Christen Forum Limburg

De Kerk bloost
Voor een gedurfder beleid

Jürgen Mettepenningen

23 november 2009

De kerk bloost van verlegenheid en koorts: ze is te schuw als het over haar goede kanten gaat en ze is niet kerngezond, want ze heeft ook zieke kanten. Die toestand doet vooral nadenken over de toekomst van de kerk. De Leuvense theoloog Jürgen Mettepenningen doet dan ook meer dan een stand van zaken presenteren. Hij zoekt hardop een antwoord op de vraag waarvoor de kerk staat en waartoe zij ‘dient’… Die zoektocht voert hij aan de hand van verschillende uitdagingen die hij formuleert: waartoe daagt de kerk uit en waarin kan de samenleving zich laten uitdagen door de kerk? Als kerkhistoricus aarzelt Mettepenningen niet om, ondanks en dankzij de achteruitkijkspiegels van het leven, vandaag vooruit te kijken. Vrij-moedig pleit hij voor een kerk die niet bloost.

Jürgen Mettepenningen

Jürgen Mettepenningen (Temse, 1975) is doctor in de theologie en werkzaam als kerkhistoricus aan de K.U.Leuven. Hij is gehuwd, vader en actief in de Sint-Servaasparochie te Grimbergen.

Maar hij beperkt zich niet tot academisch onderzoekswerk. Hij publiceerde enkele opgemerkte boeken o.m. Kerk midden on(e)liners (Averbode, 2006) en onlangs De Kerk bloost. Pleidooi voor een gedurfder beleid (Davidsfonds/Leuven, 2008).

Stellingen als "De kerk moet net door christenen vertegenwoordigd worden op alle domeinen van het maatschappelijk, politiek en cultureel leven. De beweging van de christenen is niet geroepen om te toeven in een getto, noch in een door anderen afgebakend reservaat. De kerk moet prominent aanwezig zijn op de straat en in de media." ( Kerk midden on(e)liners, p. 159) en dat neemt hijzelf ter harte. Jürgen Mettepenningen is een van de niet zo talrijke katholieke intellectuelen die zich actief mengen in het maatschappelijke debat, door artikels in kranten als De Standaard, door zijn aanwezigheid in de media of op diverse websites.

In zijn boek De kerk bloost. Pleidooi voor een gedurfder beleid gaat hij in op de opdrachten waarvoor de kerk van vandaag staat. Hij gaat daarbij de vragen en pijnpunten niet uit de weg. De thema’s spreken voor zichzelf: kerk, onderwijs, verstand en kritiek - kerk en media - kerk, senioren en jongeren - catechese -kerk en lijden, kerk die lijdt en doet lijden - kwaliteit van de mis, minder missen en meer gebedsdiensten - hete hangijzers (vrouwelijke priesters, homo’s en euthanasie). Kortom thema’s die christenen aanbelangen. Voldoende redenen ook om naar zijn visie te komen luisteren en met hem in gesprek te gaan.

De Kerk bloost

De Kerk bloost (Davidsfonds)

In zijn boek poneert Jürgen Mettepenningen onder meer volgende stellingen:

  • Pleidooi voor de splitsing van de ene Belgische bisschoppenconferentie in een Vlaamse, een Waalse en een Brusselse/Europese.
  • De katholieke kerk zou uit eigen beweging best overgaan tot het afstaan van enkele ‘katholieke’ wettelijke verlofdagen aan o.a. joden, moslims en protestanten. In het boek wordt in deze zin gesuggereerd om 15 augustus, paasmaandag en pinkstermaandag af te staan.
  • Het schoolvak godsdienst moet terug meer godsdienst zijn en meer een vak. De godsdienstleerkracht toont zich immers vandaag teveel kind van haar/zijn tijd in plaats van kind van het eigen vak.
  • De kerk is meer dan haar beeld in de media. Dikwijls is dat haar schaduwzijde, maar niemand is te verengen tot zijn/haar schaduwzijde.
  • De kerk kan niet zonder de media (om haar boodschap verkondigd te krijgen). Aan de andere kant heeft de kerk meer gezichten nodig. Na het quasi-mediamonopolie van kardinaal Danneels moet er over het muurtje van de politiek gekeken worden: zoals iedere partij voor elk domein een aanspreekpunt en ‘beeld van de partij’ heeft, zo dient dat ook in de kerk te zijn. Hier ligt een taak weggelegd voor leken.
  • De kerk moet meer profileringsdrang hebben: meer, beter en professioneler de stem verheffen om thema’s aan te kaarten of om de eigen stem in het debat te laten horen.
  • Meer happenings a.u.b., zonder evenwel een festivalkerk te worden. Meer aanwezig zijn op het internet, zonder een virtuele kerk te worden.
  • Het grote probleem met de mis is de taal. Het Nederlands is voor velen (vooral jongeren) Latijn. De volkstaal van de mis, ingevoerd in de jaren zestig, is niet meer de volkstaal van vandaag. Je kunt geen boodschap van leven verkondigen in een dode taal.
  • Wanneer het belangrijkste sacrament de eucharistie is (zoals de kerk terecht beweert), dan kan het eenvoudigweg niet dat er geen mis is omdat er geen pastoor is. In dat geval (en zo is het vandaag) is de aanwezigheid van de priester belangrijker dan die van een geloofsgemeenschap en is het sacrament van de priesterwijding belangrijker dan de eucharistie.
  • De eucharistie mag dan wel als het belangrijkste sacrament aangeschreven staan in de kerk, het is het enige initiatiesacrament (doopsel, eucharistie, vormsel) zonder bijzondere catechese. Pleidooi voor eucharistiecatechese.
  • In het evangelie laat de herder de kudde van 99 schapen even in de steek om het ene verloren schaap te zoeken. Vandaag houdt de kerk zich bezig met het ene schaap dat is gebleven en laat ze de kudde voor wat ze is. De herder wist wat hij deed want een schaap is een kuddedier en 1 schaap overleeft het niet als het op zichzelf is aangewezen. De kerk vandaag zou zich beter de kudde meer aantrekken want het ene schaap voelt zich niet goed in zijn vel.
  • Er worden nog teveel kerkelijke vieringen georganiseerd voor mensen die daarnaast nooit het kerkgebouw binnengaan, laat staan zich iets van de kerk aantrekken. Het zou goed zijn mochten er in de maatschappij initiatieven komen tot het organiseren van rituelen om de scharniermomenten van het leven te vieren op een niet-katholieke manier (zo zou er keuzemogelijkheid zijn en kiest men bewuster).
  • Catechese bereidt nog teveel voor op de viering van het sacrament zelf, terwijl de nadruk hoofdzakelijk dient te liggen op de ‘nazorg’: doopselcatechese wil inleiden tot het leven als gedoopte (na het doopsel), vormselcatechese wil inleiden tot het leven als gevormde (na het vormsel), huwelijkscatechese wil inleiden tot het leven als gehuwde (na het huwelijk),… Momenteel draait het nog teveel rond de plechtigheid zelf en het opleiden daartoe (in plaats van het inleiden).
  • De kerk in het Westen lijdt aan bloedarmoede. Nieuw bloed dient zich niet aan en daaronder lijdt het hele lichaam van de kerk. Ouderdomsverschijnselen treden op.
  • In onze beeldcultuur, die niet zelden de krijtlijnen bepaalt van de kuddegeest en dus van datgene wat done en not done is, past de kerk niet meer. Zij is niet flashy, sexy en dynamisch in de ogen van velen. Katholieken lijden eronder dat men de schat van het geloof niet wil opzoeken omdat het beeld van de kerk niet meer aanspreekt.
  • Liturgie dreigt een schat te zijn die steeds nieuwe verpakkingen kent, maar nooit uitgepakt wordt.
  • Het vraagstuk van het openstellen van het priesterschap voor vrouwen is een probleem dat door de kerkelijke overheid zelf gecreëerd is en bron is van een voortdurende ‘zelfverarming’.
  • “Ik besef dat het een te grote uitdaging is voor de kerkelijke overheid om het homohuwelijk in te voeren, maar het is niettemin moeilijk om er niet de zin van in te zien. Wanneer homo’s er zelf niet aan kunnen doen dat ze homo zijn, dan mogen ze op grond daarvan niet gediscrimineerd worden, zoals in de volwassenencatechismus terecht staat. Dat de kerk dan het voorbeeld geeft”.
  • De kerk daagt mens en maatschappij uit om op een positieve manier met het lijden om te gaan: de lijdende wordt daarbij centraal gesteld en niet het lijden, de nabijheid van mensen in plaats van de eenzaamheid van de lijdensweg, het waarderen van de mens in zijn situatie in plaats van het taxeren van de situatie van die mens”.
  • De euthanasie-allergie van de kerk is te verklaren vanuit haar eerbied voor alle vormen van leven, ook het aftakelende leven. In haar anti-euthanasiehouding daagt de kerk de maatschappij uit tot aandacht voor het weerloze leven en een eerbiedig omgaan ermee.
Jürgen Mettepenningen