Christen Forum Limburg

De speelruimte van het geloof

Bert Roebben

24 januari 2011

Nadenken over geloof en ongeloof is niet enkel voorbehouden voor kerkelijke ambtsdragers of universitaire godgeleerden. Het behoort tot de culturele ruggengraat van elke mens.

Bert Roebben heeft met zijn boek ‘De speelruimte van het geloof. Getuigenis van een theoloog’ christelijk geloven transparant willen maken voor hedendaagse ervaringen van mensen: (groot)ouders, opvoeders, zoekende en gevende mensen. De lezing vertrekt bij het idee dat geloven re-creatief is, in de dubbele zin van het woord: ervaringen krijgen in geloof een nieuwe betekenis, oude betekenissen worden herschikt of her-schapen – en dat proces is ontspannend, het is verbeeldingsrijk en biedt een nieuwe horizon voor het alledaagse. Maar hoe pas je dat toe in de geloofsopvoeding van kinderen en jongeren?

Biografie

Bert Roebben, geboren in Hasselt op Valentijndag in 1962, studeerde aan de KULeuven achtereenvolgens godsdienstwetenschappen, theologie, canoniek recht en pedagogische wetenschappen. In 1994 promoveerde hij tot doctor in de theologie met een proefschrift over morele opvoeding, met als titel: Een tijd van opvoeden. Moraalpedagogiek in christelijk perspectief. Na een korte periode als godsdienstleraar in het secundair onderwijs werd hij onderzoeksassistent en daarna docent in Leuven. Tussen 1995 en 2007 was hij ook verbonden aan de theologische faculteit van de Unvirsiteit Tilburg. Momenteel is hij gewoon hoogleraar Religionsdidaktik aan het Institut für Katholische Theologie van de Universiteit van Dortmund en vice-directeur van het Instituut voor Katholieke Theologie van dezelfde universiteit.

De speelruimte van het geloof

Concrete aanzetten voor een hedendaagse lekenspiritualiteit

De speelruimte van het geloof

Nadenken over geloof en ongeloof is niet enkel voorbehouden voor kerkelijke ambtsdragers of universitaire godgeleerden. Het behoort tot de culturele ruggengraat van elke mens. Velen (her)ontdekken vandaag de waarde van een gelovige levenshouding. Hun geloof is op zoek naar inzicht. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft sterk de nadruk gelegd op het belang van de persoonlijke toe-eigening van het geloof in de schoot van de geloofsgemeenschap. Lekenspiritualiteit houdt in dat gelovigen zich laven aan de oeroude bronnen van het christelijke geloof (Bijbel en traditie) en daarbij creatief en verantwoordelijk nieuwe antwoorden formuleren op de vraag waar en hoe God zich vandaag toont, te midden van de complexiteit en diversiteit van levensopties.

Zelf zegt Bert Roebben over zijn boek: “Ik realiseerde mij dat ik met dit nieuwe boek mensen wil bemoedigen om zelf ‘met, over, tegen en zonder’ God te spreken, wat ook hun situatie moge zijn.”

In de inleiding van het boek verkaart hij nader:

“In dit boek komen twee bewegingen samen: ik wil enerzijds stem geven aan het hedendaagse verlangen naar levensverdieping en anderzijds voorspreker zijn van de christelijke traditie die zinvol en tegelijk kritisch dat verlangen kan vervullen. Ik zeg wel degelijk ‘kan’, want er zijn vele heilswegen denkbaar en begaanbaar. God heeft vele namen en laat zich niet in één traditie opsluiten. In elk geval vragen velen zich vandaag af of het christelijke geloof voor hen iets kan betekenen. Sommigen willen zelfs opnieuw beginnen met het geloof van hun jeugd, omdat vage spirituele gedachten en praktijken hen tot hiertoe geen voldoening schonken. Wie spiritueel zoekt, wil immers thuiskomen, wil weet hebben van zijn bestemming.

Ik wil christelijk geloven transparant maken voor hedendaagse ervaringen en hedendaagse vraagstellingen vanuit het geloof ontsluiten. Zo wil ik de creatieve speelruimte van het geloof verkennen. Ik ga daarbij uit van het idee dat geloven re-creatief is, in de dubbele zin van het woord: ervaringen krijgen in geloof een nieuwe betekenis, oude betekenissen worden herschikt of her-schapen – en dat proces is ontspannend, het is verbeeldingsrijk en biedt een nieuwe horizon voor het alledaagse. Als professioneel theoloog beschouw ik het als mijn taak om die horizon te verkennen en in mensentaal te beschrijven.

Het eerste hoofdstuk heeft een inleidend karakter en maakt wegwijs op het speelveld van de theologie. Daarna komen zes hedendaagse sleutelthema’s aan bod: lichamelijkheid, spiritualiteit, gemeenschap, opvoeding, arbeid en tijd. In de beschrijving van die thema’s geef ik eerst versterkt weer wat ik meen waar te nemen in de samenleving vandaag. In een tweede stap houd ik die ervaringen tegen het licht van het christelijke geloof. Uit die confrontatie leid ik dan telkens enkele concrete handelingsprincipes af. Mijn bedoeling is met dit boek tegelijk een discussie op gang te brengen in christelijke rangen en het als discussiestof in de openbaarheid te gooien. Naar mijn oordeel heeft onze onderkoelde samenleving nood aan warme onderstromen van betrokkenheid. Nieuwe discours kunnen zich in een postseculiere samenleving ontwikkelen, aldus de Duitse filosoof Jürgen Habermas, wanneer ook de godsdiensten hun kennispotentieel weer inzichtelijk maken. Ik doe dit hier in de vorm van een ‘auto-theo-biografie’ (Pete Ward). Ik wil nadenken over hoe ik mijn bestaan vorm gegeven heb en vorm geef in dialoog met de transcendente grond van dat bestaan. Mijn zelf en mijn ultieme grond komen in mijn levensverhaal samen. Ik zoek naar woorden om die bodemloze grond te benoemen en doe dat in dit boek met woorden uit de christelijke traditie.“

De speelruimte van het geloof verscheen bij het Davidsfonds

Info over De speelruimte van het geloof

Naar boven

Godsdienstpedagogiek van de hoop

In De speelruimte van het geloof snijdt Bert Roebben een groot aantal thema’s aan. Wij vroegen hem vooral de pedagische dimensie, de geloofsoverdracht te belichten. Het is namelijk een van zijn favoriete thema’s. In de inleiding van Godsdienstpedagogiek van de hoop schrijft hij daarover het volgende:

Projectontwikkelaar of hoopgenerator?

De eerste doelstelling van dit boek is religieuze voorgangers een hart onder de riem te steken, zodat zij hun werk kunnen doen met waarachtige en bezielde professionaliteit, of zij nu leerkracht godsdienst/levensbeschouwing, parochiecatecheet, jongerenpastor, geestelijk verzorger of gewoon ouder zijn. De grote uitdaging voor opvoeding en onderwijs is een nieuw bevrijd perspectief op menszijn te ontwerpen, samen met kinderen en jongeren, en zo hoop te genereren voor de toekomst van deze wereld. Voorgangers die zich toeleggen op morele en religieuze vorming van toekomstige volwassenen, zijn bij uitstek geroepen om een leven te leiden als ‘hoopgenerator’. Ik denk dat wij daar meer dan ooit aan toe zijn. In 1995 beschreef ik het tijdsgewricht als een ‘tijd van opvoeden’, klaar om jonge mensen in hun verlangen naar waarachtig menszijn tegemoet te treden met weerwerk en idealen. Vandaag, tien jaar later, durf ik spreken van een tijd die klaar is om in en doorheen de opvoeding in gesprek te gaan met de grote religieuze bewegingen van onze cultuur. De pedagogische vraag is een theologische geworden. Wellicht kan de hoop waarnaar onze tijd zo verlangt, door dit gesprek nog versterkt worden. Tenminste op voorwaarde dat religieuze voorgangers leren om in hun geloofsopvoeding kinderen en jongeren los te laten…

Meerbepaald in de opvoeding klinkt vandaag de vraag door of er een alternatief is voor de mens als ‘projectontwikkelaar’. Immers, kinderen en jongeren laten zich niet in projecten onderbrengen. Ze zijn niet kneedbaar, inpasbaar, domesticeerbaar (te temmen en tot rust te brengen). Ze zijn zonder meer zichzelf, op weg naar volle wasdom, naar de vervulling van hun eigen levensbestemming. In het protest, de kreet om aandacht, de hunker naar geborgenheid en de uitdagende vraag van ‘Is dit nu later?’ (Stef Bos) ligt de ontkenning van het maakbaarheidsideaal van onze tijd. In elk kind komt de toekomst op een verrassende en nooit eerder uitgegeven wijze aan het licht. En dat kan niemand, zelfs niet de best toegeruste en geprofessionaliseerde opvoeder, ongedaan maken of naar zijn/haar hand zetten. In onze laatmoderne tijd, waarin de grote zinstichtende verhalen over opvoeding zijn weggevallen, worden we dus op een nooit geziene wijze met de onherleidbare uniciteit van kinderen en jongeren geconfronteerd. Nog nooit was de ethische en levensbeschouwelijke vraag naar de zin van het leven van het kind zo indringend aan de orde als vandaag. De vraag naar een eerlijke en toekomstkrachtige omgang met deze kwetsbaarheid vindt geen onderkomen meer in oude religieuze of humanistische woorden voor zover die enkel uitzijn op eigen institutioneel lijfsbehoud.

Welke expertise is voor deze culturele omwenteling nodig? Ongetwijfeld domeinspecifieke of inhoudelijke kennis op het terrein van ethiek en godsdienst. Ongetwijfeld didactische vaardigheden om een en ander helder over te brengen. Ongetwijfeld communicatieve competentie om jonge mensen hierover met elkaar en met zichzelf in gesprek te brengen. Maar wat vooral gevraagd wordt, is pedagogische betrokkenheid, de bereidheid om ertussen te vertoeven (cfr. het Latijn inter-esse), in het ‘tussenin’ van jongeren en cultuur, van verleden en toekomst, van reeds en nog niet, van ervaring en openbaring. De hoopgenerator is iemand met een ziel in zijn lijf. Hij weet hoe het voelt om als moreel of religieus persoon door het leven te gaan. Hij durft de worsteling met de complexiteit van een modern bestaan aan, hij laat zich in zijn waarden-, normen- en zinoriëntatie bevragen door wat zich dagelijks aandient, hij brengt zijn spirituele bronnen in beweging om deze zoektocht uit te houden en betekenis te geven. Hij is bezield.

Hoopvolle opvoeding en onderwijs brengen deze bezieling en aandacht voor de concrete zoektocht van (jonge) mensen permanent ter sprake. Hun kleine verhalen mogen worden gezien en verteld, en bovendien gekoppeld aan de grote bewegingen in onze cultuur die zich voltrekken in de diepte (historisch), in de breedte (maatschappelijk) en in de verte (met het oog op het welzijn van toekomstige generaties). In hoopvolle opvoeding en onderwijs worden de dingen samengehouden, niet uit elkaar geslagen. Levensverhalen en verhaaltradities kunnen inderdaad stuk vallen op de grond, maar in een modern en hoopvol opvoedingstraject worden ze weer opgeraapt en verzameld. Volgens Herman Servotte is dit het eigene van de modernen: zij blijven erin geloven dat brokstukken kunnen verzameld en zelfs geheeld worden. Postmodernen hebben voor zichzelf besloten de brokstukken niet meer op te rapen, laat staan te verbinden. Voorgaan in een modern en hoopvol (gelovig) leerperspectief nodigt kinderen en jongeren uit om zelf een samenhangende kijk op het leven te leren formuleren en beleven, om zich te verbinden met en tot elkaar.

Visioen en onderscheidingsvermogen

De religieuze voorganger van de toekomst is geboeid door een visioen waarvoor hij verantwoording wil afleggen. Hij heeft de roep om levensverdieping gehoord die uit de samenleving en uit het leven van jongeren opklinkt. Hij spreekt en handelt niet in eigen naam, maar vertrouwt zich toe aan de ultieme zinvolheid van deze schitterende ‘jonge’ werkelijkheid die hem omgeeft. Hij ziet het verlangen van jongeren om van waarde te zijn. Hij bespeurt hun creativiteit en laat ze aan het licht komen. Hij herkent hun ongeduld en verstaat hun roep om aandacht. Dat alles is ervaringskennis voor hem. Zonder dit visioen voelt hij zich leeg en nietszeggend. Mocht een samenleving in zijn totaliteit beslissen het visioen van de hoop in haar jeugd niet meer te waar te nemen en te vertolken, dan verwildert die jeugd. Welnu, de moderne West-Europese samenleving is volgens mij aardig op weg om dit waar te maken: de roep van jongeren naar idealen wordt niet meer gehoord, de vraag naar bezieling wordt in de kiem gesmoord. Is het dan vreemd dat sommigen zich te buiten gaan aan excessief geweld, aangedaan aan anderen en zichzelf – om toch maar gehoord of gezien te worden?

Religieuze vorming kan bijdragen tot het opwekken van het visioen en het inoefenen van de praktijk van de onderscheiding, omdat ze de mens niet restloos overlaat aan zichzelf, maar een bestemming aanreikt voor zijn denken en handelen. Zoals gezegd, religie leert de mens om anders te kijken naar de werkelijkheid, niet vanuit het eigen profijt, maar vanuit het standpunt van de ander. Religie decentreert, verwijst weg van de bekrompenheid van het eigen gelijk, in de richting van grotere gehelen en oriëntaties. Zij maakt gevoelig voor het niet-maakbare, het niet-definieerbare, het niet-regisseerbare in een mensenleven, voor wat een mens transcendeert. En precies in dat gebeuren van transcendentie wordt nieuw leven mogelijk – vers, oorspronkelijk en volstrekt immanent leven. Wie gelooft in het visioen, weet zich op een nieuwe manier uitgedaagd én bekwaamd om te onderscheiden waar het in het alledaagse leven op aankomt.

Naar boven

Citaat

We leven in vreemde tijden. Het zijn niet langer kritische libertijnse theologen die de gelovigen in verwarring brengen, maar de kerkleiding zelf. De berichten over de uitspraken van Léonard in de Belgische pers komen ook hier [ = Dortmund ] via deredactie.be binnen en ze maken mij niet blij. Het grootste slachtoffer van dit alles zijn de gelovigen zelf. Zij voelen zich in de steek gelaten door hun kerkleiders. Ze verwachten spiritueel leiderschap en krijgen doctrineel en pastoraal geklungel in de plaats. Degenen die nog overblijven in de kerk – en dan zijn er steeds minder – weten niet meer wat te denken, wat te voelen en hoe te handelen. Academische theologen voelen zich verplicht om de achtergrond van die “foute” uitspraken toe te lichten. Maar eigenlijk is het ontluisterend te moeten zien hoe theologen aan een aartsbisschop de leer van Vaticanum II moeten uitleggen en van hun werk afgehouden worden. Werkers in de kerk moeten het dan weer uitleggen aan hun achterban, voor mensen in parochies en werkgroepen allerhande, die zich op hun beurt weer moeten verantwoorden voor hun katholiek-zijn bij collega’s op het werk, vrienden en familieleden. Zou ik niet beter de stilte bewaren en me zelf toeleggen op studie, op het voorbereiden van de toekomst? Zal vanonder deze modderstroom een nieuwe lente doorbreken? Zullen wij als theologen weer ons werk kunnen doen, proactief denken en schrijven in plaats van reactief reageren op foute uitspraken en handelingen van kerkleiders?

Bert Roebben op zijn blog.

Blog van Bert Roebben

Naar boven

Website

Bert Roebben heeft een website waarop heel wat informatie te vinden is over zijn publicaties en zijn ideeën.

Website van Bert Roebben

Naar boven