Christen Forum Limburg

De Bijbel: taai maar niet saai.

Pieter Oussoren
Michel Kempeners

22 maart 2010

Het meest gelezen boek is niet voor iedereen het hetzelfde Voor de enen is de Bijbel het geÔnspireerde Woord van God. Voor de anderen is het een complex en contradictorisch document dat vooral iets zegt over de manier waarop mensen over hun God spreken…

De Nederlandse predikant Pieter Oussoren vertaalde – aanvankelijk alleen - stukje bij beetje de Bijbel uit het Hebreeuws en het Grieks. Voor hem is Bijbel allereerst verhaal en getuigenis die de kern vormen van onze geloofsbelijdenis. Veel aandacht gaat naar de taal van de Bijbel. Je moet het drama van een tekst kunnen voelen. Daarom vroegen we ook de medewerking van woordkunstenaar Michel Kempeners.

Het resultaat van Pieter Oussoren’s vertaalwerk verscheen als de Naardense Bijbel. “Geen antivertaling, maar een verrijking van het aanbod.” De vraag aan Pieter Oussoren is waarom de Bijbel voor hťm zo’n boeiend boek is.

Pieter Oussoren

Pieter Oussoren (Breukelen NL 1943) studeerde theologie aan de universiteit van Utrecht. Hij kwam er in aanraking met de Amsterdamse School, die veel aandacht besteedt aan de taal van de Bijbel. Hij werkte als predikant op verschillende plaatsen in Nederland, vooral in Utrecht. Oussoren is met pensioen, maar geeft nog veel lezingen.

Naar boven

Naardense Bijbel

Naardense Bijbel

Voor zijn zondagspreken wilde Oussoren Bijbeltekst die zo dicht mogelijk stond bij de brontaal, het Hebreeuws en het Grieks. Wat hem stoorde was dat zoveel predikanten begonnen met “We hebben in de schriftlezing net gelezen zus en zo, maar eigenlijk staat er dit en dat.” Daarom begon hij die teksten zelf te vertalen, iedere dag een uurtje. Na verloop van tijd kreeg hij hierbij hulp van anderen. In 2004, tweeŽndertig jaar na de eerste vertaling en toevallig ook het jaar waarin de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) verscheen, kwam zijn werk op de markt als de Naardense Bijbel (omwille van de afdrukken van de wereldberoemde gebrandschilderde ramen uit de Sint-Janskerk in Naarden). De Naardense Bijbel werd enthousiast onthaald. "Wie geen Hebreeuws leest, heeft met Oussoren een soort overtreffende trap van de Statenvertaling te pakken." schreef NRC Handelsblad.

Al wilde Oussoren een “letterlijke vertaling”, ze moest ook leesbaar Nederlands zijn, en geen “Nederbreeuws”. De bronteksten zijn immers liefdesgeschriften vol met klanken, sferen, ritmes en poŽzie; ook in deze Naardense Bijbel wordt daaraan recht gedaan, door te spelen met woordkeus en -volgorde. “Deze vertaling is niet gemaakt om een luchtig-leesbare tekst af te leveren. Wie uit deze bijbel wil voorlezen – en voor voorlezen is hij gemŠŠkt – zal zich daarop moeten voorbereiden, zodat de beelden en wendingen tot hun recht kunnen komen. Maar oefening baart kunst, en maakt het luisteren tot een spannend gebeuren.” schrijft Oussoren in de verantwoording van zijn vertaling. Om de literaire kwaliteit van de vertaling tot haar recht te laten komen, werd voor deze conferentie de medewerking gevraagd van woordkunstenaar Michel Kempeners. die met zijn studenten woordkunst graag werkt met de Naardense Bijbel (zo bracht hij tijdens de Bijbelronde het Hooglied in een bloeiende boomgaard en Job in een rechtszaal).

De Grote Vraag van de theoloog Oussoren is: “Had u de mens niet ietsje verstandiger kunnen maken?” Met zijn Grote Vraag wil hij nochtans geen kritiek uitoefenen op de Schepper: “Wij hebben voldoende talenten meegekregen”. De Bijbel is het verhaal van ons geloof. Dat ontwikkelt zich door de verhalen: zich toevertrouwen aan God, Hem leren kennen, vastlopen in de woestijn, niet vooruit willen, terugkeren, toch uitgroeien tot een heilig volk… Het is ook de geloofsgroei van elk mensenleven. En er is hoop. Pasen betekent dat er een eind komt aan zonde en dood. De verdwijning van de apartheid in Zuid-Afrika en de val van de muur beschouwt Oussoren ook als regelrechte Paaswonderen.

Website van de Naardense Bijbel

Naar boven

Terugblik

Een grotere tegenstelling is moeilijk denkbaar. Na de flambloyante en non-conformistische Engelse dominicaan Ratcliffe in februari die heel het podium als zijn spreekgestoelte beschouwde, kwam in maart de bedaagde en keurige Nederlandse dominee Oussoren met een conferentie over zijn Bijbelvertaling, gekend als de Naardense Bijbel. Michel Kempeners, woordkunstenaar en lesgever aan het Hasseltse Conservatorium voor Muziek, Woord en Dans presenteerde enkele betekenisvolle uittreksels uit het vertaalwerk van dominee Oussoren.

De Bijbelvertaling van Pieter Oussoren is gegroeid uit zijn werk als dominee in een protestantse gemeente. Meer dan dertig jaar lang vertaalde hij de Bijbelteksten waarover hij wilde preken in de zondagsbijeenkomst. Hij wilde uitgaan van een tekst die hij zo nog niet gehoord of gezien had. Hij wilde op die manier iets van de oorspronkelijke kleur van de tekst (her)ontdekken, een zekere vreemdheid proeven. Uitgeverij Skandalon zag wel iets in de vertaling die zo tot stand gekomen was. Het duurde nog vijf jaar om van al die losse teksten een coherente Bijbel te maken, met een grote eenheid van taal en van stijl.

Waarin ligt de originaliteit van de Naardense Bijbel? Oussoren wilde een vertaling maken die zo dicht mogelijk aanleunt bij de Hebreeuwse Bijbel - het Oude Testament - en het Griekse Nieuwe Testament. Hij kiest voor woorden die overeenkomen met wat er staat in het origineel. De woordkeuze wordt wel mee bepaald door het ritme, de klankkleur; de poŽtische kracht van woorden of hun verrassende expressiviteit… Door het gebruik van de tegenwoordige tijd wint de tekst aan directheid en wordt hij aangevoeld als actueler. De naam van God – een gevoelig item voor vertalers – kreeg van hem uiteindelijk de benaming ‘de ENE’ mee. Door de schrijfwijze kan men die benaming desgewenst vervangen door de HEER. God wordt aangesproken met gij, een woord dat hij bestempelt als ‘eerbiedig genoeg om geen hoofdletter nodig te hebben’, voor ons, Vlamingen, erg vertrouwd als spreektaal. Pieter Oussoren gaat in zijn vertaalwerk ook uit van de (voor)leesbaarheid, voor psalmen de ‘zingbaarheid’ van de teksten of, zoals hij het zelf noemt, de ‘ademhaling’ van de tekst.

Dit werd perfect geÔllustreerd door de inbreng van Michel Kempeners. Hij bracht enkele Bijbelteksten letterlijk ‘tot leven’ door de indringende manier waarop hij ze voordroeg, bad, aanvoelde, stem gaf – ‘een stem die van ver komt, maar die heel nabij is’. Michel Kempeners heeft trouwens een bijzondere affiniteit met de Bijbelvertaling van Pieter Oussoren. Hij heeft met zijn leerlingen al programma’s gebouwd rond Jeremia, Jesaja, Psalmen, Job, het Hooglied.

(Hubert Schepers, lid van de stuurgroep)

Michel Kempeners

Michel Kempeners is woordkunstenaar. Hij doceert voordrachtkunst aan het Conservatorium van Hasselt.

Naast talloze optredens met kamermuziekensembles en opdrachten in de media, legt hij zich de laatste jaren vooral toe op het "zeggen" van bijbel- en andere spirituele teksten.

Zo gaf hij in het verleden vorm aan het boek Job in een rechtbank en het Hooglied weerklonk tussen de lentebloesems van een Haspengouwse boomgaard.

Aan hem vroegen wij om ter conferentie fragmenten te lezen uit de Naardense Bijbel.

Jesaja 53

Op de website van de Naardense Bijbel is een fragment te beluisteren waarin Michel Kempeners Jesaja 53 leest.

Jesaja 53 door Michel Kempeners.

Genesis

Genesis, hoofdstuk 1, in de vertaling van Pieter Oussoren (Naardense Bijbel)

Sinds het begin is God schepper,-
van de hemelen en de aarde.

De aarde
is woestheid en warboel geweest,
met duisternis op het aanschijn
van de oervloed,-
maar adem van God reeds
wervelend over het aanschijn van het water.

Dan zegt God: kome er licht!-
en er kůmt licht.

God ziet het licht aan: ja, het is goed!
Zo brengt God scheiding aan
tussen het licht en de duisternis.

God roept tot het licht 'dag'
en tot het duister heeft hij geroepen 'nacht';
er komt een avond en er komt een ochtend:
ťťn dag.

Dan zegt God:
kome er een gewelf in het water,-
kome er scheiding
tussen water en water!

Dan maakt God
het gewelf
en brengt hij scheiding aan
tussen de wateren onder het gewelf
en de wateren
boven het gewelf;
zo komt het tot stand.

God roept tot het gewelf 'hemel';
er komt een avond en er komt een ochtend:
tweede dag.

Dan zegt God:
dat de wateren onder de hemel
te hoop lopen naar ťťn oord,
en zichtbaar worde het droge!-
en zo komt het tot stand.

God roept tot het droge 'aarde'
en tot de ophoping van de wateren
heeft hij geroepen
'zeeŽn';
God ziet het aan: ja, het is goed!

Dan zegt God:
laat de aarde groen doen groeien,
een gewas dat zaad zaait,
een vruchtdragend geboomte
dat vruchten maakt naar zijn soort
met daarin zijn zaad over de aarde!-
en zo komt het tot stand.

En de aarde
brengt al wat groen is naar buiten,
gewas dat zaad zaait naar zijn soort
en geboomte
dat vruchten maakt met daarin zijn zaad,
naar zijn soort;
God ziet het aan: ja, het is goed!

Er komt een avond en er komt een ochtend:
derde dag.

Dan zegt God:
kome er: lichten aan het gewelf van de hemel
om scheiding aan te brengen
tussen de dag en de nacht;
komen moeten die er
als tekenen en samenkomsttijden,
voor dagen en jaren;

komen moeten ze
als lichten aan het gewelf van de hemel
om licht te brengen over de aarde!-
en zo komt het tot stand.

God maakt
de twee grote lichten:
het grote licht voor het beheer van de dag,
het kleine licht voor het beheer van de nacht,
en ook de sterren.

God geeft ze aan het gewelf van de hemel
om licht te brengen over de aarde,

om te beheren de dag en de nacht,
om scheiding aan te brengen
tussen het licht en de duisternis;
God ziet het aan: ja, het is goed!

Er komt een avond en er komt een ochtend:
vierde dag.

Dan zegt God:
laten de wateren wemelen
van het gewriemel van bezield leven,-
en laat er gevogelte vliegen over de aarde,
over het aanschijn van het gewelf, de hemel!

En God schept
de grote gedrochten,-
en alle levende ziel die rondkruipt,
waarvan de wateren zijn gaan wemelen,
in hun soorten,
en elke gevleugelde vogel in zijn soorten;
God ziet het aan: ja, het is goed!

Dan zegent God hen, en zegt:
draagt vrucht, weest overvloedig,
vult het water in de zeeŽn,
en ook het gevogelte
zij overvloedig op aarde!

Er komt een avond en er komt een ochtend:
vijfde dag.

Dan zegt God:
brenge de aarde naar buiten:
bezield leven in z'n soorten,
vee, kruipend gedierte
en wat in het wild leeft op aarde
in z'n soorten;
en zo komt het tot stand.

God maakt wat in het wild leeft
op aarde in z'n soorten,
het vee in z'n soorten
en al wat over de bloedrode grond kruipt
in z'n soorten;
God ziet het aan: ja, het is goed!

Dan zegt God:
laat ons een mens,- een roodbloedige*,
maken naar ons beeld en
als onze gelijkenis,-
laten zij neerdalen bij de vissen van de zee
en de vogels van de hemel,
bij het vee en bij alles op de aarde,
en bij alle kruipsel
dat rondkruipt over de aarde!

God schept de mens naar zijn beeld,
naar het beeld van God
heeft hij hem geschapen;
mannelijk en vrouwelijk
heeft hij hen geschapen.

Dan zegent hij hen, God,
en hij zegt tot hen, God:
draagt vrucht, weest overvloedig,
vervult de aarde
en bedwingt haar!-
en daalt neer
bij de vissen van de zee
en de vogels van de hemel,
bij alle leven dat rondkruipt over de aarde!

God zegt:
zie, geven zal ik u al het zaadzaaiend gewas
op het aanschijn van heel de aarde
en alle geboomte
waaraan boomvruchten zaad zaaien,-
voor jullie zal het er zijn als eten!-

en voor al wat in het wild leeft op de aarde
en alle vogels van de hemel
en al wat er rondkruipt over de aarde
waarin een levende ziel zit
zal al het groen van gewas er zijn als eten!-
en zo komt het tot stand.

God beziet het, al wat hij heeft gemaakt
en zie, het is zťťr goed!-
er komt een avond en er komt een ochtend,
de zesde dag.