Christen Forum Limburg

Maandag 15 oktober 2012

Wat bedoelen wij als wij God zeggen?

Ignace Verhack

Godsdienstfilosoof, emeritus hoogleraar KU Leuven

In zijn jongste boek “Wat bedoelen wij als wij ‘God' zeggen?” gaat Ignace Verhack (godsdienstfilosoof KU Leuven) op zoek naar sporen die aan het oude woord God nieuw leven kunnen geven: “Voor de kerken is het van essentieel belang hun eigen spreken over God aansluiting te doen vinden bij de manier waarop mensen van vandaag in zichzelf de toegang tot het spirituele kunnen vinden. Men zal de zin van de godsvraag opnieuw moeten verankeren in denkwijzen waarin de hedendaags mens zich intellectueel kan herkennen.”

Een zoon van Ignace, Bart, koos voor het monastieke leven van Tibériade om God te vinden en Christus na te volgen. Het heeft vader Ignace op een andere manier naar geloof doen kijken en hem op een wel heel prangende manier geconfronteerd met zijn eigen vraag.

Ignace Verhack

Ignace Verhack

Ignace Verhack werd geboren in Poperinge op 28 november 1944. Hij is gehuwd en vader van vier kinderen. Hij is doctor in de Wijsbegeerte van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte aan de KULeuven (1975), met een proefschrift over Het 'Mystische' in de Tractatus Logico Philosophicus van Ludwig Wittgenstein. Verder is hij licentiaat in de Theologie van de Pontificia Universitas Gregoriana te Rome (1970).

In 1975 werd hij benoemd tot lector, en in 1980 tot docent; in 1988 promoveerde hij tot hoogleraar aan het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte van de KULeuven. Nu is hij Bijzonder Emeritus met behoud van lesopdracht.

Verhack publiceert voornamelijk in tijdschriften, o.m. in Tijdschrift voor Filosofie en Communio: Internationaal Katholiek Tijdschrift. Bij Acco verscheen in 2000 van zijn hand De mens en zijn onrust.

In 2011 verscheen bij Klement en Pelckmans het boek Wat bedoelen wij wanneer wij God zeggen?. Het werk probeert klaarblijkelijk een een vraag te beantwoorden die bij heel velen leeft, want het circuleert intussen in heel wat leeskringen.

Naar boven

Zijn wij het probleem?

Aan het begin van zijn boek Wat bedoelen wij wanneer wij God zeggen? stelt Ignace Verhack dat in onze cultuur de werkelijkheid haar oude verwijzing naar een transcendentie, iets dat ons overstijgt, heeft verloren. Het leven in de wereld heeft zich naar binnen toe dichtgeklapt op zichzelf; het heeft zichzelf tot wereldse 'eigensfeer' herleid.

De vraag is dan niet ver weg hoe het ‘zover is kunnen komen’, en vooral of wij op onze stappen moeten terugkeren.

In het eerste hoofdstuk van zijn boek Wat bedoelen wij wanneer wij God zeggen? buigt Ignace Verhack zich over de vraag hoe het geloof in God een probleem werd.

Secularisatie

De wereldse eigensfeer waarvan sprake wordt meestal verklaard door het fenomeen secularisatie. Dat is dan een proces van ontkerkelijking waarbij de godsdienst zijn greep op de werkelijkheid verliest. In kerkelijke kringen wordt die secularisering vrij vaak uitgelegd als uitdrukking of gevolg van de moderne autonomiewil van de mens.

En dan wordt meteen verwezen naar de 18de-eeuwse Verlichting, toen de mens zichzelf opwierp als ‘de maat van alle dingen’. Secularisatie is dan de uitdrukking van een breuk met oude afhankelijkheden en van een herfundering van de mens in de autonomie van zijn eigen kunnen. De mens zal zijn geluk laten afhangen van de manier waarop hij zijn wereld en de samenleving eigenmachtig kan organiseren en verder uitbouwen. De bestaansvervulling van de mens wordt zo niet meer in een 'andere werkelijkheid' geprojecteerd, maar in het 'seculiere' leven zelf.

Het gaat niet helemaal aan met de (beschuldigende) vinger te wijzen naar de Verlichting. De herfundering van ons mens-zijn werd voorbereid door lange een ingrijpende culturele en mentale evolutie. De uitkomst is onomkeerbaar.

Verlies van sacraliteit

In loop der tijden raakten de fenomenen van de kosmos en van de ons omringende natuur hun oude sacrale betekenis kwijt. De 'nieuwe wetenschap' had ze tot object van autonome, rationeel-mathematische verklaring gemaakt. Dit betekent dat zij als natuurfenomenen niet langer op een religieuze of metafysische' wijze begrepen en verklaard werden. Wie de bliksem heeft leren zien als een elektrische ontlading in de atmosfeer, zal in dat fenomeen inderdaad niet lang meer de hand van God kunnen zien.

Ten tweede werd het wereldbeeld niet enkel door de religie bepaald, maar ook door de natuurfilosofie van Aristoteles. In zijn filosofie was het niet enkel zo dat de zon rond de aarde bewoog. Veel belangrijker was dat Aristoteles de beweging van de fysische fenomenen op een metafysische wijze uitlegde. De dingen hadden namelijk een 'natuurlijk streefdoel', waardoor hun bewegen of 'streven' uiteindelijk op God als eerste beweger was afgestemd. Deze manier van denken is ineengestort.

Onafwendbare teloorgang

Het gaat hier om de zware gevolgen van die omslag in de cultuur als geheel. In het oude wereldbeeld ging men ervan uit dat de wetmatigheden die in de natuur en in de kosmos werden waargenomen, een door God ingestelde orde vormden. Daardoor bezat deze natuurorde tegelijk een feitelijke en een normatieve betekenis. De sacraliteit van deze voor-ingestelde natuurlijke orde vormde tegelijk de basis waarop de sacraliteit van het politieke en vooral ook van het religieuze gezag geŽnt was. Wanneer de natuur echter ophoudt naar God te verwijzen, komt ook de sacraliteit van het politieke en het religieuze gezag in het gedrang.

In dit licht bekeken ligt de oorsprong van de secularisatie niet zonder meer bij de veelgeciteerde autonomiewil van de mens, maar in de eerste plaats in een nieuwe manier om de werkelijkheid te verstaan. De teloorgang van een bepaalde zin voor het sacrale was onafwendbaar geworden. De weg lag nu open voor een nieuwe etappe in de historische ontwikkeling van de mensheid.

Dat betekent nochtans niet dat alle zin voor verwondering en alle religieus gevoel hier zonder meer verdwijnen. Iedere crisis van het sacrale brengt ook een mutatie en vernieuwing van de zin voor het overstijgende met zich mee.

De secularisatie is dus niet zonder meer de moedwillige verwerping van de gedachte van een 'geheel andere'. Daaraan is een erosie van het (gevoel voor het) sacrale voorafgegaan. Wat verloren ging, was de traditionele basis van de zin voor een 'geheel andere'. De natuur houdt op de verschijningsplaats van het goddelijke te zijn. Dit leidde onafwendbaar tot het cultuurhistorische einde van een bepaald religieus en metafysisch wereldbeeld.

De weg terug is een doodlopend straatje

De wereld verwijst niet langer naar een werkelijkheid van hogere of goddelijke aard die aan ons appelleert en op tastbaar concrete wijze bij ons kan 'wonen' - zonder dat ze zelf aan onze wil onderworpen is. De verleiding is groot om daaruit te concluderen dat de toekomst van de religie op een dramatische wijze afhangt van de moed om zich tegen deze evolutie te verzetten. Dan laat men uitschijnen dat de westerse beschaving ontrouw is geweest aan zichzelf en dat zij de schuld zou dragen van de teloorgang van de oude sacraliteit.

De toekomst van de religie hangt integendeel af van een vernieuwde en tegelijk vernieuwende aandacht voor onze eigentijdse vindplaatsen van het sacrale, om te beginnen het sacrale in onszelf. In onze tijd kan een mens niet meer religieus zijn of geloven op de manier zoals dat vroeger het geval was. Religieus geloof is vandaag enkel nog mogelijk wanneer een mens er zich vanuit zichzelf op een eigentijdse wijze bij betrokken weet. Daarom heeft het geen zin zich in naam van de godsdienst tegen de secularisatie als cultuurproces te verzetten.

Een wereldvoorstelling is aan haar einde gekomen. Dit wereldbeeld vormde eeuwenlang de ondersteuning van de wijze waarop hemel en aarde in de religieuze wereldverbeelding nu eens tegenover elkaar werden gesteld, en dan weer in een asymmetrische zin met elkaar verbonden werden. De wijze waarop de moderne, geseculariseerde mens zijn creativiteit verstaat en de zin en de mogelijkheden van zijn leven in deze wereld in eigen handen neemt, valt moeilijk te verenigen met een wereldbeeld waarin het werelds-historische iets van mindere orde is, of minderwaardig en illusorisch. Volgens dat oude wereldbeeld lijkt het immers alsof de zelfbewuste moderne mens een goddelijke wet overtreedt en zijn tijd en energie verspilt aan iets dat zelf geen blijvende waarde heeft. Enkel door zijn blik en zijn hoop op het 'bovenwereldse' te richten kan hij boven de vergankelijkheid van het materiŽle uitstijgen en aan zijn leven een blijvende en onvergankelijke inhoud geven. Het moderne wereldbeeld daarentegen steunt op de ontdekking dat de mens ook binnen de horizon van de wereld aan zijn leven en samenleven een boeiende en historisch beloftevolle zin kan geven. Zo wijst het moderne denken op zijn beurt het verdoken fatalisme en immobilisme af dat in dat oude wereldbeeld aanwezig was. Het steunt op de ontdekking dat de mens, door zijn lot in eigen handen te nemen, van deze wereld een betere en meer menswaardige wereld kan maken: een wereld naar het beeld van wie hij zelf als mens kan zijn en ook verlangt te zijn.

De naam God is de sleutel

Voor het christendom wordt het dan wel bijzonder moeilijk om de wereld van de goddelijke dingen en van de Menswording van God op een eigentijdse en toegankelijke wijze verstaanbaar te maken. Onze begrippen zullen, zelfs hoogdringend, in meer oorspronkelijk, bijvoorbeeld Bijbels denken herbrond moeten worden, zonder daarbij nog langer steun te zoeken bij een dualistisch wereldbeeld dat ze al te lang overheerste en dat de herinnering aan hun oorspronkelijke betekenis verdrongen heeft.

De naam 'God' is trouwens de sleutel die tot al het andere toegang moet geven. Ook gelovigen stellen zich vragen als: wat moeten wij onder 'God' verstaan, bestaat hij, wie is hij, hoe en waar kunnen wij hem ook nu nog op het spoor komen?

De hamvraag is nu niet meer of er redenen zijn om aan te nemen dat God bestaat, maar of er aan de godsgedachte als dusdanig nog enige betekenis gegeven kan worden. Is er iets in onze ervaring dat ons vandaag nog toelaat een 'andere dimensie', een al-overstijgende werkelijkheid, of een transcendentie op het spoor te komen of ter sprake te brengen? Of is de mogelijkheid daartoe in de secularisatie ten onder gegaan?

Alleszins moeten wij niet langer investeren in iets dat niet meer gered kan worden.

(Samenvatting van hoofdstuk 1: Hoe het geloof in God een probleem werd)

Naar boven

Over het onthaal van het boek

Wat bedoelen wij wanneer wij God zeggen? verscheen bij uitgeverijen Pelckmans en Klement.

 

Toon mij de mens in jezelf en ik zal mijn God tonen

Kerknet wijdde een bespreking aan het boek:

Ignace Verhack is geen makkelijk auteur, maar zijn zoektocht is fascinerend. Hij peilt naar wat diep in de mens verscholen zit en altijd de neiging heeft verborgen te blijven, zijn diepste wezen dus. Niet toevallig eindigen zijn hoofdstukken over die zoektocht met een uitspraak van Theoplius van AntiochiŽ (gestorven in 180): “Je zal misschien zeggen: 'Toon mij je God', en ik zal antwoorden: 'Toon mij de mens in jezelf en ik zal mijn God tonen'."

U kunt het boek ook via Kerknet bestellen.

Lees de bespreking in Kerknet

Moderne cultuur is geen vijand van het christelijke geloof

In het tijdschrift Tertio rekent theoloog Johan Van de Vloet dit boek “tot het beste wat er de jongste jaren over theologie is verschenen.”

Verhacks boek biedt meteen een pittige kritiek op de hedendaagse theologie en een uitnodiging om de uitdaging van het hedendaagse (niet)denken over God vruchtbaar te maken door de weg te verkennen waarlangs God tot ons komt. Deze verrassend existentiŽle benadering doet helder zien hoe de moderne cultuur geen ‘vijand’ is van het christelijke geloof, maar een kans tot het ontdekken van haar diepste kern

Lees de bespreking in Tertio

God wil door mensen gevraagd worden

Toen Ignace Verhack in 2010 met emeritaat ging werd hij ook al geÔnterviewd door Tertio. Johan Van der Vloet vroeg hem wat hem in leven hield. Zonder aarzelen antwoorde hij:

"De psalmen. En natuurlijk het altijd verrassend nieuwe van het Nieuwe Testament, dat waarover het eigenlijk gaat. Wel ervaar ik in mezelf de droefheid van velen om wat verloren gaat. Droefheid ook omdat veel mensen die daar ontzettend veel aan zouden hebben, geen echte toegang hebben tot de bronnen van hun geloof, ook veel kerkmensen. God geeft ons het Rijk, een enorm risico voor Hem! Incarnatiegeloof is te midden van deze risico’s gaan staan. ‘Ik geef het u, het vroegere is u vergeven, herbegin samen met mij’, het is eigenlijk vrij simpel hoor."

Lees het volledige interview

Naar boven

Bart Verhack, het monastieke leven

Ignace Verhack mag dan al een gerenommeerd academicus zijn, met die aansprekende God waar hij het over heeft werd hij toch wel op een heel persoonlijke wijze geconfronteerd toen zijn zoon Bart toetrad tot de Fraternité de Tibériade in Lavaux-Sainte-Anne. Wij hebben hem uitgenodigd om ook die ervaring in te bouwen in het verhaal dat hij brengt.

Luister naar het roepingsverhaal van Bart Verhack

Zoon Bart Verhack koos voor het monastieke leven

De basisbeginselen van de gemeenschap van Tibériade klinken wel als een antwoord van de zoon op de vraag die de vader in zijn boek stelt…

Dankzij de heilige Geest brengt het Testament van Jezus, de Blijde Boodschap van Jezus, ons bij elkaar. Dit evangelie van Jezus-Christus dat door de Kerk wordt doorgegeven, dit universele Testament, is ons allereerste Boek. Het is het Boek der Boeken, waarin alles ons leidt naar Christus. Deze bron veroudert nooit en lest voor altijd onze dorst.

Jezus is onze stichter. Al onze basisprincipes, heel onze inspiratie vinden we terug in zijn leven en in zijn Woorden. Samen met de Kerk zie ik, nader ik “mijn Heer en mijn God”, en ik luister…

Meer over de gemeenschap van Tibériade

Naar boven

Het kruisteken

Bestemd voor de sprong over zijn grens

Ik zal u maar God noemen.
Ik weet ook geen andere naam.
God dan! Ik ben zeer ver van de bloemen
en zo dicht bij het raam.
Ik kijk naar de sterren,
waar kinderen U zien,
maar mij zijt Gij ver en
Gij luistert misschien.
Ik erken het, ik ben maar een mens
bestemd voor de sprong ver over zijn grens.

Pierre Kemp

 

Reageer!

Wil u reageren op de cconferentie van Ignace Verhack?
Wij horen graag uw mening!

Uw reactie

Overzicht

Over Ignace Verhack

Zijn wij het probleem?

Onthaal van het boek

Zoon Bart bij Tibťriade

Het kruisteken

 

Wat bedoelen wij wanneer wij God zeggen?