een huwelijk en een gezin slagen. … De houding die we aannemen ten overstaan van wedersamengestelde gezinnen zal bepalen of hun kinderen aansluiting vinden bij de Kerk. Een vrouw wordt in de steek gelaten door haar echtgenoot en vindt een nieuwe partner die begaan is met haar en haar drie kinderen. Deze tweede liefde is een succes. Als dit gezin gediscrimineerd wordt, worden niet alleen de vrouw maar ook haar kinderen aan de kant gezet. Als de ouders zich niet meer thuis voelen in de Kerk en haar steun niet ervaren, dan verliest de Kerk de nieuwe generatie. Voor de communie bidden we: 'Heer ik ben niet waardig…' We weten dat we onwaardig zijn … Liefde is genade. Liefde is een geschenk. De vraag of uit de echt gescheidenen de communie mogen ontvangen zou moeten worden omgekeerd. Hoe kan de Kerk hulp bieden aan complexe famiale situaties met de kracht van de sacramenten? "

Het heet dat het testament van Martini in Vaticaanse kringen op nultolerantie kan rekenen.

Wat een schril contrast met de aartsbisschop die op tv verklaart dat alles helemaal in orde is, en die begrip heeft voor de mensen die dat niet zo aanvoelen. Het is zelfs niet zijn ambitie om ze van het tegendeel te overtuigen.

Herevangelisatie

In 1979 sprak Paus Johannes II voor het eerst over de noodzaak van een nieuwe evangelisatie. Die moet de oude christelijke kerken, waar een verregaand proces van ontkerstening heeft plaats gevonden terugwinnen. Maar de actie geldt even goed de jonge kerken die dezelfde weg opgaan. Nog pas, van 7 tot 28 oktober 2012, werd in Rome een bisschoppensynode gehouden over de nieuwe evangelisatie voor het overdragen van het christelijk geloof.

Het lijkt er niet naar dat de Kerk langs deze weg zal worden gered. "Tot spectaculaire resultaten en veranderingen heeft deze synode niet geleid” oordeelt Kerknet. Bovendien houdt het instituut zichzelf in zijn aanbevelingen buiten schot en wordt de verantwoordelijkheid voor de nodige verandering vooral bij individuele gelovige gelegd:

"Door zich te laten bezielen door de Heilige Geest zullen Christenen beter zijn toegerust op hun broeders en zusters die, ondanks hun Doopsel, zijn afgedreven van de Kerk en de christelijke praktijk. De nieuwe evangelisatie is hoofdzakelijk gericht op deze mensen, zodat zij de schoonheid van hun christelijk geloof en de vreugde van een persoonlijke relatie met de Heer Jezus in de Kerk en de gemeenschap van gelovigen kunnen herontdekken. "

In een van de interventies verklaarde kardinaal Dolan (VS): "Het belangrijkste sacrament van de nieuwe evangelisatie is het Boetesacrament: het brengt met Jezus in contact die oproept tot de bekering van het hart. "

Eén van de deelnemers aan een rondetafelgesprek dat Tertio organiseerde naar aanleiding van de bisschoppensynode liet vooral scepticisme doorklinken: "ik vergelijk het Vaticaan en de basis van de Vlaamse kerk graag met een koppel dat van elkaar vervreemd is geraakt. Een synode lijkt dan snel op een hertaling of herhaling van de huwelijksgeloften van weleer. Maar die mooie woorden halen in dat stadium niets meer uit. Het water tussen Rome en 'onze kerkstraat' lijkt me bijzonder diep."

Vaticanum III?

De katholieke Kerk verkeert in een diepe crisis. Het ontbreekt ook niet aan voorstellen van remedies. Een derde Vaticaans Concilie is voor een aantal mensen de enige uitkomst. Jürgen Mettepenningen schreef er een uitgebreid essay over. Een nieuw concilie moet voor hem een kantelmoment zijn voor een Kerk die (nog altijd) in crisis is. Alleen heeft de oefening volgens hem geen zin onder de huidige paus.

Kardinaal Danneels kantte zich onlangs tegen zo’n Derde Vaticaans Concilie: "Veeleer hebben wij nood aan de uitvoering van alle besluiten van het Tweede Vaticaans Concilie. Dat zou pas echt een Derde Vaticaans Concilie betekenen. "

Het verschil tussen beide standpunten is er meer een van methode dan van substantie. Beide benadrukken dat het essentieel is dat de draad van het Tweede Vaticaans Concilie weer wordt opgenomen. Mettepenningen beseft dat een nieuw concilie niet zomaar in een-twee-drie tot stand kan komen: een uitgebreide en wereldwijde voorbereiding is een noodzakelijke voorwaarde. En Danneels moet weten dat de dynamiek die hij noodzakelijk acht er gewoon niet is.

In een opiniestuk in Tertio (nr. 673 van 2 januari 2013) suggereert Robert baron Stouthuysen, erevoorzitter van Janssen Pharmaceutica en van het Vlaams Economisch Verbond (de voorloper van VOKA), een andere en snellere weg. De crisis is zo diep dat uitstel nauwelijks nog mogelijk is.

Het woord is dan aan de bisschoppen.

Ook Stouthuysen pleitte pvoor een nieuw concilie, maar een kardinaal wees hem op de zinloosheid van die idee: "Een nieuw concilie komt te laat voor de kerk in het Westen. Er is een kortere weg voor wederopbouw: de autonomie van de bisschoppen. Als de bisschoppen van de paus geen autonomie krijgen, dan moeten ze die op grond van hun geweten nemen! "

In een verwijzing naar de opwekking van Lazarus ( Jezus riep: "Kom naar buiten! " De dode kwam te voorschijn, handen en voeten in linnen gewikkeld. Jezus beval de omstanders: "Maak hem los en laat hem gaan") verklaart hij onomwonden:

Lazarus

"Het is wachten op de eerste bisschop die opstaat, zijn windels losmaakt en de stem van Jezus en zijn geweten volgt, en naar buiten komt. Dit is het moment van ommekeer waarop de westerse mens al decennia wacht. De tijd van zien en oordelen is voorbij. Het is tijd om te handelen. "

"De bisschop die opstaat – één volstaat om te beginnen –, naar buiten komt en zijn handen en voeten van de Romeinse wikkels losmaakt, zal in gezelschap zijn van paus Benedictus XVI zelf. Toen hij nog professor in theologie was, schreef hij de profetische woorden: 'Boven de paus als uitdrukking van de kerkelijke autoriteit is er nog ieders geweten, waaraan voor alles moet worden gehoorzaamd, zo nodig zelfs tegen de eisen van de kerkelijke autoriteiten. ' De bisschop die opkomt voor zijn autonomie in zijn diocees is de man die naar de woorden van Martini: 'Buiten de lijnen kleurt, omringd door en met zijn gelovigen, nieuwe dingen beleeft. ' De bisschop die zijn geweten volgt, zal weldra navolgers kennen. "

"De wederopbouw van de kerk houdt in: de oplossing van de geloofscrisis en de oplossing van de kerkcrisis. De hernieuwing van het geloof kan niet zonder eerst de heropbouw van de kerk als organisatie. "

"In de nieuwe kerk staan de mensen en hun levensvragen centraal, niet de hiërarchie, niet het instituut en de structuren. "

Naar boven

De ultieme uitdaging

Kerkdom is uit de gunst. Maar zelfs als we het erover eens zijn dat structuren en organisatievormen niet het wezenlijke zijn, dan blijft de vraag naar een leefbare structuur die mensen samenhoudt en kan blijven houden, en die ze enthousiasmeert voor het christelijk project. Zonder structuren is er op termijn allicht geen leefbaar christendom. En zonder levend christendom kunnen structuren niet in leven blijven, ook al zeggen haar verdedigers dat de Kerk al vele crisissen heeft overwonnen, en dat ze ook deze keer levenskrachtiger dan ooit zal herrijzen.

De vaststelling van kerkhistoricus Delville dat de Kerk aan het einde van de jaren vijftig op meerdere fronten klem zat, blijft geldig. De fundamentele problemen die zich stelden zijn er nog steeds. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft wel levengevende contouren afgetekend, maar de postconciliaire tijd heeft die problemen niet opgelost. De verhouding met de moderniteit blijft problematisch. Tegen beter weten in blijft het instituut zich verschuilen achter haar goddelijke opdracht om een absolute en onveranderlijke waarheid – neergelegd in dogma's en traditie – te behoeden. Het keizerlijke bestuur is in wezen niet veranderd en heeft collegialiteit in de verdrukking gedrongen.

Blijft de ultieme vraag wat het christelijk project is waarvoor alle krachten moeten worden gemobiliseerd. In zijn boek Het Christendom – wezen, geschiedenis en toekomst vat Hans Küng goed samen wat velen zeggen die zich over die vraag buigen:

"Wil de christenheid weer christelijk worden, dan is omkeer noodzakelijk: een radicale hervorming van het christendom. Radicaal is een hervorming alleen als ze het wezenlijke weer doet stralen. "

"Zonder herbezinning op de oorspronkelijke richtingwijzers in de Bijbel, op het oerdocument, de oergestalte Jezus Christus, is de vraag naar het wezen van het christendom niet te beantwoorden. Jezus als de Christus is grondgestalte en oermotief van alles wat christelijk is. Het christendom krijgt alleen vanuit hem als centrale hoofdfiguur identiteit en relevantie. "

Naar boven

Het Woord van God is eenvoudig
en zoekt als gezel een luisterend hart

Het woord van God is eenvoudig

Dan komt tot hem
een van de schriftgeleerden;
hij stelt hem de vraag:
welk gebod is het eerste van alle?
Jezus antwoordt: het eerste is
'hoor, Israël, de Heer is onze God,
de Heer is één;
heb dan lief de Heer, je God,
uit heel je hart, uit heel je ziel,
uit heel je verstand
en uit heel je kracht! '
Het tweede is dit:
'heb je naaste lief als jezelf.
Een ander gebod,
groter dan deze, is er niet!

(Marcus 12, 28-31)

Er is maar één weg.

Naar boven

Reageren

Wij kijken uit naar uw reactie op de voorbeschouwing bij de conferentie van bisschop Bonny.

Relevante bijdragen worden gepubliceerd op deze website, als u daarvoor toetstemming geeft.

Schrijf een reactie

Naar boven

Documentatie

Het Studiecentrum Kerk en Media heeft medewerking van CCV, Halewijn, KU Leuven, Tilburg University, KADOC, en Radboud Universiteit Nijmegen, een website ontwikkeld over het Tweede Vaticaans Concilie: VolgConcilie. Met heel wat documentatie over het verloop van het concilie, de deelnemers en de documenten.

Website VolgConcilie

Er is zelfs een Facebook-community VolgConcilie.

De website RKDocumenten bevat een rijke verzameling aan diverse documenten. Ook een rijke bron aan informatie over het concilie.

Website RKDocumenten

Tertio wijdt heel wat aandacht aan het concilie. Het themanummer 637 van 12 september 2012 is helemaal aan het concilie gewijd. Met een editoriaal: Kerk van schaakmat gered.

Themanummer Tertio: Een nieuw gelaat voor de Kerk

In Tertio van 2 maart 2011 haalt Hans Tercic herinneringen op aan Johannes XXIII. Verder gaat het over de Belgische inbreng in het concilie.

Herinneringen aan Johannes XXIII

Over John Newman als (verre) vader van het concilie verscheen een artikel op de website van de Stichting Katholiek Nieuwsblad.

Katholiek Nieuwsblad over John Newman

"Mocht er nog eens een concilie komen dan ligt het voor de hand dat er grote aandacht zal zijn voor de broederlijke toetsing en vermaning" zo betoogt dr. Paul van Geest op RK-Kerkplein, de website van kritsche katholieken in het publieke debat.

Over de focus van een nieuw concilie

Over het pastoraal concilie in Nederland verscheen een interessant overzicht op de website van Tilburg University.

Over het Nederlands Pastoraal concilie

Over Humanae Vitae als een “tekstboekvoorbeeld van moralisme”schreef dr. Jan Jans een beschouwing op RK-Kerkplein

Een tekstboekvoorbeeld van moralisme

De volledige tekst van het testament van Kardinaal Martini verscheen in het Nederlands op de website van de Jezuïeten.

Het testament van Kardinaal Martini

In Tertio nr. 673 van 2 januari 2013 verscheen een opiniestuk van Robert Stouthusen: Tijd van zien en oordelen is voorbij, tijd voor handelen.

Tertio: Tijd voor handelen

Over het essay van Jürgen Mettepenningen, Kan een nieuwe concilie de Kerk redden, verscheen een artikel in Knack.

Kan een concilie de Kerk redden?

Mettepenningen werd over hetzelfde onderwerp geïnterviewd op Radio 1

Jürgen Mettepenningen op Radio 1

Op De Redactie verscheen een opiniestuk van Mark Eyskens, waarin hij pleit voor een nieuw concilie

Wij zullen, elke nacht opnieuw, blijven geloven in de terugkeer van het licht.”

Naar boven

 

Reageer!

Wil u reageren op de cconferentie van Katrien Cornette?
Wij horen graag uw mening!

Uw reactie

Inhoud

Bisschop Bonny

Het gloeiende houtskool onder de as

Reageren

Documentatie

De bezoekers van de conferentie konden de visietekst kopen van Johan Bonny: Een houtskoolvuur met vis erop en brood.

Meer over de brochure

Een houtskoolvuur met vis erop en brood