Christen Forum Limburg

En Gij geeft uw Kerk een andere toekomst.

Caroline Van Audenhove en Jean-Paul Vermassen

28 maart 2011

Een tijdvak in de kerkgeschiedenis loopt ten einde, niet zonder crisis.

Maar bijna vijftig jaar na het Tweede Vaticaans concilie ligt er nog geen algemeen gedragen beleidsplan klaar.

Caroline Vanaudenhoven, voorganger in een parochie in Heverlee, en Jean-Paul Vermassen, ACW-pastor, richten de lichtbundel op de ontwikkelingen in de plaatselijke pastoraal. Aan de basis groeit immers iets nieuw. En dat zal ook bepalend zijn voor het beleid van het kerkelijk leergezag.

Welke contouren tekenen zich af in de kerkopbouw van onderuit?
Met welke inzet kunnen we geloof en kerk een nieuwe toekomst geven?

Terugblik

Het Christen Forumjaar 2011-2012 werd afgesloten met een conferentie die een nieuwe kijk opende op wat het christelijk geloof en de kerk ter plaatse morgen kunnen zijn. Daarvoor zorgden Caroline Van Audenhoven, parochieassistente van de Sint-Antoniusparochie in Heverlee, een relatief kleine parochie met ongeveer 1200 postbussen, en Jean-Paul Vermassen, tot voor kort pastor van het ACW en nu in dezelfde functie bij OKRA.

De hoopvolle ondertoon van het thema En Gij geeft uw kerk een andere toekomst bewoog heel wat mensen om te komen luisteren naar de inzichten en het getuigenis van twee mensen die, naast hun ruimere opdrachten, proberen vorm te geven aan een christelijke gemeenschap ter plaatse, zonder het brede kader uit het oog te verliezen.

Caroline Van Audenhoven legde daarbij de nadruk op de liturgie, op de uitbouw van een gemeenschap waarin mensen zich thuis voelen, op zorg en aandacht voor gezinnen, voor kinderen en jongeren, voor mensen die niet zo goed meekunnen, zoals zieken en ouderen. Hoe een ‘warme’ kerkgemeenschap zijn voor al die mensen? De kerk werd zo verbouwd dat het altaar nu centraal staat, omringd door vijf zitblokken, er kwam een weekkapel, de ingang en de sacristie achteraan werden afgestemd op een betere verwelkoming van mensen. Dat alles om de gemeenschap van gelovigen meer bij de vieringen te betrekken. Dat dit meer zijn dan structurele ingrepen blijkt uit het meevieren van de gemeenschap: elke zondag zijn er 40 à 50 kinderen in de viering, bij doopsels, huwelijken, uitvaarten worden de gezinnen en families sterk betrokken. In de mooie zaal naast de kerk worden heel wat ontmoetingsmomenten georganiseerd, met vaste afspraken op vrijdagavond en ’s zondags na de viering. Voor de 22ste keer werd een herfstweekend georganiseerd waaraan 80 mensen deelnamen. Kortom een levende gemeenschap van christenen die gist in het deeg wil zijn, een licht op de kandelaar. Dat alles wordt gedragen en geanimeerd door een parochieploeg en een comité voor het tijdelijke, elk van vier leden en een kerkraad met vijf leden. Rond die basiskern is er een kring van tachtig vrijwilligers.

Hoe is de parochie gegroeid naar een zo ruim gedragen verantwoordelijkheid? Onder impuls van de laatste pastoor, een scheutist, kregen leken een reële verantwoordelijkheid voor alle aspecten van het parochieleven. Toen hij een eerste keer voor lange tijd ziek werd, had dat niet meteen ingrijpende gevolgen voor het parochieleven. Bij zijn onverwacht overlijden in 2006 werd die lijn doorgetrokken. Caroline Van Audenhove had als parochieassistente ervaring opgedaan met het voorgaan in verantwoordelijkheid. Zij had, samen met pastoor Paul, heel wat mensen rond zich verzameld die nu mee de parochie dragen. Samen zetten zij nu hun schouders onder wat leven geeft. Ten slotte vroeg Caroline aan de kerkelijke overheid om dit leven te laten verder groeien en uitstralen.

Jean-Paul Vermassen heeft ervaring met het lokale niveau als godsdienstleerkracht en als medewerker in zijn thuisparochie en -dekenaat, maar ook met bovenlokale overleg- en beleidsniveaus als studiesecretaris van het IPB en als pastor bij het ACW en OKRA. Hij is ook de bezieler van een huis voor zingeving en spiritualiteit in Aalst.

In de nadagen van Vaticanum II geloofde hij met velen in ingrijpende veranderingen binnen de kerk, met daarin o.m. een grotere verantwoordelijkheid voor leken. Maar uit de toets met de werkelijkheid bleek dat die droom niet zomaar zou waar worden. Van Franciscus leerde hij de weg van het evangelie te gaan en onderweg te doen wat kan. Ook in wat de Emmaüsgangers meegemaakt hebben, vindt hij hoop en perspectief. Daarbij laat hij de droom van een nieuwe kerk niet varen. Ook de trouw aan de katholieke kerk staat buiten kijf. Jean-Paul Vermassen is gedurende al die tijd tot het inzicht gekomen dat je de vernieuwing niet kan realiseren uit eigen kracht.

Maar is het omdat een bepaalde gestalte van het geloof verdwijnt dat daarmee het geloof zelf verdwijnt? Wordt het evangelie daardoor minder relevant? We zitten wellicht nog in de verdrietfase om het afscheid van vroegere geloofsgestalten. Maar de spreker gelooft dat waar de kracht van de Geest aanwezig is, mensen verzamelen en in beweging komen. ‘Morgen is er al.’

Wat staat er ons te doen? Geen grote masterplannen ontwerpen, maar te midden van het leven getuigen van de kracht van het evangelie, op de plaats waar men staat. We mogen de band met de traditie niet doorknippen, maar wel het evangelie als toetssteen gebruiken om ermee om te gaan in ons engagement voor de kerk en voor de wereld van vandaag. De kerk zal een andere gestalte hebben dan gisteren, zoveel is duidelijk. Een van de bekommernissen dient te zijn om de plaatselijke gemeenschappen te laten doorgaan. Er zijn mensen die de taken die erbij horen ter harte nemen en die men de handen zou kunnen opleggen. We moeten voortdoen, zoals de Joden in de ballingschap, en trouw blijven aan de Schrift, het gebed, de diaconie. We moeten de positieve signalen zien, de jongeren die bewust kiezen voor Jezus in het vormsel, de 5.000 à 10.000 volwassenen die in Frankrijk elk jaar tijdens de paasnacht gedoopt worden … Kerk en wereld vallen niet langer samen, wat onvermijdelijk spanningen teweeg brengt. Die spanning tussen christendom en wereld werd reeds in de 2de eeuw verwoord in de brief aan Diognetus: de auteur geeft aan hoe christenen in de wereld staan maar niet van de wereld zijn. Wat een kracht kan van hen uitgaan als zij op basis van het evangelie hun stem verheffen over samenlevingsthema’s, als zij in een mooie, eigentijdse liturgie de band met de samenleving en de wereld beleven, als zij, gedreven door de Geest, blijven doen wat Jezus deed?!

In de vragenronde beklemtoonden beide sprekers nog enkele aspecten van dit nieuwe christen- en kerk-zijn: de ondersteuning van de christelijke gemeenschappen, de noodzaak om het geloof aan te bieden als een mogelijke levenskeuze - proposer la foi -, een ambtstheologie waarvan de kern bewaard blijft, maar waarin nieuwe wegen ernstig genomen worden, de zorg om de eenheid in Jezus Christus, een sterkere waardering en erkenning van wat aan de basis gebeurt.

En God geeft ons een andere toekomst

Naar boven

Wat zijn onze toekomstdromen?

Het decembernummer 2010 van het Tijdschrift voor Geestelijk Leven heeft als thema: Kompas op de toekomst - als het visioen ontbreekt. In zijn inleiding, Uitgedaagd tot hoop, schrijft hoofdredacteur Ignace D'hert: "Door zijn houding lokte ook Jezus het conflict uit met de zelfgenoegzame klasse die er niet aan dacht haar positie ter discussie te stellen. De situatie is vandaag niet anders. De culturele ontwikkelingen die we de laatste halve eeuw hebben meegemaakt, dagen uit tot een vernieuwing op velerlei gebied. Er is, om te beginnen, een beraad nodig waarin de sleutelwoorden van de goede boodschap worden hertaald. Het officiële kerkelijke jargon klinkt archaïsch. Daar kunnen niet zoveel mensen nog iets mee. Wanneer jongeren vragen naar de bron van christelijk leven, vragen ze niet om een catechismusantwoord. Ze hopen een levensecht getuigenis te mogen horen. We worden voorts geconfronteerd met de dringende noodzaak de organisatie van onze geloofsgemeenschappen op een creatieve manier aan te pakken. Gelukkig groeit het aantal mannen en vrouwen dat zich niet langer stoort aan het kerkelijk beleid waarin het vroegere priesterambt als enige (of als enige "echte") vorm van voorgang(st)erschap wordt voorgesteld"

Wie het kompas uithaalt stelt dus daardoor alleen al een controversiële daad. In het vragenuurtje bij zijn conferentie voor Christen Forum op 22 november 2010 verklaarde monseigneur Léonard: "Met de Kerk zoals Christus ze zich voorstelde gaat het zeer goed." Maar velen denken daar anders over. Het wordt inderdaad steeds duidelijker dat de Kerk in Vlaanderen een periode afsluit. Over dat verleden valt veel te zeggen. Maar wie durft er iets te zeggen over morgen? Niemand heeft een blauwdruk. De toekomst ligt niet alleen in onze handen, dat leren we in deze onverbiddelijke dagen. Zo was het ooit nog in de kerkgeschiedenis. Maar de toekomst van de Kerk wordt altijd ook gemaakt door mensen, door gelovigen.

Is er nog moed om aan een nieuwe Kerk te bouwen? Is er nog volk om Kerk te blijven vormen? Hebben we enige oriëntaties voor morgen? We kijken terug in de kerkgeschiedenis. We luisteren naar de tekenen des tijds. En zo wagen we ons toch aan enkele behoedzame uitzichten voor de toekomst. We brengen geen jammerklacht. We gaan voor een verhaal van vertrouwen: Gij geeft uw Kerk een nieuwe toekomst.

Jean-Paul Vermassen en Caroline Van Aaudenhoven zullen op maandag 28 maart 2011 de vragen niet uit de weg gaan. Vanuit hun inzichten en ervaringen in het pastorale werk denken zij met ons na over wat velen van ons ter harte gaat: de Kerk waarmee wij ons verbonden voelen, de Kerk op zoek naar een nieuwe bezieling, vanuit de bronnen van ons geloof.

Jean-Paul Vermassen is nationaal pastor ACW. In een opiniestuk Niet meer wachten op Rome, wel blijven hopen schrijft hij: "1980. Ik was pas afgestudeerd in godsdienstwetenschappen in Leuven en gedreven door de hervormingsgeest van het Tweede Vaticaans Concilie. Ik vertel met enthousiasme aan mijn vader dat de gehuwde mannen en vrouwen klaar staan om in te treden in de leiding van de parochies. Mijn vader antwoordt overtuigd en stug: 'Als ze dat toelaten, is de Kerk helemaal om zeep.... - 2010. Mijn vader (81 jaar ondertussen) ziet dat er in zijn eigen parochie en overal in zijn omgeving geen inwonend priester meer is. Hij vraagt me: 'Hoe lang nog gaat het duren vooraleer ze je wijden? Waarom laat de kerkelijke leiding in godsnaam de plaatselijke geloofsgemeenschappen leegbloeden?"

Caroline Van Audenhoven is parochieassistent van de Sint Antonius parochie in Heverlee (bij Leuven). Aan zichzelf, aan ons, en aan de kerkleiding stelt zij de vraag: Naar welke vorm van parochiewerking willen we streven? Wat zijn onze toekomstdromen voor de organisatie van de parochies van de toekomst? Willen we gaan naar parochies als levende gemeenschappen, waarin naast de zondagse liturgie ook plaats is voor ontmoeting, verankering in het dagelijkse leven van mensen, parochieactiviteiten waar mensen samenwerken, elkaar ontmoeten en bemoedigen. Zo'n parochie heeft een deel- of voltijdse vrijgestelde nodig. Dat kan een priester zijn, maar ook een leek (met de nodige vorming en ervaring) die de gemeenschap organiseert en motiveert. Wellicht zullen parochies moeten samensmelten en territoriaal grotere gebieden bedienen. Of willen we naar een parochieleven waarin de sacramenten centraal staan, en wellicht als enige kern overblijven. Dat zijn de parochies waar én priester instaat om een al maar groter gebied te "bedienen", maar waar de lokale gemeenschappen geen eigen aanspreekpunt meer hebben.

Caroline Van Audenhoven zal getuigen van het werk dat zij al meer dan 10 jaar in een kleine parochiegemeenschap doet, als parochieassistent - de laatste 5 jaar zonder eigen parochiepriester, maar met goede samenwerking met de federatiepriester.

Naar boven

De kracht van vrije Christenen samen

Het mag niet langer blijven duren dat actieve gelovigen daardoor de kerk verlaten en dat andere gelovigen niet meer bereid zijn zich in te zetten voor de kerk. Er is een andere weg mogelijk tussen de kerk te verlaten en het Roomse kerkbeleid passief te ondergaan. Het is de weg die wijzelf en hier en daar nog vele andere plaatselijke groepen van christenen en geloofsgemeenschappen kiezen.

Een aantal progressieve christenen, ook uit de christelijke arbeidersbeweging, publiceerde in maart 2009 een open brief, "De kracht van vrije christenen samen". De ondertekenaars doen een oproep om aan de basis te blijven werken aan een nieuwe, moderne Kerk, waarin sociale betrokkenheid, inspraak en een open, verdraagzame houding tegenover de wereld centraal staan. ACW-pastor Jean-Paul Vermassen was één van de ondertekenaars.

Lees de verklaring

Naar boven

Modernisering verder weg dan ooit?

In een artikel in het blad van de christelijke Arbeidersbeweging Visie van 11 februari 2009 - Basis wacht niet op Vaticaan om te hervormen - beantwoordt Jean-Paul Vermassen de vraag met een beslist neen:

"Wel integendeel. In Afrika, Zuid-Amerika en Azië staat men al behoorlijk ver in de actieve deelname van leken in de liturgie. Ziekenzalving, doopsel, huwelijk, begrafenissen en gebedsdiensten op zondag. Het wordt allemaal verzorgd door leken. De parochies worden geleid door leken en het volk. Weet je, christenen die verantwoordelijkheid dragen in de samenleving, kunnen het zich niet veroorloven om zich op te sluiten in wereldvreemde godsdienstige opvattingen.

Dat is ook de centrale boodschap in onze open brief. We moeten vrijuit kunnen doen waar het in de eerste Jezusbeweging al over ging: mensen hoop en troost geven, vrede en gerechtigheid bevorderen in de samenleving, een bevrijdend geloof verkondigen dat mensen bemoedigt. Als morgen de oude kerkgestalten verdwijnen, komt er echt ruimte vrij voor nieuwe vormen."

Lees het volledige artikel

Naar boven

De roep van de gemeenschap

In een ander artikel, Niet meer blijven wachten op Rome, wel blijven hopen, pleit Jean-Paul Vermassen voor dialoog met "Rome", maar hij trekt wel een grens:

Maar wat open christenen echt niet kunnen is hun geweten en hun geloofszin ontrouw zijn. Wat ze echt niet kunnen is de zorg voor hun plaatselijke gemeenschap opgeven. Ze kunnen toch niet hun diepste pastorale roeping en de roep van hun gemeenschap loochenen?

De nieuwe voorgangers en geloofsgemeenschappen hebben ontdekt dat het heilzaam werkt en dat de gelovigen het accepteren: zelf als gemeenschap, als gehuwde mannen en vrouwen gestalte geven aan verkondiging en diaconie, gebed en viering, zegen en sacrament, leiding in parochie en bisdom. Het bewustzijn is gerijpt dat zij op hun wijze in het hart van de traditie van de kerk staan. Dat ze in wezen de diepste geest van het kerkelijk ambt respecteren: de zorg voor eenheid tussen gelovigen en kerkgemeenschappen, samen onder de kritiek van het evangelie gaan staan en in taal, teken en levensstijl een verwijzing zijn naar de levende Jezus. Vanuit dit verscherpte bewustzijn en mede door het tekort aan priesters oude stijl gaan de nieuwe gidsen en gemeenschappen in een versneld tempo hun weg. Ze blijven hopen op Rome voor een officiële wijding. Maar wachten kunnen ze niet meer. Wachten hoeven ze ook niet meer.

Lees het volledige artikel

Naar boven

Verrast door warme kracht

In een artikel De lantaarndragers in het tijdschrift Mensen onderweg van december 2010 schrijft auteur Kolet Janssen dat eenvoudige mensen, diegenen die vroeger naar kapelletjes trokken om hun band met het hogere te kunnen beleven, misschien wel de grootste slachtoffers zijn van de crisis in de Kerk. Progressieve en conservatieve christenen hebben elk hun visie op die crisis. Maar bij iedereen leeft de vraag hoe de Kerk van morgen er kan uitzien. Een meerderheid lijkt gewonnen voor een krachtige minderheidskerk die haar aantrekkingskracht haalt uit het geloof zelf, die verrast door de door de warme en levendige kracht die ervan uitgaat - geen kleine rest die geen voeling heeft met de wereld rondom, ook geen verwaterde kerk die onvoldoende body heeft. Over het uiteindelijke resultaat is er nochtans geen enkele zekerheid, enkel het geloof in de kracht van de geest:

Alles waar we met hart en ziel in geloofden en ons voor hebben ingezet, dreigt verloren te gaan. De symbolen in de talloze kerken en kapelletjes, de subtiele verwijzingen in religieuze kunstwerken, de betekenisvolle beeldentaal van onze liturgie, de gelaagdheid van Bijbelverhalen, het zorgvuldig opgebouwde evenwicht van onze geloofsbelijdenis, de spirituele rijkdom van abdijen en kloosters, de vele vormen die naastenliefde kreeg in onze traditie: wie begrijpt het nog? Wie put er nog levenskracht uit? We weten niet of en in welke vorm er iets van zal overschieten en doorgegeven worden naar de toekomst. We zijn enkel lantaarndragers, aan het einde van een lange en bewogen periode, die de fakkel zo lang mogelijk brandende houden. Misschien kunnen mensen er ooit, door de sluiers van de toekomst heen, nieuwe lichtjes mee aansteken. Wie gelooft in de kracht van de geest, moet daarop vertrouwen.

Lees het volledige artikel

Naar boven